33. Duizend

Daarop volgt Openbaring 20... Dit is een lastig hoofdstuk, omdat we het begrip '1000 jaar heersen' nergens anders terugvinden en het daarom dus ook nergens mee kunnen vergelijken. Sommigen willen het vergelijken met het vrederijk van Jesaja en maken er 'duizendjarig vrederijk van de Ingewijde', of 'duizendjarig rijk' van, maar dat staat er niet en ik zie daarvoor ook geen aanleiding in Openbaring. Ook in de profetieën van Jesaja zie ik geen reden om de vervulling ervan later te plaatsen dan de periode na de terugkeer van Israël uit de Babylonische ballingschap. Ik denk dat Johannes in dit hoofdstuk het hele tafereel van het oordeel over Jeruzalem nog eens vanuit het perspectief van de tegenstander te zien krijgt. De tegenstander, die een periode gebonden wordt en daarna weer losgelaten wordt, waarna er definitief met hem wordt afgerekend.

In Openbaring 12 zien we deze tegenstander ook een korte tijd in woede rondgaan, wetend dat hij weinig tijd heeft. Dat komt mogelijk overeen met de korte tijd dat de tegenstander losgelaten wordt, aan het einde van die '1000 jaar'. In de periode dat de tegenstander gebonden is mogen de mensen die vanwege hun getuigenis van Jezus onthoofd zijn, met de Ingewijde heersen. Het gaat dus heel specifiek over bepaalde mensen die zouden heersen. Dat is ook wat Paulus schrijft in 2 Timotheüs 2:12: dat zij zouden heersen met de Ingewijde als ze zouden volharden. Na die periode zien we de opstanding van de doden en het oordeel (het scheiden van de goede en slechte mensen), wat we op andere plaatsen zagen gebeuren bij het tot stand komen van het Koninkrijk en wat samenviel met het oordeel over het oude Jeruzalem. Hierin zie ik meer een parallel dan een aparte gebeurtenis.

Omdat Johannes het heeft over 1000 jaar, denken sommigen dat het over letterlijk 1000 jaar gaat. Anderen zien het symbolisch en laten die duizend jaar beginnen bij de bediening van Jezus, of in het jaar 70 en laten ze doorlopen tot in onze toekomst, weer anderen plaatsen het begin van 'het millennium' (een ander woord voor 1000 jaar) in een al dan niet nabije toekomst met een al dan niet letterlijke 1000 jaar. Sommigen tellen de leeftijden van Adam en Jezus bij elkaar op en zien daar die 1000 jaar in. Weer anderen laten de 1000 jaar beginnen bij Koning David, omdat God Jezus de troon van zijn voorvader David zou geven. Er zijn zelfs mensen die van 2 Petrus 3:8 (mijns inziens onterecht) een formule maken: 1 dag = 1000 jaar en 1000 jaar = 1 dag. Zij passen dat toe op Hosea 6:2, waar de profeet zegt:

Hij zal ons na twee dagen levend maken en op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

Dit zou betrekking hebben op de afgelopen 2000 jaar (2 dagen) die nu spoedig gevolgd gaan worden door een derde dag (het millennium). Er is duidelijk veel verschil in interpretatie.

Dat die 1000 jaar een lange periode beslaat waarvan het einde nog in onze toekomst ligt, vind ik minder waarschijnlijk. Het zou namelijk betekenen dat er nog een moment komt dat de bewuste 'satan', de aanklager van de broeders (Openbaring 12), degene die Israël voor hun Rechter daagde, nog éénmaal wordt losgelaten om de kinderen van Israël te verleiden tot het leven onder de wet en het oude tempelsysteem. Dit zal dan zeer snel gevolgd worden door het definitieve einde van dit akelige wezen en al zijn leugens. Om dit aannemelijk te maken, moeten we wel heel creatief omgaan met de tekst. Dus of er nog zo'n laatste slag komt weet ik niet, maar als die komt weet ik wel wie er wint!

Mijn vermoeden is dat de periode niet als letterlijk 1000 jaar gezien moet worden en dat hij eindigde bij het oordeel over Jeruzalem, omdat de beschrijvingen daarmee samen lijken te vallen en daarmee klopt het totaalplaatje beter. Tevens valt ook Openbaring 20 tussen de tijdsindicaties van het begin en het einde van het boek, dat alles 'spoedig', 'weldra' zou plaatsvinden. Goochelen met getallen heeft al tot zoveel verkeerde 'voorspellingen' van 'het einde' geleid, dat dit nauwelijks meer serieus genomen kan worden. Daarbij lijkt het mij duidelijk dat Petrus met zijn opmerking over '1 dag als 1000 jaar' meer iets over Gods geduld probeerde te zeggen dan dat hij een rekenformule met 3 x 1000 jaar voor Hosea 6:2 in gedachte had.

Het getal 1000 wordt in profetische en poëtische teksten vaker symbolisch gebruikt . Het is een zeer krachtig en vol getal (10x10x10).

Psalm 50:10:

Want al het gedierte van het woud is van Mij, de beesten op duizend bergen.

Psalm 84:11:

Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik verkies liever op de drempel van het huis van mijn God te wezen, dan lang te wonen in de tenten van goddeloosheid.

Jesaja 7:23:

Ook zal het in diezelfde dagen geschieden, dat iedere plaats, waar duizend wijnstokken geweest zijn, van duizend zilverlingen, tot doornen en distels zal zijn;

Het getal wordt op veel plaatsen gebruikt om een uiting kracht bij te zetten. Het is in Openbaring 20 omgeven door andere symbolische voorstellingen. zoals 'de slang', die met 'een ketting' wordt vastgebonden en wordt opgesloten in 'de afgrond' met een 'sleutel'. hiermee staan die 1000 jaar volledig in een symbolische, allegorische context (zie vers 1 en 2).

Door het vernietigen van het oude systeem van de tempeldienst en door de komst van het Koninkrijk heeft de aanklager geen poot meer om op te staan. Hij was al gebonden en overwonnen door Jezus' autoriteit en Zijn volmaakte offer. Nu is ook nog eens het hele religieuze centrum, waar de macht van Satan (de tegenstander) op gebaseerd was, vernietigd. God heeft definitief afgerekend met het oude, overspelige Jeruzalem en de aardse tempel. Daarmee heeft Hij ook korte metten gemaakt met de geestelijke tegenstander en zijn aardse afgezanten.

Als er niet zo'n mooi exact getal (1000) had gestaan was dit hoofdstuk waarschijnlijk niet zo lastig voor velen. Het getal 1000 geeft volgens mij in dit verband slechts een volheid van tijd aan, geen exacte periode van 1000 jaar. Lezen we het als een symbolische lange periode, dan is het te zien als de periode tussen de tijd dat Jezus op aarde de duivel vast bond en Zijn komst in oordeel en de vestiging van Zijn Koninkrijk. In die tijd werd de tegenstander (de satan) een korte tijd losgelaten om 'zijn ding' te doen en daarna voorgoed vernietigd te worden. Geheel in overeenstemming met de rest van Openbaring. “Wat? Maar...”, zullen velen hardop denken, “...betekent dat dan dat er geen Satan meer is?!”

Ik geloof dat specifiek die satan (de tegenstander en aanklager van de kinderen van God, die hen steeds weer de wet voorhield om te laten zien hoe slecht ze wel waren,) gebonden, verslagen en vernietigd is. Daarmee wil ik niet zeggen dat er vandaag geen kwade geesten, demonen of andere soorten geestelijke (of menselijke) aanklagers meer kunnen zijn. Echter, met dé Satan van de Bijbel, de slechterik uit de tijd van het oude verbond, die mensen kon aanklagen op basis van de wet en de zonde, is voorgoed afgerekend. Dat lijkt mij geweldig goed nieuws voor velen die nu nog bang zijn voor dit wezen. Er is geen enkele geestelijke macht die stand kan houden tegen de autoriteit van Jezus.

Kortom: er zijn in mijn ogen wellicht nog duistere machten, maar die opereren in de duisternis en zijn eenvoudig te overwinnen als je beseft wie Jezus is en in Zijn licht te blijven. Hij gaf ons het voorbeeld en liet ons zien hoe we het kwaad kunnen overwinnen. Wij mogen leven in Zijn licht in Zijn hemelse stad, waar duisternis geen plaats heeft.

VOLGENDE >

NAAR INDEX

14