34. Voltooid tegenwoordige tijd?

Openbaring 21 toont ons vervolgens het prachtige beeld van een nieuwe hemel, een nieuwe aarde en een nieuwe stad, het hemelse Jeruzalem, getooid als een bruid. Een beeld van God die nu bij de mensen woont, in een liefdevolle relatie; en elke traan van hun ogen wist. Ja, er zijn nog tranen, maar Hij is er in elk verdriet en Hij is altijd dichtbij. De dood heeft geen heerschappij meer; iets waar Paulus het ook veel over had.

En Hij die op de troon zit zegt: “Ik maak alle dingen nieuw” (vers 5). Hij zei niet “ik heb alle dingen nieuw gemaakt”, maar dat Hij het doet. Dat houdt in dat er aan dit vers geen tijdslimiet zit. Hij is daar denk ik nog steeds mee bezig. Vanaf vers 9 krijgen we een prachtige poëtische en symbolische beschrijving van de bruid. Het is de stad van God, het hemelse, geestelijke Jeruzalem. Schitterend licht, vol goud en edelstenen, poorten als parels, met daarop de namen van de twaalf kinderen van Israël en twaalf fundamenten met de namen van de apostelen van Jezus. Een perfecte samensmelting van oud en nieuw. Een lichtende stad, een volmaakte woonplaats, waarvan de poorten altijd open staan.

Is het trouwens niet opmerkelijk dat in Openbaring 7 eerst gesproken wordt over 12000 getrouwe Israëlieten uit elk van de 12 stammen van Israël? (In totaal 144.000, 12x12x1000 symbolisch, zoals ik al eerder zei). Het geeft een volledigheid aan. In Openbaring 14 worden zij de 'eerstelingen' genoemd. Volgens Joodse begrippen was dat het deel van de oogst dat aan God toebehoorde. Hier zien we dat er een volheid uit alle 12 stammen aan God toegewijd was: Joden (de twee stammen in het land) en verstrooide Israëlieten uit alle windstreken (tien stammen - samen twaalf), omdat God door Jezus Zijn armen uitstrekte naar Zijn verbondsvolk. Dit volle aantal is het volledige trouwe restant van Israël dat uit alle volken zou worden binnengehaald (zie ook Rom. 11:25-27):

Want ik wil niet, broeders, dat jullie deze verborgenheid onbekend zal zijn (opdat jullie niet wijs zijn in eigen ogen), dat er voor een deel verharding over Israël gekomen is, totdat de volheid van de heidenen ingegaan zal zijn. En zo zal geheel Israël gered worden, zoals geschreven is:

De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden van Jakob (Israël) afwenden.”

Hierna ziet Johannes in Openbaring 7:9 een grote menigte uit alle volken, stammen en talen (de verstrooide Israëlieten). Het lijkt erop dat het om dezelfde groep gaat, omdat zij vanuit de grote verdrukking kwamen (7:14) en dat was dezelfde periode waar dit hele boek over gaat. De verdrukking werd ervaren door de ware Israëlieten, die vervolgd werden door de duivelse, haatdragende Joden die Jezus niet wilden accepteren. Johannes hoorde eerst het (symbolische) getal van degenen die verzegeld waren (144.000 – symbolische weergave van de twaalf stammen van Israël, waar twaalf apostelen naar toe gestuurd waren om velen te verzegelen – 7:4) en daarna zag hij die grote menigte aankomen vanuit alle volken. Een menigte die 'niemand tellen kon' (7:9). Daarbij gaan mijn gedachten direct naar teksten als Genesis 15:5 en 22:17, waar God Abraham een nageslacht belooft dat zal zijn als de sterren aan de hemel en als het zand aan de zee; ontelbaar. Over Efraïm, één van Abrahams nakomelingen, een zoon van Jozef, werd gezegd dat zijn nakroost een menigte van volken zou worden (Genesis 48:19). Later zouden de noordelijke 10 stammen, ook wel geïdentificeerd met Efraïm, zo ver onder de volken verspreid worden, dat ze bijna niet meer te onderscheiden zouden zijn van die volken. De apostelen hadden dan ook de Heilige Geest nodig om de uitverkorenen er tussenuit te vissen. Aan het einde van dit hoofdstuk (7:14) en in Openbaring 21:4, zien we dat God elke traan van hun ogen zal afwissen. Een uitspraak die doet denken aan Jesaja 25:8, waar we (in de Griekse vertaling van de Tenach) exact dezelfde bewoording zien. God wist elke traan van het gezicht van het volk af en neemt hun schande weg, opdat ze een zegen zouden zijn voor alle volken, zoals in de verzen ervoor vermeld staat. Verlossing voor het volk, verlost van de vloek van hun wet, om een licht te zijn voor de volken. Vrij van oordeel en schaamte.

Het begrip 'eerstelingen' betekent niet dat er nog 'tweedelingen' of 'derdelingen' komen; de 'eerstelingen' waren zij die God toebehoorden (andere mensen behoorden Hem niet toe en die kwamen ook niet in Gods koninkrijk), zij vormden het nieuwe, hemelse Jeruzalem. Het volledige Israël is dan ook vertegenwoordigd in de symboliek van de 12 poorten (alle stammen) en de 12 fundamenten (de apostelen die het volk uit alle windstreken weer bij elkaar hadden gebracht) in Openbaring 21. De afmetingen hadden ook dezelfde symboliek, want daarin zien we weer de getallen 144 (ellen) in de dikte van de muren en 12000 (stadiën) in de lengte, breedte en hoogte van de stad. Het woord 'eersteling' komt ook voor in 1 Korinthiërs 15:23, waar Jezus de Eersteling genoemd wordt. Ik weet niet zeker of je de manier waarop Paulus het woord gebruikt zomaar kunt toepassen op Openbaring 7, maar als dat wel kan, dan moeten we de 144.000 misschien zien als de eerste lichting en de grote menigte als de rest van het volk (inclusief de verstrooide Israëlieten onder de volken). Alles wijst in ieder geval op de totale hereniging van Israël, met als doel om (eindelijk) dat grote licht te zijn.

God heeft Zijn volk nooit in haar geheel verworpen. Er was altijd een restant van de mensen die wel trouw bleven, die een zegen zouden zijn voor de volken om hen heen. Johannes noemt in dit gedeelte het nieuwe Jeruzalem de bruid van het Lam (het volmaakte offerlam van Israël, dat al hun zonden wegnam en daarmee de hele wet vervulde), waarmee de eenheid en de voltooiing van het hernieuwde verbond met Israël in de vorm van een huwelijk wordt uitgebeeld. Een huwelijk is heel iets anders dan het verdrag dat ze daarvoor hadden, waarbij ze zich botweg aan een stel regels moesten houden. En in een huwelijk hoef je niet elke fout met een offer te herstellen, of anders: scheiding, of erger, de dood! Nee een huwelijk gaat over liefde en trouw.

Zo zien we dat in Jezus de oude dingen zijn afgebroken en alles nieuw werd gemaakt. Hij maakt nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Een nieuwe heerschappij in de geestelijke wereld. Hij gaf Zijn volk een nieuw, geestelijk leven en een nieuw Jeruzalem. De les die zij geleerd hebben is een lichtend voorbeeld voor alle mensen. God wil wonen in mensen met geestelijke, onvergankelijke lichamen die Hem aanbidden op Zijn heilige berg. Zij hoeven niet te leven op de berg van de wet (Sinaï) wat leidt tot dood en ellende, maar ze leven op de berg van de levende God (Sion) wat leidt tot eeuwig geluk en vrede. Zijn Koninkrijk is gekomen in de harten van toegewijde mensen.

Hij maakt werkelijk alles in de geestelijke wereld nieuw, wat door ons heen een uitwerking heeft op aarde, waardoor uiteindelijk ook hier op aarde een vrederijk zal ontstaan. We hebben gezien dat de Bijbel focust op het hart, op geestelijk leven. Israël zou een zegen zijn voor de hele wereld en dat is uiteindelijk verwezenlijkt door Jezus, in Wie het 'ware Israël' gestalte kreeg. Wij kunnen als wereldwijd groeiende gemeenschap van trouwe dienaren, als één lichaam, in één verenigd Koninkrijk de handen ineenslaan en de dingen die Hij ons in de geest gegeven heeft, zichtbaar maken op aarde. Zo zal uiteindelijk de hele aarde vol zijn van Zijn heerlijkheid. Hoe lang dat nog gaat duren weet ik niet, maar samen mogen we er aan werken.

Bid je nog wel eens: “...uw Koninkrijk kome”? Ik zeg niet dat je er verkeerd aan doet, maar ik geloof wel dat het Koninkrijk al gekomen is en dat wij mogen leven in dat Koninkrijk. Want van Hem ís het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid. Nu en tot in eeuwigheid. Wat ik nu bid, is dat het Koninkrijk meer en meer zal 'komen', waarmee ik bedoel dat het steeds meer zichtbaar wordt in de wereld om ons heen, met alle tekenen en wonderen die ermee gepaard gaan. En wanneer wij, na onze taak op aarde volbracht te hebben, ons aardse lichaam verlaten en in Zijn aanwezigheid verschijnen, mogen we voor altijd genieten van dat nieuwe lichaam, in die nieuwe woning, die Hij voor ons bereid heeft.

VOLGENDE >

NAAR INDEX

242