30. Alles wordt nieuw (het vrederijk)

Wie kent nog dat versje met het refrein: 'Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde'? Als ik mij niet vergis in het begrijpen van de Bijbel, hoeven we misschien helemaal niet 'stil te wachten', maar is dat Koninkrijk allang gekomen. Het Koninkrijk dat als een klein steentje zou beginnen en zou groeien, tot het de hele aarde zou vervullen en alle andere koninkrijken zou verdringen, zoals we lazen in het tweede hoofdstuk van Daniël. Een gebeurtenis die zou beginnen wanneer er tien koningen waren die voortkwamen uit het vierde aardse koninkrijk (het Romeinse rijk). Het zou een Koninkrijk zijn, dat nooit zou eindigen. Het zou altijd maar door blijven groeien. In de laatste hoofdstukken van de Bijbel vinden we veel informatie over dit eeuwigdurende Koninkrijk. Ik wil het hier laten zien in het licht van het voorgaande.

Jesaja zegt prachtige dingen over het Koninkrijk dat hij verwachtte na de Babylonische ballingschap; bijvoorbeeld in Jesaja 65:18-19:

Maar wees vrolijk en verheug u tot in de eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want zie, Ik schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid. En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden een stem van geween, noch een stem van geschreeuw.

Het lijkt erop dat Johannes geïnspireerd was door een dergelijke tekst, als we lezen in Openbaring 21:2-4:

En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen; zij zullen Zijn volk zijn en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen. En de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gejammer, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Dat hemelse Jeruzalem was al een realiteit in de levens van de eerste volgelingen van Jezus, zoals in Hebreeën staat. Daar heeft de afwezigheid van dood, rouw en moeite een diepere, geestelijke betekenis. De dood als gevolg van de veroordeling door de wet was al overwonnen toen Jezus gestorven was, zoals Paulus zegt in Galaten 2:20:

Ik ben met de Gezalfde gekruisigd; en toch leef ik, doch niet meer ik, maar de Gezalfde leeft in mij; en voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij overgegeven heeft.

Veel mensen denken bij het lezen van Jesaja 65 en Openbaring 21 aan een soort hemelse situatie op deze aarde, waarbij er niets meer is dat mensen ongelukkig maakt. Maar in de Heilige Geest waren deze dingen in de eerste eeuw al beschikbaar. De schrijvers van het Nieuwe Testament schreven over vrede met God, levend zijn in Hem en niet meer dood zijn in zonde en ongehoorzaamheid. Zo was de Geest gegeven als zegel en onderpand (zie 2 Korinthiërs 1:22 en Efeziërs 1:13-14). Zij die de Geest hadden ontvangen, hadden een voorproef, een eerste deel van de oogst ontvangen (zie Romeinen 8:23). Want 'de schepping' wachtte met smart op het openbaar worden van 'de zonen van God' (Romeinen 8:19). Zodat zij een verschil konden uitmaken in de wereld. Zoals Paulus zegt in Romeinen 14:17-19:

Want het Koninkrijk van God bestaat ... in ... rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door de Heilige Geest. Want wie de Gezalfde in deze dingen dient, is voor God welbehaaglijk en aangenaam voor mensen. Dus laat ons najagen hetgeen tot de vrede en hetgeen tot opbouw van elkaar dient.

Het Koninkrijk bestaat in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap. Dat zijn dus de eigenschappen van het Koninkrijk, de kenmerken die het draagt. Dat zijn dingen die van binnen gebeuren, zoals we eerder in dit boek hebben gezien. Jezus corrigeerde mensen toen ze te kennen gaven dat ze een fysieke manifestatie van het Koninkrijk verwachtten. Hij zei tegen zijn volgelingen dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld was (Johannes 18:36) en dat ze het niet konden zien, maar dat het in hun midden was (Lukas 17:20-21). Het zou geen fysiek, aards koninkrijk zijn, maar iets dat zij samen zouden beleven en uitleven.

Jesaja had enkele interessante dingen te zeggen over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, voortbordurend op vers 18-19 hierboven (Jesaja 65:20-22):

Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oud man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden. En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en de vrucht ervan eten. Zij zullen niet bouwen, dat het een ander bewone; zij zullen niet planten, dat het een ander ete, want de dagen van Mijn volk zullen zijn als de dagen van een boom, en Mijn uitverkorenen zullen het werk van hun handen verslijten. Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, noch baren ter verstoring; want zij zijn het zaad van de gezegenden van Jahweh, en hun nakomelingen met hen. En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen. De wolf en het lam zullen tezamen weiden, en de leeuw zal stro eten als een rund, en stof zal de spijze der slang zijn; zij zullen geen kwaad doen noch verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, zegt Jahweh.

Vergeet niet dat Jesaja sprak vanuit de hun ballingschap in Babylonië, uitziend naar een nieuwe tijd, een betere toekomst. In het Nieuwe Testament vinden we een ander soort 'heilige berg' van God (Hebreeën 12:18-22 - de niet tastbare berg Sion, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem), in die nieuwe hemelen en op die nieuwe aarde. Het volk is het volk van het nieuwe Koninkrijk, dat onzichtbaar is. Ik weet niet of de dingen die Jesaja noemde uiteindelijk ook uitgekomen zijn, maar we mogen de conclusie trekken dat men in de eerste eeuw dit soort profetieën in een geestelijk licht zag, of als een soort typebeelden gebruikte. Noem het maar principes.

Merk op dat niet alles helemaal perfect was in die nieuwe wereld van Jesaja, die ook wel 'het vrederijk' genoemd wordt. Er zou nog een 'zondaar' zijn. Mensen zouden heel oud worden, maar ze zouden nog wel sterven, er was nog arbeid nodig, maar alles was onder controle. Er was meer voorspoed, meer vrede, meer vreugde en minder pijn. Zo kunnen in de nieuwtestamentische passages deze dingen in het innerlijke leven van de mensen worden gezien. Het leven onder de wet bracht zorgen, vloek en dood met zich mee, maar het leven in de Geest brengt leven, vrede, gerechtigheid en onbezorgdheid (lees Romeinen, de hoofdstukken 7 en 8 maar eens na elkaar).

De wolf en het lam zullen tezamen weiden? Jesaja gebruikte profetische taal. Ik denk niet dat dit soort taferelen letterlijk verwacht werden, maar dat ze een allegorie waren voor een beter leven in een nieuwe tijd. Geen vijandschap meer, maar vrede en rust in het land. Een leeuw die stro eet als een os? Het zijn niet zomaar twee dieren die hier genoemd worden. Beiden zijn de voornaamsten van hun rijk. De os was de voornaamste van het vee en de leeuw was de koning van de wilde dieren. Hierin zou je heersers kunnen zien, die vrede sluiten met elkaar, terwijl ze daarvoor totaal niet met elkaar overweg konden. Jezus had het bijvoorbeeld ook over wolven en schapen (Matt 7:15; 10:16; Luk 10:3 en Joh 10:12). Hij gebruikte wolven en schapen als typebeelden van goddeloze en godvrezende mensen. De context is niet geheel hetzelfde, maar het is wel duidelijk dat ook Jezus als profeet gebruik maakte van allegorie, door mensen met bepaalde dieren te vergelijken. De bokken en schapen zouden gescheiden worden en Hij zou Zijn Schapen een veilige woonplaats geven, zonder bedreigingen. Waar het om gaat is dat er vrede zou zijn op Gods heilige berg. Onder het nieuwe verbond was dat het hemelse Jeruzalem, het volk van God, vrij van regels en wetten. Een voorbeeld voor ieder mens.

De Bijbel geeft ons een symbolische weergave van het leven in het Koninkrijk, de 'nieuwe hemelen en de nieuwe aarde', die God zou scheppen. Een 'plaats', een 'berg' waar mensen in vrede met elkaar zouden leven in afhankelijkheid van God, niet vanuit de wet. Niet vanuit een reeks (al dan niet zelf opgelegde) regels en wetten, maar vanuit een liefdevolle relatie met God als Vader en kinderen.

En de slang die stof eet? Dat is volgens mij overduidelijk een verwijzing naar de 'slang', de listige verleider van het paradijs, die de rest van zijn leven stof moest eten, omdat hij Adam en Eva had verleid tot het eten van de boom van kennis van goed en kwaad (een beeld van het leven onder de wet), zodat ze zélf onder controle hadden hoe ze zouden leven, volgens een lijst van regels en wetten en niet in dagelijkse afhankelijkheid van hun Schepper. In Genesis 3 zien we het verhaal van die verleiding, maar we zien ook de oplossing al voorbij komen. Het zaad (de nakomelingen) van de slang zou het zaad van de vrouw in de hiel bijten en dat zaad zou zijn kop vermorzelen. Dit is volgens velen een profetie over Jezus, die uiteindelijk de verleider, de aanklager, de kop in zou drukken. Jezus noemde de mensen die hem zouden laten kruisigen ook 'adderengebroed' (kinderen van de slang) en rechtstreeks 'slangen' (Mattheüs 23:33). Maar uiteindelijk zouden zij hun verdiende loon krijgen (vers 34-38).

Jezus zou afrekenen met de aanklacht van de wet (de kennis van goed en kwaad), om plaats te maken voor een nieuw verbond van vrede, relatie en liefde. Daarom zien we in Openbaring 22 ook alleen nog maar de boom van leven, die genezing brengt. Er is in het koninkrijk van God geen plaats meer voor de boom van kennis van goed en kwaad. De wet is vernietigd. Het volk van God mocht leven in vrijheid en een innige relatie met God.

Mag ik bij deze voorstellen dat wij van dit volk kunnen leren? En dat de liefdevolle God van de Bijbel ook onze God kan zijn?

Als er regels en wetten zijn, wordt ook bijgehouden wat je fout gedaan hebt, zodat er een gepaste straf kan volgen. De volmaakte liefde van God houdt geen lijst bij van dingen die we fout doen, zoals Paulus in 1 Korinthiërs 13 duidelijk onder woorden brengt. En hij benadrukt ook nog eens dat het komen van het volmaakte gelijk het einde betekent van specifieke bedieningen. God houdt er geen 'lievelingetjes' op na die Hij in vertrouwen neemt. Iedereen mag na de openbaring van Jezus de Gezalfde een persoonlijke relatie met God hebben, zonder afhankelijk te zijn van bijzondere apostelen of profeten.

1 Korinthiërs 13:8-9:

De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden. Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; Doch wanneer het volmaakte gekomen zal zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.

Er zou volgens Paulus een einde komen aan profetieën, talen en kennis, wanneer het volmaakte gekomen was. Ik denk dat hij het daar over de vestiging van het Koninkrijk heeft, waarin iedereen rechtstreeks contact heeft met God, omdat Hij bij de mens woont in Koning Jezus en wij niet afhankelijk zijn van het 'ten dele' profeteren. Zijn liefde en waarheid zou bij het komen van het volmaakte volledig geopenbaard zijn.

Merk op dat hij in dit stukje niet zegt dat er een einde komt aan genezingen, wonderen, geloof, onderscheiding van geesten, waar hij in het hoofdstuk daarvoor over spreekt. Maar als het volmaakte gekomen is en Jezus nu inderdaad in ons midden woont, kan Hij ieder van ons individueel en direct dingen laten zien, zonder tussenkomst van 'erkende profeten' en mensen met 'speciale kennis'. Hij noemt drie dingen die voorbij zouden gaan en dat zijn dingen die te maken hadden met de voorbereiding op de komst van Jezus. Nu Jezus gekomen is kan er volgens mij nog steeds geprofeteerd worden (kan een mens over bovennatuurlijke kennis beschikken), maar het gaat niet meer over 'de komst'. Er kan nog steeds op bovennatuurlijke wijze informatie verkregen worden, maar niet meer met betrekking tot het Koninkrijk dat nog moet komen, omdat 'het volmaakte', het Koninkrijk van Jezus er al is. En er kan nog steeds in talen gesproken worden, omdat het onszelf en de gemeenschap kan opbouwen, maar niet meer om mensen klaar te maken of te waarschuwen voor het komende oordeel over Jeruzalem. Dat was namelijk waar al die profetieën, kennis en talen voor dienden.

Zoals ik het begrijp kan nu iedereen persoonlijk een ambassadeur van het Koninkrijk zijn en gebruik maken van elke gave die God geeft. Vanwege het simpele feit dat het Koninkrijk de hele wereld over zou gaan en (het ware) Israël een licht zou zijn voor alle volken. Wat zegt dit eigenlijk over de structuur van veel hedendaagse kerken? Kan het zijn dat er soms te veel aandacht wordt besteed aan de bediening van één persoon? Kun je het met mij eens zijn dat we ons nu allemaal, stuk voor stuk kunnen uitstrekken naar een gave van God, om de gemeenschap en de wereld waarin wij leven te dienen? Iets om over na te denken.

VOLGENDE >

NAAR INDEX

2