20. Daniël en de opstanding van de doden

De periode waarin de profetie in vervulling moest gaan staat volgens Daniël vast. Nu kunnen we kijken naar Daniël 7:9-10:

Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder; zijn kleed was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol; zijn troon bestond uit vuurvlammen, de raderen daarvan uit laaiend vuur; en een stroom van vuur welde op en vloeide voor hem uit; duizendmaal duizenden dienden hem en tienduizend maal tienduizenden stonden vóór hem. Het gerecht zette zich neder en de boeken werden geopend.

De 'Oude van dagen' is in dit gedeelte niet een 'oud mannetje', zoals wij die term vandaag zouden gebruiken, maar iemand die al heel lang bestaat, in dit geval God zelf. Het thema van tronen, vuur (oordeel) en boeken zien we ook weer in Openbaring terugkomen Openbaring 20:4,12:

En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven... En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat van het leven; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.

En de tienduizend maal tienduizenden (ontelbaar veel dus), die voor de troon stonden, komen weer terug in Openbaring 7:9:

Hierna zag ik en zie, een grote menigte die niemand tellen kon, uit alle natiën en geslachten en volken en talen, staande voor de troon en voor het Lam, gekleed in lange witte gewaden en palmtakken in hun handen.

Zeer sterke overeenkomsten dus. De grote menigte uit alle volken, kan goed vergeleken worden met het volk van Israël, dat zou worden als het zand aan de zee, ontelbaar, omdat het verspreid was onder de volken. Maar God wist ze wel te vinden. Johannes zag in wezen hetzelfde als Daniël. En dat betekent dat ook dit gedeelte in het boek Openbaring moest plaatsvinden, of op z'n minst beginnen, tijdens het bewind van die 'tien koningen'.

Vergelijk dit eens met Daniël 12:1-3:

En in die tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen van uw volk staat, en er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er nooit geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot aan die tijd toe. En in die tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek. En velen van hen die in het stof van de aarde slapen zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven, en genen tot terechtwijzing, en tot eeuwige walging. En de wijzen nu zullen blinken als de glans van het uitspansel en de rechtvaardigen als de sterren, voor altijd en eeuwig.

Merk op dat het gaat over een volk ('sinds er een volk geweest is'). En in die tijd zal van 'uw volk' ieder verlost worden die in het boek staat. Deze periode van 'benauwdheid' wordt ook wel een tijd van grote 'verdrukking' of grote 'moeilijkheden' genoemd. Hierover sprak Jezus ook, toen Hij het had over de vernietiging van de tempel in Mattheus 24:21 (het hoofdstuk waarin meerdere keren Daniël aangehaald wordt). Er is in de jaren voorafgaand aan die vernietiging inderdaad een verdrukking van het Joodse volk geweest, die zijn weerga niet kende. Jezus zei zelfs dat het nooit meer zo erg zou worden. Het was nog nooit gebeurd dat er in Israël zoveel Joden in zo'n korte tijd, op zo'n gruwelijke manier zijn afgeslacht. Als je de beschrijvingen van Flavius Josephus leest (in 'De Joodse Oorlog'), kun je geen andere conclusie trekken dan dat die gebeurtenis ongeëvenaard is, zelfs niet door de Holocaust. Men kan beargumenteren dat de Holocaust erger was, omdat er meer mensen omgekomen zijn, maar dat waren gruweldaden tegen vele mensen van over de hele wereld verspreid, niet specifiek in Israël en Jeruzalem, waar het volgens de profetieën allemaal moest plaatsvinden. Zoveel gruweldaden, ellende en doden in zo'n korte tijd in de stad Jeruzalem; dat had nog nooit plaatsgevonden en hebben we sindsdien ook niet meer gezien in Israël.

En 'het boek', waarover gesproken wordt, wat is dat? Paulus zei van zijn metgezellen en hemzelf dat zij in het 'boek van leven' stonden (Filippensen 4:3). In Openbaring 3:5 liet Jezus Johannes aan de gemeente in Sardis schrijven dat ze in het boek van leven zouden blijven staan, wanneer ze zich zouden bekeren en blijven volharden. Zij stonden dus ook in het boek. Jezus zei in Lukas 10:20 tegen zijn leerlingen dat zij zich moeten verheugen dat hun namen stonden opgetekend in de hemel. Ook zij stonden erin. En in Openbaring hoofdstuk 21 zien wij een beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem, waarover staat geschreven:

En in haar zal niets onreins binnenkomen, en niemand, die gruwel en leugen doet, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek van leven van het Lam.

Het boek van leven bevat de namen van hen die door Jezus gerechtvaardigd zijn en die daarnaar handelen. En er zouden velen uit het 'stof der aarde' ontwaken en eeuwig leven of eeuwig afgrijzen ontvangen. Ook daarover sprak Jezus, bijvoorbeeld in Johannes 5:25-29

Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden de stem van de Zoon van God zullen horen , en wie er naar luisteren, zullen leven. Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook aan de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf; En heeft Hem macht gegeven, ook recht te spreken, omdat Hij de Mensenzoon is. Verwondert u daar niet over, want de ure komt waarin allen die in de graven zijn Zijn stem zullen horen; en zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding tot leven, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding tot verdoemenis.

Exact wat in Daniël 12:1-3 staat. De oplettende lezer ziet misschien dat hier gesproken wordt over twee soorten opstanding. De opstanding tot leven en de opstanding tot 'verdoemenis' (dat is letterlijk 'oordeel', 'krisis' in het Grieks). In Openbaring 20:5-6 wordt gesproken over de 'eerste' opstanding. Het begrip 'eerste opstanding' kan ook gelezen worden als de belangrijkste opstanding, aangezien er verder nergens in Openbaring letterlijk gesproken wordt over een 'tweede opstanding'; wél over een eerste en tweede dood. Uit de woorden van Jezus kunnen we opmaken dat er twee soorten opstanding zijn, verschillend in kwaliteit, niet in volgorde. Deze twee vormen van opstanding kunnen daarom dan ook gelijktijdig plaatsvinden. Evenals de twee vormen van dood (de lichamelijke dood en de geestelijke dood). Daniël sprak over 'ontwaken', Jezus sprak over 'opstanding'. Het is overduidelijk dat Jezus naar de opstanding uit het boek Daniël verwijst, omdat Hij Zichzelf hier 'Mensenzoon' noemt. Daniël is de enige profeet die Hem zo aankondigt. Jezus zei dat er op dat moment al mensen zouden luisteren naar Zijn stem en tot leven zouden komen. Dat geeft aan dat dit 'opstaan' geen fysieke gebeurtenis is, waarbij mensen letterlijk uit graven komen. Met 'graven' wordt hier iets anders bedoeld.

Dan zien we in Daniël 12:3 tot slot nog dat de rechtvaardigen en de wijzen zullen stralen als de sterren. Dit wordt door Jezus ook weer bijna letterlijk aangehaald in Mattheüs 13:43, waar Hij de vernietiging van Jeruzalem bespreekt in een gelijkenis:

Dan zullen de rechtvaardigen blinken als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader.

Dat Jezus met betrekking tot Zijn komst in heerschappij graag verzen uit het boek Daniël aanhaalde blijkt ook weer uit Daniël 7:13-14:

Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken van de hemel kwam iemand gelijk een mensenzoon; Hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; en hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap onvergankelijk.

Hier zien we dat iemand als een mensenzoon komt op de wolken van de hemel met macht en heerschappij om een eeuwigdurend en onvergankelijk koningschap te ontvangen, wat Jezus weer bijna letterlijk aanhaalt (zie Mattheüs 24:30):

...en [zij] zullen de Mensenzoon zien, komende op de wolken van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid.

Het woordgebruik is hetzelfde. We zien hier dat het 'komen op wolken' iets is dat in de geestelijke wereld plaatsvindt, niet in het fysiek waarneembare. Ook in Daniël 7:14 waar we de woorden 'eeuwig' en 'onvergankelijk' lezen, dit ademt een sfeer van geestelijke realiteit uit, niet een tastbaar, aards gebeuren. Precies wat Jezus zei in Lukas 17:20-21:

De Farizeeën vroegen Hem wanneer het Koninkrijk van God zou komen. Hij antwoordde hen: “Het Koninkrijk van God komt niet zichtbaar. En men kan niet zeggen: Zie hier, of zie daar, want zie, het Koninkrijk van God is in uw midden.”

Het koninkrijk zou niet zichtbaar of tastbaar komen. Je zou niet kunnen zeggen dat het hier of daar was, maar het draait om een persoon: Jezus. Hij was in hun midden. Hij zou na Zijn hemelvaart in Zijn volgelingen gaan wonen door de Heilige Geest, die hen zou leiden in de volle waarheid (Johannes 16:13-16):

Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, maar u kunt die nu niet dragen. Maar wanneer de Geest van de waarheid komt, zal Hij u in de volle waarheid leiden; want Hij zal niet van Zichzelf spreken, maar wat Hij hoort zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. Alles wat de Vader heeft, is van Mij; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u zal verkondigen. Een korte tijd, en u zult Mij niet zien; en wederom een korte tijd, en u zult Mij zien, want Ik ga heen tot de Vader.

Wat wij missen in het Nederlands, is dat hier twee Griekse woorden gebruikt worden voor 'zien'. 'Theoreo' en 'horao'. De eerste zou in het Nederlands vertaald kunnen worden met 'aanschouwen', 'bekijken', 'bezien', 'observeren', en dergelijke. Het tweede woord wordt vaker gebruikt om te benadrukken dat iets 'gezien', 'begrepen' of 'doorgrond' wordt. Het heeft meer met inzicht te maken. Zo wordt het woord ook gebruikt om mensen aan te sporen eens echt goed te kijken, als in 'kijk dan!' of 'zie toe!'. Kortom, de zin zou ook als volgt vertaald kunnen worden: “Binnenkort zul je me niet meer met je ogen kunnen zien, maar dan ga je me pas écht zien - door de Geest.” Jezus maakte op vele manieren duidelijk dat Zijn Koninkrijk en Zijn heerschappij vanuit de onzichtbare wereld gestalte zou krijgen. Hij zou regeren door Zijn dienaren heen. Zijn leerlingen zouden de Geest van waarheid ontvangen en Die zou Hem vertegenwoordigen door hen heen. Een bijzonder vooruitzicht voor de leerlingen, waar ze toen nog niet veel van begrepen. Maar later werd het hen wel duidelijk en hebben ze er veel over geschreven in hun brieven, zoals we zien in de rest van het Nieuwe Testament. Ze schreven dat de uitstorting van de Heilige Geest een 'onderpand' was van wat komen zou: God, die persoonlijk onder de mensen zou komen wonen (2 Korinthiërs 1:22 en 5:5, Efeziërs 1:13 en Openbaring 21:3).

Ook zien we in dit stukje van Johannes 16 weer dat begrip 'binnenkort' terugkomen. Meerdere malen zien we dat de komst van het Koninkrijk spoedig zou zijn, het was aanstaande.

In Daniël 7:17,18 – de profetie van de vier dieren – bevat dezelfde woorden van verwachting. Het zou direct na de dieren plaatsvinden, dat de heiligen het koningschap zouden ontvangen:

...die vier grote dieren zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen; en [dan] zullen de heiligen van de Allerhoogste het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap bezitten tot in eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid der eeuwigheden.

Ik noemde hierboven al de uitspraak van Jezus in Mattheüs 24:30 (...en [zij] zullen de Mensenzoon zien, komende op de wolken van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid). In Mattheüs 16:27 en28 komt een vergelijkbare uitspraak over Zijn lippen, die ik al eerder genoemd heb:

Want de Mensenzoon zal spoedig komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn afgezanten, en dan zal Hij iedereen vergelden naar zijn daden. Waarlijk, Ik zeg u: Er zijn sommigen van hen die hier staan, die de dood niet zullen smaken, totdat zij de Mensenzoon zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

Ik heb mensen horen zeggen dat deze uitspraak wordt vervuld in het volgende hoofdstuk (Mattheüs 17), waar beschreven staat hoe Jezus zes dagen na die uitspraak met Zijn leerlingen een hoge berg op ging en Zijn uiterlijk veranderde. Daar werd echter niet volledig vervuld wat Jezus daarvoor had gezegd. Ze zagen Hem in een vorm van heerlijkheid, maar er zijn meer elementen in wat Hij zei. Hij zou namelijk spoedig komen, met afgezanten, er zou vergelding plaatsvinden, maar er staat in hoofdstuk 17 niets over afgezanten en vergelding. En sommigen zouden dan nog in leven zijn! Er wordt geen melding gemaakt van een sterfgeval in de tussenliggende zes dagen. Dus die uitleg gaat niet op. Kortom, het moest nog gebeuren en dat terwijl sommigen van hen nog in leven waren. Dit is een belangrijke indicatie dat het Koninkrijk in die tijd zou komen. Maar nog niet direct na deze uitspraak. Sommigen zouden nog leven, dus de meesten zouden dood zijn. Het kon nog wel even duren, maar het zou plaatsvinden binnen één mensenleven. Bedenk dat Jezus een valse profeet zou zijn geweest als dit niet in hun tijd was uitgekomen! Zie enkele delen uit Deuteronomium 18:17-22:

Toen zei Jahweh tegen mij (Mozes): ... Ik zal een Profeet zoals u uit het midden van hun broeders verwekken; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven. En Hij zal tot hen alles spreken wat Ik Hem gebieden zal. En het zal geschieden dat de man die niet zal luisteren naar Mijn woorden die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken... en als u dan in uw hart zou zeggen: Hoe zullen wij herkennen dat Jahweh het woord niet gesproken heeft? Wanneer die profeet in de Naam van Jahweh zal hebben gesproken en dat woord geschiedt niet en komt niet; dat is het woord dat Jahweh niet gesproken heeft; uit overmoed heeft die profeet dat gesproken; u zult voor hem niet vrezen.

Dat is altijd de maatstaf geweest voor de betrouwbaarheid van een profeet. Maar de woorden van Jezus waren wél van Jahweh, want ze kwamen uit. Vergelijk Handelingen 3:22-23:

Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere uw God zal u een Profeet zoals ik uit uw broederen verwekken. Naar Hem zult u luisteren, in alles wat Hij tot u spreken zal. En het zal geschieden, dat elke ziel die niet naar deze Profeet luistert, uitgeroeid zal worden uit het volk.

In deze toespraak van Petrus zien we niet alleen de bevestiging dat Mozes het over Jezus had, maar ook die vergelding waar Jezus het over had.

Daniël plaatste Jezus, de opstanding van de doden en de komst van het Koninkrijk in de tijd van de tien koningen en van het vierde beest. Op veel plaatsen in het Nieuwe Testament wordt bevestigd dat het inderdaad in die tijd, spoedig stond te gebeuren. Laten we eens dieper ingaan op de exacte tijdsaanduiding in het boek Daniël.

VOLGENDE >

NAAR INDEX

244