14. Het oordeel

Jezus sprak veel over het oordeel en alle ellende die daarmee gepaard zou gaan. Betekende de komst van Jezus en de vestiging van Zijn Koninkrijk alleen maar oorlogen en ellende, vergelding en oordeel? Wat betekent 'oordeel' eigenlijk in de Bijbel?

Wij denken bij het woord oordeel al gauw aan 'de toorn van God' en dat je zult 'branden in de hel'. Het Griekse woord voor oordeel is 'krisis' en betekent 'beslissing', 'scheiding' of 'oordeel'. In de vorm van een werkwoord betekent het in eerste instantie 'een beslissing nemen' of 'scheiding maken'. De gelijkenis van Jezus, die gaat over het scheiden van de schapen en de bokken (Mattheüs 24:31-46) is het meest duidelijke voorbeeld van 'oordelen' in de Bijbelse zin. God zet het goede apart om er iets moois mee te doen en heeft een andere bestemming voor dat wat niet goed is: de duisternis; dat is de afwezigheid van licht, dus waar God niet is. Ik geloof daarom dat iedereen die in het licht wil zijn, ook bij God zal komen en iedereen die door wil gaan met dingen die het daglicht niet kunnen verdragen, zullen automatisch in de duisternis belanden. Dat is dus een heel ander beeld dan de 'hel en verdoemenis' die ons wel eens voorgehouden wordt.

Adam en Eva werden in het begin verleid tot het 'eten van de boom van kennis van goed en kwaad'. De verleider zei: “jullie zullen als God worden, kennende goed en kwaad” (Genesis 3:5). Met die kennis konden ze zelf beslissen wat ze zouden doen en hadden ze God niet meer nodig. Althans, dat dachten ze. Helaas beoordelen wij mensen goed en kwaad vaak verkeerd, omdat wij niet het hele plaatje hebben. God heeft dat wel en behoudt daarom het recht tot een eindoordeel. Zo maakte de mens door zijn keuze God tot zijn rechter. Terwijl God zo graag een relatie met de mens wilde. De keuze voor zelfstandigheid maakte dat God wetten moest geven en moest gaan oordelen. Zolang de mens leefde in Zijn aanwezigheid, konden ze liefdevol gecorrigeerd worden, maar omdat ze zo hoogmoedig waren dat ze dachten het zelf wel goed te kunnen doen, door het houden van regels en wetten, kregen ze te maken met schaamte en schuld en moesten ze offers gaan brengen. Daarom is het zo belangrijk dat we nederigheid leren, zoals Jezus zei (Mattheüs 11:29):

Neem Mijn juk op u, en leer van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw zielen.

Dit zei Hij direct na een verhandeling over de dag van het oordeel die over de Joden zou komen. Wij hoeven geen oordeel meer over anderen te vellen, omdat Hij het volmaakte oordeel al geveld heeft. Jezus maakte duidelijk dat het gaat om hebben van een ontvankelijk, vrijgevig, gewillig en nederig hart. Voor zulke mensen is het Koninkrijk van God bestemd (Mattheüs 5).

VOLGENDE >

NAAR INDEX

14