18. Een nieuwe tempel

Jezus zei (zo lezen we in Lukas 4:43):

Ik moet ... het Evangelie van het Koninkrijk van God verkondigen; want daartoe ben Ik gezonden

Het Koninkrijk van God brengen, dat was het hoofddoel van Jezus (Mattheüs 6:33)

... zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid...

Toen de leerlingen Jezus vroegen hoe ze moesten bidden, was de eerste zin: “Onze Vader in de hemel, laat Uw Naam worden geheiligd (apart gezet), laat Uw Koninkrijk komen en laat Uw wil gedaan worden!” Het gebed is langer, maar dat het komen van het Koninkrijk belangrijk was voor Jezus, zien we aan alles wat Hij onderwees. Je zou kunnen zeggen dat Zijn hele boodschap over de komst van het Koninkrijk ging.

Daniël (2:34) profeteerde er al over: Jezus, 'de steen die niet door mensenhanden was uitgehouwen' met Zijn Koninkrijk, zou alle andere voorgaande wereldheersers met hun koninkrijken teniet doen. Zijn Koninkrijk zou de hele aarde vervullen. Je zou kunnen zeggen dat dit vandaag nog gaande is. Er zijn overal op de wereld mensen die volgens de principes van het Koninkrijk van Jezus leven. Het vult al bijna de hele aarde. Niet iedereen leeft in het Koninkrijk, maar bijna overal ter wereld zijn mensen die er deel van uitmaken. Meer dan ooit tevoren komen mensen in grote aantallen tegelijk tot Hem die echt leven geeft – geestelijk, eeuwig leven. Mensen die nog nooit van Jezus gehoord hadden, zien Hem of één van Zijn afgezanten in een droom of een visioen. Mensen komen tot emotioneel en lichamelijk herstel door geloof in Hem. Ik denk zelfs dat velen Zijn liefde ervaren en uitdragen, zonder te beseffen dat die liefde van Jezus komt. Het Koninkrijk is al hier en niet ergens daar, ver weg in de hoge of in de toekomst. Het is onder ons, in ons midden, omdat Hij bij ons is. Het is niet zichtbaar, maar wel merkbaar. Jezus zei dat heel duidelijk, zoals we lezen in Lukas 17:20-21:

De Farizeeën vroegen Hem wanneer het Koninkrijk van God zou komen. Hij antwoordde hen: “Het Koninkrijk van God komt niet zichtbaar. En men kan niet zeggen: Zie hier, of zie daar, want zie, het Koninkrijk van God is in uw midden.”

Het Koninkrijk kwam dus niet als een waarneembaar iets. In het Grieks staat er het 'oek meta parateréseós', dat is 'niet met waarneming'. Het heeft geen fysieke, tastbare aard. We kunnen het niet waarnemen met onze natuurlijke zintuigen, maar met die van onze geest.

Jezus zei ook (Johannes 18:36):

Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld...

En Paulus zei in 1 Korinthiërs 15:50:

vlees en bloed zijn niet in staat het Koninkrijk van God te beërven...

En in Romeinen 14:17:

Het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit rechtvaardigheid, vrede en vreugde in de Heilige Geest.

Jezus gaf ook duidelijk aan dat God niet meer aanbeden zou worden op een berg of in een stad (het toenmalige Jeruzalem), maar in “geest en in waarheid” (Johannes 4:21-24), wat later het 'hemelse' of het 'Nieuwe Jeruzalem' wordt genoemd in Hebreeën 12:22:

Maar jullie zijn gekomen bij de berg Sion, en de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem...

En Openbaring 21:2-3:

En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen Zijn volk zijn en God Zelf zal bij hen en hun God zijn.

Dat is de kern van het goede nieuws. God die bij mensen woont, die in ons midden is. Hij is niet ver, Hij is dichtbij. In de geschiedenis van Israël zien we dat een systeem van wetten en offers niet werkt en dat moest worden afgebroken. Daarna kon het nieuwe neerdalen uit de hemel en bij de mensen zijn. Het is dan ook alleen maar merkbaar, daar waar mensen het uitdragen. Israël kreeg een nieuw leven in de geest van hun 'nieuwe stad' met een 'nieuwe tempel' van 'levende stenen' (1 Petrus 2:5), wat betekent dat God in mensen woont en niet in een gebouw. Ik zeg het wel vaker in dit boek, de Bijbel is het verhaal van Israël, niet ons verhaal. Maar wij kunnen er wel Gods karakter door leren kennen. God wil gewoon heel graag bij ons zijn en een relatie met ons hebben. Velen kunnen daarvan getuigen, omdat ze lichamelijk genezing hebben ontvangen, visioenen hebben gezien, bevrijd zijn van depressie of andere mentale lasten. Waarom niet iedereen die dingen ervaart weet ik niet. Er zijn veel dingen waar ik geen antwoord op heb. En misschien komen we in ons korte bestaan hier op aarde nooit precies te weten hoe het zit. Maar boven alles blijft de boodschap van de Bijbel een hoopvol geluid in een soms onbegrijpelijke wereld. God is erbij.

Een mooi detail vinden we in Openbaring 21:16, waar staat dat de lengte, de breedte en de hoogte van het nieuwe Jeruzalem gelijk zijn. Het Heilige der Heiligen van de tempel was ook een kubus (1 Kon. 6:20). Daar was de aanwezigheid van God en er mocht slechts één keer per jaar een mens naar binnen: de hogepriester. Daarom is Jezus ook als enige volmaakte Hogepriester eens en voor altijd het hemelse heiligdom ingegaan en heeft Hij, zoals de wet voorschreef, Zijn bloed op het verzoendeksel in de hemel gesprenkeld. Daarmee was de hele Joodse wet vervuld en verzoening definitief. Daarna kwam Hij nog één keer naar beneden, om af te rekenen met 'de bokken' in het laatste oordeel. Tot die tijd hadden zij de Heilige Geest als een zegel, wachtend op de verlossing; de dag dat het voor iedereen, zowel de Joden in het land als de verstrooide Israëlieten in de rest van de wereld, mogelijk was om het oude achter zich te laten en rechtstreeks contact te hebben met God en met Hem te leven (Efeziërs 4:30). Een duidelijke les voor ieder mens, dat je nooit in de verleiding moet komen om een verdrag of een verbond met God te sluiten. Je moet niet proberen om jezelf te bewijzen of denken dat je iets kunt doen om een plaatsje in de hemel of een zegen te verdienen. Hij houdt van je zoals je bent.

Het oude Jeruzalem en de oude tempel moesten worden afgebroken, om plaats te maken voor het nieuwe Jeruzalem en de volmaakte geestelijke tempel. God zou niet meer slechts één keer per jaar benaderd kunnen worden door een speciaal daarvoor ingewijde priester uit een daarvoor aangewezen stam, maar dagelijks voor iedereen die wilde. De kennis van goed en kwaad moest weer in handen komen van Degene die er mee om kan gaan, zodat iedere Israëliet Hem afzonderlijk kon ervaren zoals Hij is: een liefdevolle partner (in de Bijbel zien we namelijk regelmatig het beeld van een huwelijk voorbij komen). God wilde geen aardse stad met een tastbare tempel, maar in een geestelijk Jeruzalem en een tempel die nooit meer stuk kon. Dit werd ook wel het 'lichaam' van Jezus genoemd. Zo schrijft Paulus in Efeziërs 3:8-11:

Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de volken het Evangelie te verkondigen van de onnaspeurlijke rijkdom van de Ingewijde. En allen te verlichten, dat zij mogen begrijpen, wat de gemeenschap van de verborgenheid is, die in [voorgaande] eeuwen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus de Ingewijde; Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt zal worden aan de overheden en de machten in de hemel de veelvuldige wijsheid van God; Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in de Ingewijde Jezus, onze Heer.

De 'gemeente' waar Paulus hier over spreekt is het Griekse woord 'ekklesia', dat 'eruit geroepen' betekent. Een specifiek Joodse term die duidt op alle 'geroepenen', de ware Israëlieten, van dichtbij en ver. De brief aan de Efeziërs is geschreven aan de mensen van de eerste gemeenten. Het was waarschijnlijk een rondzendbrief, omdat de naam Efeze in oudere manuscripten van de brief niet voorkomt. Hij was dus gericht aan alle gelovige Joden.

Dit is wat God wilde met Zijn volk, een gemeenschap, een koninkrijk van priesters, een lichaam dat Zijn veelkleurigheid laat zien en met Hem regeert; om samen iets moois te maken van deze aarde. Maar tegelijk zie je ook een veel groter perspectief. Een principe. Iets in het karakter van God. Hij wil een gemeenschap waarin niemand boven de ander staat en een ieder God persoonlijk kent, zoals Hebreeën 8:10,11 laat zien (een aanhaling uit Jeremia 31:33,34):

Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen niet leren een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder, zeggende: Ken de Heere; want zij zullen Mij allen kennen van de kleinste onder hen tot de grootste onder hen.

Let op dat dit overduidelijk geschreven is aan Israël. Wij kunnen onszelf dus niet zomaar in alle aspecten van hun geschiedenis plaatsen. Maar natuurlijk is God wel de Schepper van al het leven en gelden de basisprincipes ook voor ons. Waar het mijns inziens om gaat is dat Israël een voorbeeld voor de hele mensheid is. Zij was gebonden door een systeem van wetten en regels, met het brengen van offers om alle fouten weer af te kopen. In en door Jezus de Ingewijde werden zij daarvan bevrijd (Efeziërs 2:1-5):

...hoewel dood door overtredingen en zonde... door God in al Zijn liefde levend gemaakt met de Ingewijde...

Alleen in Hem konden zij volmaakt zijn, omdat Hij volmaakt was en Zijn leven voor hen gegeven heeft. Vanaf toen was het mogelijk voor het 'ware Israël' om een voorbeeld te zijn voor alle volken. Zij mochten als bruid van God anderen helpen om het hemelse Jeruzalem te zien (Openbaring 22:17:)

En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie er naar luistert mag zeggen: Kom! En die dorst heeft mag komen; en wie wil mag het water van het leven nemen om niet (gratis).

Zoals de Israëlieten van oudsher een zegen zouden zijn voor de volken om hen heen, zo zijn ze nu een zegen voor de hele wereld. Het Koninkrijk van de Ingewijde zou de hele aarde vervullen en wij mogen helpen om dat uit te dragen, het Koninkrijk waarvan Daniël (2:44) had voorspeld dat het eeuwig zou duren.

VOLGENDE >

NAAR INDEX

246