17. Het ware Israël

Een belangrijke vraag kan nu gesteld worden: Hoe kon dat 'overblijfsel' van het volk nu ineens wél puur, heilig en rein zijn en blijven? Dat was voorheen niet mogelijk, want er kwam altijd wel weer ergens een kink in de kabel. Hoe zorgde God ervoor dat dit niet meer kon gebeuren? Konden mensen nu plotseling wel goed en kwaad scheiden en niet meer zondigen? Wij kunnen het toch ook nog steeds niet? De oplossing zit hem in de betekenis van het 'ware Israël' en de kracht van het Nieuwe Verbond.

Israël was Gods zoon, zoals Hij Zelf zei in Exodus 4:22:

Dan zult u tegen Farao zeggen: "Zo zegt Jahweh: 'Mijn zoon, Mijn eerstgeborene is Israël'".

En wederom in Hosea 11:1:

Toen Israël een kind was heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.

Dit wordt op Jezus toegepast in Mattheüs 2:13-15:

...de afgezant van de Heer verscheen aan Jozef in een droom en zei: "Sta op en neem het Kind en Zijn moeder en vlucht naar Egypte en blijf daar totdat ik het u zeg; want Herodes zal het Kind zoeken om Het te doden." Hij stond op, nam het Kind en Zijn moeder mee in de nacht en vertrok naar Egypte en bleef daar tot de dood van Herodes; opdat vervuld zou worden wat door de Heer gesproken is door de profeet (Hosea): "Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen."

God bevestigt dit in Matteüs 3:16-17:

En Jezus, toen Hij gedoopt was, klom op uit het water; en zie, de hemel werd voor Hem geopend, en hij (Johannes de doper) zag de Geest van God nederdalen als een duif en op Hem neerkomen. En er klonk een stem uit de hemel die zei: “Dit is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!”

Jezus werd door God uitgeroepen tot Zijn Zoon, net als Israël. Dit wordt nogmaals bevestigd wanneer we kijken naar de toevoeging 'eerstgeboren'. Israël wordt in Exodus 4:22 zo genoemd. In de Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuagint) staat hier 'huios prototokos', wat letterlijk 'eerste zoon' betekent. De eerste (of eerstgeboren) zoon had destijds een belangrijke positie; hij was erfgenaam. Zoeken we in het Nieuwe Testament naar dit woord, dan zien we dat het 5x expliciet voor Jezus gebruikt wordt (Rom. 8:29 – over hen die gelijkvormig zijn aan de Zoon, de Eerstgeborene onder vele broeders; Kol. 1:15,18 - Hij is het beeld van God, de Eerstgeborene over de hele schepping, de Eerstgeborene vanuit de doden; Hebr. 1:5,6 – over Gods Eerstgeboren Zoon die door engelen wordt aanbeden; en Op. 1:5 – over Jezus Christus, de Eerstgeborene vanuit de doden, de Heerser over alle koningen van het land).

Direct nadat God Hem had uitgeroepen tot Zijn Zoon, ging Jezus 40 dagen de woestijn in, net zoals de Israëlieten vlak na hun uittocht uit Egypte 40 jaar in de woestijn waren. Daar werd Hij getest door de Duivel en Jezus gaf hem antwoord door teksten uit Deuteronomium aan te halen, een boek dat stamt uit die periode. Later kwam er weer zo'n stem uit de hemel, die bevestigde dat Jezus die Zoon was en dat Hij kwam om de wet en de profeten te vervullen, wederom bevestigend dat Hij het ware Israël is, de vervulling, de climax van een heel lang verhaal (Mattheüs 17:1-8):

En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, Jakobus en Johannes zijn broeder en bracht hen op een hoge berg alleen. En Zijn gedaante veranderde voor hun ogen en Zijn gezicht blonk als de zon en Zijn kleren werden wit als licht. En zie, door hen werden gezien Mozes en Elia die met Hem spraken. En Petrus zei tegen Jezus: "Heer het is goed dat wij hier zijn! Als U wilt, laat ons hier drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia." Terwijl hij nog sprak, zie, een luchtige wolk overschaduwde hen; en er klonk een stem uit de wolk die zei: "Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!" En de discipelen, dit horende, vielen voorover en werden zeer bevreesd. En Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: "Sta op en vrees niet." En hun ogen opheffende, zagen zij niemand dan Jezus alleen.

Mozes en Elia vertegenwoordigden voor de Joden de wet en de profeten, hun hele Tenach, alle beloften en alles waar ze voor stonden; hun hele identiteit lag daarin opgesloten. Petrus zag Jezus op dat moment nog naast Mozes en Elia staan, alsof Hij zou worden toegevoegd aan deze twee sleutelfiguren uit hun geschiedenis. Maar God had iets anders in gedachten: DIT is mijn Zoon, luister naar HEM. Toen ze opkeken zagen ze dan ook niemand anders dan Jezus!

In Romeinen 5:12 e.v. lezen we dat door één mens (Adam) zonde en dood gingen regeren en dat door één mens (Jezus) die zonde weer ongedaan gemaakt werd. Want van Adam tot Mozes was er al kennis van goed en kwaad, waardoor de dood regeerde. Vanaf Mozes was er de wet die mensen veroordeelde. Maar Jezus maakte daar een einde aan en nam al die veroordeling op zich. Het complete oordeel over de hele geschiedenis van het volk, van Adam tot Jezus zelf, werd door Hem gedragen. En in Hem werd het beschikbaar voor iedere Jood die zijn vertrouwen op Hem stelde en niet op de wet. Want alleen IN HEM kwamen zij volledig tot hun recht.

Jezus Zelf was er ook heel duidelijk over. Tenminste als je de Joodse beeldspraak begrijpt van de opmerking die Hij maakte in Johannes 15:1

Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de tuinman...

Kijken we naar de profeet Jeremia, dan zien we dat hij Israël een wijnstok noemt (Jeremia 2:21 – het hele hoofdstuk gaat over Israël):

Ik had u toch geplant, een edele wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe bent u voor Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemde wijnstok?

En in Psalm 80:9 staat:

U hebt een wijnstok uit Egypte overgebracht, hebt de volken verdreven en hebt die (wijnstok) geplant;

Jezus noemde zichzelf niet zomaar de WARE wijnstok. Je kunt pas een échte of wáre wijnstok zijn als er ook een valse, onechte is. Tevens noemt Hij God Zijn Vader, waarmee Hij bevestigt dat Hij de Zoon is. Ik zou het de vervulling van het zoonschap van Israël willen noemen.

Toen de Israëlieten bij de berg Sinaï stonden zei God dat zij een koninklijk priesterschap zouden zijn (Exodus 19:5,6). Jezus is Koning en Priester geworden en in Hem kwam Israël pas echt tot haar doel (1 Petrus 2:5,9).

...door Jezus de Gezalfde... zijn jullie een uitverkoren volk, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat [God] toebehoort; opdat jullie de goedheid zouden verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.

Paulus zegt dat IN Jezus ALLE beloften van God aan Zijn volk 'ja en amen' zijn (2 Korinthiërs 1:19-20):

Want de Zoon van God, Jezus de Gezalfde, Die onder u door ons is gepredikt, namelijk door mij, en Silvanus, en Timotheüs, was niet 'ja' en 'nee', maar is geweest 'ja' in Hem. Want alle beloften van God die er zijn, zijn in Hem 'ja', en zijn in Hem 'amen', voor God tot heerlijkheid door ons.

Die beloften waren gegeven aan Israël, Gods zoon, Gods wijnstok. En we zien door het hele Nieuwe Testament heen de beloften in Jezus tot vervulling komen. Het lijkt erop dat God de identiteit van Israël in Jezus tot een climax bracht, om vervolgens al het oude in Hem te beëindigen en opnieuw tot leven te brengen. Hij belichaamde het hele oude Israël. Zo zei de profeet Hosea iets opmerkelijks met betrekking tot dit nieuwe leven (Hosea 6:2):

Hij zal ons na twee dagen levend maken en op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

Is dit misschien waarom er van Jezus nadrukkelijk gezegd werd dat hij op de derde dag opstond uit de dood? Hij stierf en maakte zo een einde aan dat oude lichaam, zodat Hij kon opstaan in een nieuw leven, een nieuw lichaam, een nieuw Israël, de ware wijnstok. Zo konden een land, een natie en Sions kinderen in één dag geboren worden (de vervulling van Jesaja 66:8) zodat het van oudsher beoogde plan tot vervulling kon komen. En die goede boodschap werd gebracht aan alle kinderen van Israël die onder de volken verstrooid waren. Paulus vertelt dat hele verhaal in de hoofdstukken 1 t/m 11 van Romeinen, hoe dat oude lichaam niet in staat was om God te behagen, maar dat in Jezus een nieuw verbond tot stand kwam. Een verbond gesloten tussen God en Zijn Afgezant. Tussen God als Geest en de Mens die Hem vertegenwoordigde op aarde. Daar kan niemand meer tussenkomen. Het soort verbond dat God met Israël had moest nageleefd worden. Deed je dat niet, dan volgde er straf, vervloekingen en dood. Jezus was zonder zonden en was als enige in staat om aan alle eisen van de Joodse wet te voldoen, zoals Paulus zo mooi verwoordt in Galaten 3:13-16:

De Gezalfde heeft ons verlost van de vloek van de wet, Hij is een vloek geworden voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. Opdat de zegening van Abraham tot de volken zou komen in de Gezalfde Jezus, en opdat wij de belofte van de Geest zouden verkrijgen door het geloof. Broeders, menselijkerwijs gesproken: zelfs een verbond dat bevestigd is tussen mensen doet niemand te niet en niemand voegt daaraan toe. Zo zijn nu de beloften aan Abraham en zijn zaad gegeven. Hij zegt niet: “En de zaden,” als van velen; maar als van één: “En uw zaad;” dat is de Gezalfde.

Paulus haalt hier overigens Jesaja 41:8 aan...

Maar u, Israël, Mijn knecht! Jakob, die Ik uitverkoren heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber!

...en verleent ons de gunst van het diepere inzicht: Jezus was de Enige (dat éne Zaad, die éne Nakomeling) die het volmaakte verbond met God de Vader kon sluiten. Een verbond waardoor alle Israëlieten, mannen, vrouwen, slaaf of vrij, in het land of daarbuiten (verstrooid onder de volken), deelgenoot mochten zijn van de beloften die God aan Abraham gaf. Verderop in hetzelfde hoofdstuk zegt Paulus namelijk dit (Galaten 3:26-29):

Want u bent allen zonen van God door het geloof in de Gezalfde Jezus. Want zij die in de Gezalfde gedoopt zijn, hebben de Gezalfde aangedaan. Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch slaaf noch vrije; daarin is geen man of vrouw; want u bent allemaal één in de Gezalfde Jezus. En als u van de Gezalfde bent, dan bent u Abrahams zaad, en erfgenamen van de beloften.

Sommigen denken onder andere op basis van deze tekst dat christenen Israël zouden hebben vervangen, maar Paulus zegt hier volgens mij dat zowel de Joden in het land als zij die verstrooid waren onder de volken (samengevat als 'Jood of Griek') deelgenoot waren van de zegen van Abraham (Genesis 22:18). Aan wie waren anders 'de beloften' gedaan? Wie waren de 'erfgenamen'? De beloften waren voor Israël en zij zouden worden aangenomen tot 'zonen' (Romeinen 9:4). Er waren in die tijd zelfs afstammelingen van Abraham die helemaal waren opgegaan in de omringende culturen. Zie bijvoorbeeld het apocriefe boek Tobias/Tobit hoofdstuk 13 en 1, 2, en 3 Makkabeeën, waar we zien hoe veel Israëlieten onder de omringende volken verstrooid werden en de Griekse cultuur overnamen, vooral onder Antiochus IV Epiphanes, die hen ernstig vervolgde. Maar wie, wat en waar ze ook waren, ze mochten deel uitmaken van de ware wijnstok, het ware Israël: Jezus de Gezalfde. Daarbij maakte etniciteit (Jood/Griek), geslacht (man/vrouw) of sociale status (slaaf/vrij) niet uit. Het enige wat zij hoefden te doen is in Hem geloven, dat betekent dat ze op Hem moesten vertrouwen en niet op hun wet (Galaten 2:16):

... wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door zich aan wetten te houden, maar door het geloof van Jezus de Gezalfde...

Jezus had alles in Zichzelf vervuld, elke profetie en de hele wet. Daarvoor in de plaats kregen zij slechts één opdracht (Johannes 13:34):

Een nieuw gebod geef Ik u, dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, dat ook u elkander liefhebt.

Het woord dat hier gebruikt wordt voor 'nieuw' is kainos en betekent 'iets heel nieuws'. Het gaat om iets dat er daarvoor nog niet was. De hele wet werd door Hem gevangen en vervuld in één woord: LIEFDE. Bij de vraag van de Joden wat het belangrijkste gebod was, kregen ze een iets uitgebreider antwoord (Marcus 12:33):

... Hem lief te hebben met je hele hart, je hele verstand en je ziel en al je kracht; en je naaste lief te hebben als jezelf, is meer dan alle brandoffers en slachtoffers.

En dat was nog voordat Hij de wet vervuld had. Na Zijn volmaakte offers waren de brandoffers en slachtoffers ook niet meer nodig. Wat betekent dat voor ons? Hetzelfde resultaat, maar zonder de geschiedenis. Wij hoeven niet gered te worden van de wet die de dood bracht door schuld. Wij mogen gewoon naar de liefdevolle Vader in de hemel gaan. Voor mij is dat het meest bevrijdende nieuws. Israël is door die hele geschiedenis heen gegaan om ons tot voorbeeld te zijn. Zo is Abraham daadwerkelijk een zegen geworden voor alle volken op de hele aarde. We mogen weten dat God gewoon van mensen houdt en genadig is, als een goede Vader. We hoeven ons niet te laten vangen of veroordelen door wetssystemen en regels. We mogen gewoon in vertrouwen onze hand in die van de Vader leggen en ons door Hem laten leiden.

VOLGENDE >

NAAR INDEX

2