13. De wederkomst

Jezus had het regelmatig over de 'komst' die Daniël voorspelde. Zo zagen we al in Mattheüs 16:27-28:

Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn afgezanten, en dan zal Hij iedereen vergelden naar zijn daden. Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen die hier staan, die de dood niet zullen proeven, totdat zij de Mensenzoon zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

We hebben het al gehad over de tijdsaanduiding: dat sommigen nog niet dood zouden zijn bij Zijn komst. Het woord 'vergelden' kan ook gelezen worden als 'afrekenen', wat zowel positief (beloning) als negatief (oordeel/straf) kan zijn. Het is in dat licht opmerkelijk dat Jezus de eerste zin herhaalde toen Hij antwoord gaf op de vraag die Zijn leerlingen stelden over de vernietiging van de tempel (Mattheüs 25:31):

En wanneer de Mensenzoon komen zal in Zijn heerlijkheid, en alle heilige afgezanten met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.

De 'troon van Zijn heerlijkheid' heeft met oordelen en vergelding te maken. Een koning op zijn troon geeft beloningen en straffen naar zijn goeddunken.

Het is eveneens opmerkelijk dat Jezus zei te komen in de 'heerlijkheid van zijn Vader'. Dit lijkt erg op wat hij zei in Johannes 5:19-22:

... voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets uit Zichzelf doen, tenzij Hij het de Vader ziet doen; want wat Die doet doet de Zoon net zo. Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem alles wat Hij doet. En Hij zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend die Hij wil. En de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordelen aan de Zoon gegeven.

Zo Vader zo Zoon. De Zoon (Jezus) had op dat moment alle autoriteit van de Vader gekregen om de doden op te wekken en het komende oordeel over Jeruzalem uit te voeren. Twee dingen waarvan we al gezien hebben dat ze samen zouden gaan. En Hij zou dat alles doen op dezelfde manier als zijn Vader deed. En hoe oordeelde de Vader? En hoe kwam de Vader? Daarvan heb ik al voorbeelden gegeven, maar nu iets uitgebreider, zoals Jesaja 19:1,2,4:

Tegen Egypte: Kijk, Jahweh rijdt op een snelle wolk en Hij zal Egypte binnenkomen; en in Zijn aanwezigheid zullen de afgoden van Egypte beven; en het hart der Egyptenaren zal smelten in hun binnenste. Want Ik zal Egyptenaren tegen Egyptenaren opzetten, dat zij elkaar zullen bestrijden, ieder tegen zijn broeder en tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk ... En Ik zal de Egyptenaren overgeven in de hand van harde heren. En een strenge koning zal over hen heersen, spreekt Jahweh, Heer van de legers.

Jahweh komt Egypte binnen, rijdend op een wolk, met als gevolg dat de ze in verwarring tegen elkaar opstaan en overmeesterd worden. Dezelfde Jesaja bevestigt dat Jahweh de Vader is: “U bent toch onze Vader, ... U, o Jahweh bent onze Vader, onze Verlosser, Uw Naam van oudsher” (Jesaja 63:16).

En: “...Jahweh, U bent onze Vader, wij zijn klei en U onze Pottenbakker, wij zijn het werk van Uw handen.” (Jesaja 64:8)

De profeet Ezechiël spreekt (vermoedelijk) over datzelfde oordeel, wanneer hij het volgende zegt (Ezechiël 30:3,4,8,10,11):

Want de dag is nabij, ja de dag van Jahweh is nabij. Het zal een dag van wolken en een tijd van de volken zijn. En het zwaard zal over Egypte komen en er zal wanhoop zijn in Ethiopië, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen alles wegnemen, en haar fundamenten zullen verbroken worden... En zij zullen weten, dat Ik Jahweh ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden... Zo zegt de Heer Jahweh: Ja, Ik zal de rijkdom van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel. Hij, en zijn volk met hem, de meest afschrikwekkende van de volkeren zullen aangevoerd worden, om het land te vernietigen; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte trekken, en het land met verslagenen vervullen.

Jahweh kwam door de hand van Nebukadnezar en ze zouden weten dat het Jahweh was die kwam, op een dag van wolken, om het land te vernietigen.

De profeet Nahum spreekt een profetie uit tegen Ninevé (Nahum 1:2-5):

God is jaloers en wreekt Zich; Jahweh wreekt, Jahweh is woedend. Jahweh zal wraak nemen op Zijn tegenstanders en Hij reserveert toorn voor Zijn vijanden. Jahweh is geduldig, maar heeft grote kracht en Hij houdt schuldigen geenszins voor onschuldig. De weg van Jahweh is in een wervelwind en in storm en de wolken zijn het stof van Zijn voeten. Hij bestraft de zee en maakt haar droog en Hij droogt alle rivieren op; Basan en Karmel verdorren, ook verdort de bloem van Libanon. De bergen beven voor Hem en de heuvelen versmelten en de aarde richt zich op voor Zijn aangezicht en de wereld en allen die daarin wonen.

Als God de Vader komt, is er geen genade voor de schuldigen, ook al is Hij nog zo geduldig en vriendelijk voor de onschuldigen. We zien dat ook Nahum spreekt over wind en wolken, het opdrogen van zee en rivieren, het beven van de bergen en het bewegen van de aarde. Het lijkt alsof de wereld vergaat, maar het is God die komt om slechts één stad, Ninevé, te straffen. Zo zou ook de Zoon komen om een oordeel te vellen over Jeruzalem. De reikwijdte van het oordeel lijkt enorm als je die profetieën leest, maar toch gaat het vaak slechts om een stad, een streek of een land. De taal geeft meer iets van intensiteit aan. Het oordeel is hard en onafwendbaar. Zoals in de volgende gedeelten uit Jesaja 34:1-10 (tegen Edom):

Kom dichterbij, volken, om te horen. En mensen, luister! ... Want Jahweh is boos op alle volken en woest op hun legers. Hij heeft hen volkomen vernietigd, Hij heeft ze aan slachting overgegeven... de bergen zullen smelten van hun bloed. En alle hemellichamen zullen verteren en de hemelen zullen opgerold worden als een boekrol en alle hemellichamen zullen naar beneden vallen zoals een blad van de wijnstok afvalt en zoals een vijg afvalt van de vijgenboom. Want Mijn zwaard ... zal als oordeel nederdalen op Edom ... Want het zal zijn de dag van de wraak van Jahweh, een jaar van vergeldingen om Sion recht te doen. En hun beken zullen in pek veranderd worden en hun stof in zwavel; ja, hun aarde zal tot brandend pek worden. Het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in eeuwigheid zal zijn rook opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn en tot in eeuwigheid der eeuwigheden zal niemand daar doorgaan.

Het is bijna komisch om te lezen, als het niet zo triest was. Alles in overtreffende trap. Maar dat is iets wat we wel vaker zien in profetieën met oordeel over een vijand. Het is een soort provocatie in de hoogste versnelling. Boze mensen doen dat vandaag ook nog wel. Ze bedoelen het niet letterlijk, maar zeggen dingen als: “Ik trap je helemaal de grond in! Ik maak je zo totaal kapot dat je nooit meer overeind komt!” Het gaat erom dat ze door deze overdreven taal aangeven hoe erg ze het menen en hoe groot hun afkeer is. Dit is ook de taal die Jezus gebruikte in Mattheüs 24, met betrekking tot Zijn komst. De taal die Hij en Zijn toehoorders kenden van de oude profeten. Jezus was dé Profeet van de eindtijd. Zou Hij dan niet vergelijkbare taal gebruiken? Net als in Jesaja 13, waar de hemel geschud wordt, de aarde van zijn plaats komt en de hemellichamen geen licht meer geven, in het oordeel over Babylon. Nog enkele voorbeelden uit 2 Samuël 22, waar David het verslaan van Saul beschrijft:

... Banden van het dodenrijk omringden mij... toen riep ik Jahweh aan en riep tot mijn God en Hij hoorde mijn stem... Toen daverde en beefde de aarde; de fundamenten van de hemel bewogen en daverden, omdat Hij ontstoken was... Rook steeg op uit Zijn neus en een vuur uit Zijn mond... En Hij boog de hemel en daalde neer en donkerheid was onder Zijn voeten. En Hij voer op een cherub en vloog en werd gezien op de vleugels van de wind. En Hij zette duisternis rondom Zich als tenten, een koepel van donkere wateren, wolken van de hemel... Jahweh donderde vanuit de hemel en de Allerhoogste liet Zijn stem horen... En de diepe kolken der zee werden gezien, de grondvesten van de wereld werden onthuld door de bestraffing van Jahweh, door de wind van Zijn neus... met mijn God spring ik over een muur...Toen vergruisde ik hen als stof van de aarde; ik stampte ze, ik breidde hen uit als slijk op de straten...

Straffe taal, waar alles gigantische proporties aanneemt. Dat was de taal van de profeten. En wanneer Jezus over oordeel sprak, was dat niet veel anders. Dat was de taal waarmee men destijds aangaf hoe allesomvattend en compleet het handelen van God was. Als de Vader kwam, dan kwam Hij onherroepelijk en krachtig. En zo zou ook de Zoon volledig afrekenen met de oude wereld, om de rechtvaardigen recht te doen en een nieuwe wereld voor hen te maken. Moeten wij ons afvragen of Jezus zichtbaar op wolken zou komen? Zouden de zon en de maan echt verduisterd worden? Zouden sterren ter aarde vallen? In zekere zin wel, maar in de zin van stofwolken van aanstormende legers die de grond doen trillen, rookwolken die opstijgen uit een brandende stad en de leiders die van hun voetstuk vallen. Jezus deed wat Hij Zijn Vader had zien doen.

Nu nog iets meer over die belangrijke vraag van de leerlingen, die helaas vaak op een verwarrende manier vertaald wordt (Mattheus 24:3):

Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en wat zal het teken zijn van Uw komst, en van de voleinding van de wereld?

Dit komt uit de Statenvertaling. In de NBG vertaling is dit onveranderd overgenomen. De NBV komt iets dichter bij het Grieks. Daar staat “de voltooiing van deze wereld”. Het Griekse woord 'sunteleias' is inderdaad beter met 'voltooiing' te vertalen, maar de woorden voleinding en vervulling kunnen op zich ook gebruikt worden. Zoals je ziet gebruikt de NBV het woord 'deze' voor 'deze wereld'. Dat heeft meer betrekking op dat wat zij toen voor wereld aanzagen. En we hebben al gezien dat de mensen in die tijd een beetje anders tegen 'de wereld' aankeken dan wij. Ik heb laten zien dat er in het Grieks vier woorden zijn die met 'wereld' vertaald kunnen worden, afhankelijk van de context.

Tot nu toe hebben we de volgende woorden gezien: het woord 'gé' betekent aarde/grond/land, het woord 'oikoumene' staat voor de maatschappij / de samenleving en het woord 'kosmos' (letterlijk: formatie, ordening, schikking) staat voor wereld in de zin van de schepping of 'dat wat geformeerd is'. Het wordt ook gebruikt voor de orde van Israël, die ook Gods 'schepping' genoemd wordt. Deze drie woorden werden door de mensen in die tijd niet zo gebruikt dan hoe wij dat nu doen (minder omvangrijk) dat zagen we in andere teksten uit dezelfde tijd. Maar nu lezen we dit gedeelte in Mattheus 24:3. Hier staat nog een vierde woord dat eventueel met 'wereld' vertaald zou kunnen worden: 'aiónos'. Het woord betekent letterlijk 'eeuw' of 'tijdperk'. Het woord stamt af van een ouder woord dat 'adem' of 'leven' betekent. Griekstalige tijdgenoten gebruikten het woord voor een periode die door een mens in één leven te bevatten is. Dat is dus de voor hem of haar bekende 'wereld'. En alleen in die zin kan het met wereld vertaald worden: in de zin van 'dat wat wij kennen' of 'deze tijd'; als in: “wát een wereld” of “mijn wereld stort in”.

Verder is er in dat vers nog het woord 'parousia', dat met 'komst' vertaald wordt. Op zich niet verkeerd, maar het is meer dan dat. Het woord heeft de betekenis van speciale of bijzondere 'aanwezigheid'. Het werd gebruikt om aan te geven dat iemand met een bepaalde waardigheid of status zou komen, dus voor een specifiek doel aanwezig zou zijn. Bijvoorbeeld om een belangrijke overeenkomst te sluiten of om bepaalde zaken af te handelen, wat alleen kon worden gedaan in aanwezigheid van die persoon. Deze persoon komt dan niet als zichzelf, maar in een bepaalde hoedanigheid. Als een staatshoofd ergens verschijnt, dan is dat meestal voor een speciale gelegenheid. Dat is de betekenis van 'parousia'. Samenvattend kan deze vraag ook zo vertaald worden:

Wanneer gaan deze dingen gebeuren en waaraan zullen wij kunnen zien dat U komt om ervoor te zorgen dat deze eeuw (dit tijdperk) tot voltooiing (vervulling) komt?

Deze term, 'voleinding van de eeuw' of 'voltooiing van het tijdperk' (in het Grieks: 'sunteleias tou aiónos'), komt vaker voor in het Nieuwe Testament. Jezus gebruikte het toen Hij tegen Zijn leerlingen zei dat hij tot het einde bij ze zou zijn om de grote opdracht van de verkondiging van het goede nieuws te volbrengen (Mattheus 28:20), waarvan we gezien hebben dat Paulus de voltooiing in zijn tijd zag. Het komt drie keer voor in de gelijkenissen in Mattheus 13, waar Jezus het oordeel aankondigt over de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen, dat parallel loopt met het oordeel over Jeruzalem. Hierover later meer in het hoofdstuk over de gelijkenissen. We hebben het al gezien in Hebreeën 9:26, waar staat:

...maar nu is Hij eenmaal in de voleinding van de tijden geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijn offer.

Die voltooiing van de tijden (hier zelfs in meervoud, om het nog meer kracht bij te zetten), was toen 'nu'; en dat was niet lang voor de verwoesting van de tempel en van Jeruzalem. Het was 'nu' voor de lezers van die brief (denk aan het principe van de doelgroep). Het waren de Israëlieten wiens zonden door de wet werden veroordeeld en waarvoor Jezus het laatste offer bracht, aan het einde van hun tijdperk van de wet en de tempeldienst.

Nu we weten dat er vier woorden zijn die met 'aarde' en 'wereld' kunnen worden vertaald, kunnen we ook nog iets zeggen over de tekst van het boek Openbaring.

Er zijn slechts drie verzen in Openbaring die het woord 'kosmos' gebruiken, wat te maken heeft met een formatie of schepping. (In 11:15 waar het koninkrijk van de wereld het Koninkrijk van God en van de Ingewijde is geworden; in 13:8 zien we het Lam dat geslacht is vanaf de grondlegging van de wereld en in 17:8 zijn er namen die vanaf de grondlegging van de wereld geschreven zijn in het boek van het leven.) De toenmalige oude orde (kosmos) kwam onder de heerschappij van het volmaakte Lam: een nieuwe orde, een nieuw verbond een nieuwe formatie. God had een verbond met een volk, waarbij het brengen van offers centraal stond in de rituelen om vrij te komen van de schuld die men had door het overtreden van de wet. Eigenlijk meer een verdrag, een akkoord, een overeenkomst. De wet was de bepalende factor in dat oude verbond, waar beide partijen (de mens en zijn God) zich aan moesten houden. Dat was de 'orde' die voorbij ging, de 'kosmos' (de wereld) die zou vergaan en die plaats zou maken voor een verbond waarbij God het initiatief en de verantwoordelijkheid zou nemen.

Er zijn ook slechts drie verzen in Openbaring waarin 'oikoumene' gebruikt wordt, wat te maken heeft met de maatschappij, de Romeinse samenleving waarin de Israëlieten waren opgenomen. (In 3:10 komt verdrukking over de hele wereld; in 12:9 zien we Satan, de aanklager, die op de aarde geworpen wordt om de wereld te verleiden; in 16:14 de geesten die de wereld ingestuurd worden om koningen te verzamelen voor de strijd). In deze verzen gaat het dus om de omringende volken. Het woord kan dus ook met 'wereld' vertaald worden, maar heeft een hele andere lading dan 'kosmos'. Dit gaat niet om de orde die God had geschapen, maar de samenleving, de toenmalige Romeinse wereld.

Het woord 'aion(os)' wordt wel 28 keer gebruikt, maar niet voor 'wereld'. Het wordt uitsluitend gebruikt in de vorm 'aionas ton aionon', wat 'tijdperken van tijdperken' of 'eeuwen van eeuwen' betekent. Je zou kunnen zeggen: voor altijd en eeuwig. Maar ook dat hoeft in de taal van toen niet letterlijk een oneindigheid te betekenen. Het kan ook gelezen worden als een hele lange tijd, waarvan we het einde gewoon niet weten.

Dan heb ik het woord '' voor het laatst bewaard. Het woord dat in de meeste gevallen met 'het land' of 'de aardbodem' te maken heeft, wordt namelijk verreweg het meest gebruik: 82 keer. Het gaat te ver om alle verzen te bespreken die dit woord bevatten, maar door te weten waar 'kosmos' en 'oikoumene' gebruikt wordt, zoals hier boven genoemd, kun je zelf zien wanneer het woord 'aarde' of 'wereld' in de vertaling van 'gé' afkomstig is. Dat is in alle andere gevallen.

Wanneer je in Openbaring leest over 'de aarde', dan is dat dus in de meeste gevallen in de context van wat er op aarde gebeurt, wie er op de aarde (in het land) zijn, wandelen, handelen, regeren, vechten en kwaad doen, in tegenstelling tot wie in de hemel zitten, regeren, bidden, wachten en God loven. Er worden dingen beschreven die boven de aarde, op de aarde of onder de aarde gebeuren. Het woord wordt gebruikt om zee en land te onderscheiden. Er zijn wezens die in de hemel zijn en op aarde geworpen worden, mensen die op de aarde rondwandelen, mensen die vervolgd en gedood worden op aarde en vervolgens naar de hemel gaan om af te wachten tot hun dood gewroken wordt. Er zijn mensen die losgekocht zijn van de aarde, mensen die 'geoogst' worden van de aarde enzovoort. Kortom het duidt meer op het niveau waar mensen leven. En het geeft de verhoudingen aan tussen de verschillende niveaus. De aarde waar de mensen zijn, de hemel waar God is en onder de aarde, waar de duistere geesten zijn.

Het woord 'aarde' wordt dus vrijwel overal in Openbaring gebruikt in symboliek die iets te maken heeft met wat er op aarde gebeurt en puur als onderscheid tussen hemel en aarde of zee en land. Als je het totaalplaatje mist en je leest het 'op z'n Nederlands', kun je makkelijk denken dat het over de hele aarde gaat, zoals wij die nu kennen. Maar kijken we naar de rest van de symboliek en lezen we het in de context, dan zien we steeds weer dingen die te maken hebben met het land Israël; met name de stad Jeruzalem en wat daar gebeurde in de tijd rondom het jaar 70, toen het oordeel kwam en hemel en aarde vergingen voor de Joden die toen leefden.

Samengevat:

Er zijn vier Griekse woorden die vertaald worden met 'aarde' of 'wereld': kosmos, oikoumene, gé en aion(os). Helaas kun je niet zomaar zeggen dat een bepaald woord iets betekent in het Nederlands. Het staat altijd in een context.

- 'Kosmos' heeft meestal iets te maken met een ordening of formatie (bvb. de schepping, de wereld, dingen in een bepaalde samenhang, zoals de wereld van de Joden: hun wetssysteem, hun tempeldienst, hun verbond met God).

- 'Oikoumene' komt van een woord dat 'bewonen' betekent en heeft te maken met waar mensen wonen (bvb. samenleving, de wereld waarin zij leefden).

- 'Gé' betekent aarde (wereld), grond of land, afhankelijk van de context en het geeft een niveau aan (er op, er onder of er boven).

- 'Aion(os)' is afkomstig van een woord dat 'adem' of 'leven' betekent en heeft te maken met een periode in het leven van een mens of groep mensen. De Joden zagen twee tijdperken. De wereld vóór de Messias en de wereld erna. Het kan vertaald worden met 'eeuwig' in de context van de regering van de Messias in het nieuwe tijdperk, voor onbepaalde tijd (tot in eeuwigheid - aionas ton aionon - tijdperken van tijdperken, eeuwen van eeuwen...)

Kortom, vertalen is niet altijd zo eenvoudig, maar als je goed bekend bent met de context, kom je er wel uit. En het is zinvol om te weten waar een woord in je vertaling eigenlijk betrekking op heeft. In de Bijbel hebben deze vier woorden voor 'wereld' vrijwel overal iets te maken met de toenmalige bewoonde wereld, hun 'belevingswereld', het land Israël en het tijdperk waarin ze leefden en hun verhouding met God. Een tijdperk dat voorbij ging en waarvoor een nieuwe wereld, een nieuw tijdperk in de plaats kwam.

VOLGENDE >

NAAR INDEX

242