6. Doelgroep

Van de vier aandachtspunten context, doelgroep, bewoordingen en de taal ga ik nu verder in op de doelgroep. Ik gebruik hiervoor een gedeelte uit 1 Thessalonicenzen 4.

Natuurlijk kunnen we van teksten uit de Bijbel iets leren en het toepassen op ons eigen leven, maar bij het vinden van de bedoeling van de schrijver is het bepalen van de doelgroep sterk van invloed. Een belangrijk onderdeel van de verwachting van de nieuwtestamentische schrijvers is bijvoorbeeld de term 'opstanding van de doden'. De doden zouden worden opgewekt en altijd bij Jezus zijn. Hierbij moeten we ook goed in de gaten hebben dat het in het Nieuwe Testament bij 'doden' over het algemeen niet om fysieke doden gaat, maar om geestelijke doden. Paulus schreef er veel over, in o.a. 1 Korinthiërs, Romeinen 5-8, Efeziërs 2, Kolossenzen 2 en 1 Thessalonicenzen. In de brief aan de Thessalonicenzen is hoofdstuk 4 een gedeelte dat mijns inziens een aantal van de meest controversiële en verkeerd begrepen verzen bevat. Veel mensen betrekken deze verzen namelijk op de christenen van vandaag. Paulus sprak in die brief echter niet over ons, maar over wij en u (hijzelf, de andere apostelen en de Thessalonicenzen). Het is duidelijk dat hij verwachtte dat zij die opstanding op korte termijn zouden meemaken en hij wilde hen daarmee bemoedigen. Bekijk 1 Thessalonicenzen 4:13-18 eens in dat licht:

Doch, broeders, ik wil niet, dat u onwetend bent ten aanzien van degenen die ontslapen (gestorven) zijn, opdat u niet bedroefd bent, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, evenzo zal ook God degenen die ontslapen zijn in Jezus, meebrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het Woord van de Heer, dat wij, die levend zullen overblijven tot de komst van de Heer, degenen die gestorven zijn niet zullen voorgaan. Want de Heer Zelf zal met een geroep, met de stem van een belangrijke afgezant (in het Grieks: archangelos), en met de bazuin van God nederdalen vanuit de hemel; en die in de Gezalfde gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna zullen wij, die levend overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heer tegemoet, in de lucht; en zo zullen wij altijd bij de Heer zijn. Zo dan, vertroost elkaar met deze woorden.

Door verschillende vertalingen en interpretaties is deze tekst iets heel anders gaan betekenen dan wat Paulus er mijns inziens mee bedoelde.

Er zijn velen die in deze tekst een plotselinge 'opname' van gelovigen zien, ergens in onze (nabije) toekomst. Velen zouden dan letterlijk uit graven komen, opstijgen in de lucht en daar een ontmoeting hebben met de Heer. Wereldwijd zouden deze opgewekte gelovigen door miljoenen christenen gevolgd worden om ook Jezus in de lucht te ontmoeten en vervolgens met Hem naar de hemel te gaan. Dit zou dan gepaard gaan met een gigantisch rampenscenario, omdat bijvoorbeeld plotseling vele auto's en vliegtuigen zonder bestuurder zouden zitten, mensen die sterven op de operatietafels omdat chirurgen ineens weg zijn, baby's die uit hun bedjes verdwijnen en kleine kinderen die alleen nog hun kleertjes voor de wanhopige moeders in de speeltuin achterlaten... In de film 'Left Behind' roept Chloe met betraand gezicht uit: “de God waar mijn moeder over praatte, zou nóóit zoiets doen!” Ik denk dat ze gelijk heeft.

Bedenk dat Paulus het niet over ons in deze tijd had, maar over hen daar in die tijd, in de eerste eeuw. Dat blijkt uit de woorden 'wij, die levend overgebleven zijn, samen met hen'. Waarom zou Paulus hier ineens 'wij' in een soort algemene zin bedoelen, als in 'wij christenen door de eeuwen heen'? Dat lijkt mij niet logisch, want hij doet dat elders ook niet. Als hij het had over zij en wij, dan waren dat mensen uit die tijd. Zij die nog leefden zouden degenen die gestorven waren niet voorgaan. Dat betekent dus dat de gestorvenen zouden opstaan, vóór hen die toen nog leefden. En, zoals we al gezien hebben, wordt er door zowel Paulus als de andere schrijvers van brieven steeds gesproken over een spoedige komst. Zij leefden in die 'hoop' (verwachting) dat de doden net als Jezus levend zouden worden gemaakt. Een hoop en verwachting die we terugvinden in de woorden van de profeet Hosea (6:1-3):

Komt en laat ons wederkeren tot Jahweh, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden. Hij zal ons na twee dagen levend maken; op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven. Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om Jahweh te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de late regen en vroege regen van het land.

Jezus stond drie dagen na Zijn kruisiging op uit de dood. Zo werd werd het volk in Jezus op de derde dag opgewekt, zoals Paulus zegt in o.a. Efeziërs 2:6:

En [God] heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Jezus de Gezalfde.

Door de Heilige Geest waren ze dus al levend gemaakt, maar de lang verwachtte 'opstanding van de doden' moest nog plaatsvinden (zoals we zojuist zagen in 1 Thessalonicenzen 4); en dat zou spoedig gebeuren. Dit blijkt overigens ook uit Handelingen 24:15:

...Hebbende hoop op God, welke dezen ook zelf verwachten, dat er een opstanding van de doden zal zijn, van zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen.

In deze tekst uit de Statenvertaling zien we het niet direct, maar wat vertaald is met 'zal zijn' is het Griekse woord 'mellein' (van 'melló'). Dit woord heeft niet echt een duidelijke vertaling, maar geeft altijd iets aan dat op het punt staat te gebeuren. Hier kunnen we alvast een stukje woordstudie doen, waaruit blijkt hoe hoog de verwachting was en dat de doelgroep daadwerkelijk het Israël van die tijd moest zijn. Het woord komt veel voor in het Nieuwe Testament. Hier volgen teksten waarin het in verschillende vormen voorkomt en waarbij ik vrij vertaald aangeef hoe het gebruikt wordt:

Matt. 2:16 – waar Herodes van zins is de pasgeboren koning (Jezus) op te sporen.

Matt. 17:22 – waar Jezus op het punt stond verraden te worden.

Luk. 7:2 – waar de dienstknecht van de centurion bijna dood was.

Luk. 9:44 – waar Jezus zegt dat Hij binnenkort zal worden overgeleverd.

Luk. 19:4 – waar Jezus op het punt staat de boom met Zacheüs voorbij te lopen.

Luk. 22:23 – waar de discipelen zich afvragen wie Jezus zou gaan verraden; dat was diezelfde avond nog.

Joh. 6:15,71 – waar Jezus opmerkt dat ze hem spoedig gevangen zouden nemen/ verraden (vers 71).

Joh. 7:39 – waar mensen die geloven de Heilige Geest zouden ontvangen.

Joh. 11:51 – waar de hogepriester voorspelt dat Jezus binnenkort zou sterven.

Hand. 3:3 – waar Petrus en Johannes op het punt staan de tempel in te gaan.

Hand 5:35 – "mannen van Israël bedenk wat je van plan bent met deze mannen te doen..."

Hand. 11:28 – waar Agabus een op handen zijnde hongersnood voorspelt, zodat ze kunnen gaan hamsteren.

Hand. 12:6 – waar Herodus Petrus nog diezelfde nacht van plan was voor te brengen.

Hand. 16:27 – waar de gevangenisbewaarder zichzelf op het punt staat van kant te maken.

Hand 18:14 – waar Paulus op het punt staat zijn mond te openen.

Hand. 20:3 – waar een boot op het punt staat te vertrekken naar Syrie.

Hand. 20:30 – waar mensen huilden omdat ze Paulus spoedig niet meer zouden zien.

Hand. 21:27 – waar zeven dagen bijna voorbij waren.

Hand. 27:30 – waar zeelieden op het punt staan de ankers uit te gooien...


Zo zijn er nog tientallen voorbeelden, maar het is nu wel duidelijk welke lading het woord in alledaagse beschrijvingen heeft. Hetzelfde woord wordt echter ook in de volgende teksten gebruikt:

Mat. 16:27 – waar Jezus zegt dat de Mensenzoon spoedig komt, in de heerlijkheid van Zijn Vader.

Luk. 3:7 – waar Johannes waarschuwt voor de wraak die spoedig zou komen.

Luk. 21:28 – waar Jezus zegt dat deze dingen (alle tekenen die Hij noemde, inclusief de verwoesting van de tempel) spoedig zouden plaatsvinden!

Rom. 8:18 – het lijden van deze tijd weegt niet op tegen de heerlijkheid die binnenkort in ons (Paulus en zijn lezers) geopenbaard wordt.

Kol. 2:16-17 – voedselwetten, feesten, nieuwe maan en sabbat waren een schaduw van wat spoedig komende was.

Heb. 6:5 – ze hebben een voorproefje mogen ervaren van de tijd die spoedig komen gaat.

Heb. 10:1 – de wet is een schaduw van de dingen die op het punt staan te gebeuren.

Heb. 13:14 – wij zoeken een stad die op het punt staat te komen (het hemels Jeruzalem).

Op. 1:19 – de dingen die u hebt gezien, de dingen die zijn en de dingen die binnenkort gaan gebeuren.

Op. 3:10 - het uur van verzoeking dat op het punt staat over de hele wereld (oikoumene) te komen...

Dat alles werd geschreven in die tijd en aan de mensen van die tijd, met een zeer spoedige vervulling in gedachten. Zij waren de doelgroep, niet wij. Als je er verschillende Nederlandse vertalingen bij pakt, zie je hoe vertalers soms met een bepaalde achterliggende gedachte vertalen en niet altijd de meest voor de hand liggende vertaling gebruiken. Omdat veel vertalers er vanuit gaan dat bepaalde dingen nog in een (verre) toekomst moeten gebeuren, hebben ze het woord 'melló' (en de verschillende vormen ervan) niet krachtig genoeg vertaald, waardoor mensen vandaag de dag zelfs nog het idee hebben dat ze zichzelf erin kunnen lezen. Men maakt er dan vaak van dat het zéker zal gebeuren, of het wordt helemaal niet vertaald. En dat terwijl het woord een zeer krachtige tijdsaanduiding is voor een aanstaande gebeurtenis. Gelukkig hebben we tegenwoordig de mogelijkheid om in de computer te zoeken naar elke plaats waar een woord voorkomt, zodat we zelf kunnen nagaan hoe bepaalde woorden door dezelfde schrijver of in andere geschriften uit die tijd gebruikt werden. Het kost tijd en moeite, maar het loont wel. Het geeft ook heel veel rust om te mogen weten dat je niet bij elke tekst hoeft te denken: “O, gaat dit over mij? Maar hoe dan? Staat mij nog grote verdrukking en veel lijden te wachten?” Nee, wees gerust, het gaat niet over jou. Wij mogen aan onze eigen relatie met God bouwen. We hoeven niet in een krampachtige verwachting te leven van allerlei vormen van ellende en vernietiging die aan Israël voorspeld werden.

Belangrijk is ook het woordje 'hoop'. De opstanding was hun hoop en dat is beter te vertalen met 'verwachting', omdat wij het woord vaak gebruiken voor dingen die we niet zo zeker weten... “ik hoop het...” Nee, de Bijbelse hoop was veel meer een zekerheid van iets dat in dit geval spoedig zou komen. Wat voor 'vertroosting' zou het anders zijn geweest voor de zwaar vervolgde Thessalonicenzen, als het allemaal nog duizenden jaren zou duren, voordat deze woorden waarheid zouden worden? “Dus, vertroost elkaar met deze woorden.” Daar spreekt verwachting uit. Een verwachting die we door het hele Nieuwe Testament heen zien. Het uitzien naar iets dat spoedig moest gebeuren. Maar er is meer.

Dit stukje doet namelijk vermoeden dat de mensen die stierven tussen Jezus' hemelvaart en Zijn komst, nog naar het dodenrijk gingen. Jezus had wel 'krijgsgevangenen' meegenomen uit het dodenrijk (Efeziërs 4:8-10), maar het dodenrijk was er nog wel (Openbaring 20:13-15). Ik zie het zo, dat de mensen die stierven in de zware vervolgingen van die tijd (onder Nero, maar vooral ook onder de extremistische Joden van die tijd), nog naar het dodenrijk gingen en dat zij bij het laatste gericht over het oude systeem – de ondergang van het oude Jeruzalem en de tempel – definitief naar de hemel konden. Daarna gingen alle overgebleven rechtvaardigen direct naar de hemel, zonder eerst in het dodenrijk terecht te komen. Jezus had al gezegd dat de 'doden' zijn stem zouden horen en zouden leven (Johannes 5:25-29). En dat waren niet alleen fysieke doden, maar ook mensen die nog in hun lichaam rondliepen en geestelijk dood waren. Hoe konden anders 'doden' hun 'doden' begraven (Mattheüs 8:22; Lukas 9:60)? In 1 Korinthiërs 15 gaat Paulus nog verder in op deze opstanding uit de dood, maar daarover later meer. Dit stukje in Thessalonicensen is geschreven ter bemoediging van de vervolgde christenen in die tijd. Zij zouden de komst van Jezus samen met hun reeds gestorven broeders en zusters meemaken. Dit blijkt ook uit het woordgebruik in deze passage.

VOLGENDE >

NAAR INDEX

2