Het einde van de wereld

De schaalfactor

Hoe zit het met de termen 'het einde van de wereld' en 'het einde van de tijd'? Is het niet zo dat de Bijbel spreekt over het einde van alle dingen, het vergaan van hemel en aarde in het laatste oordeel, het versmelten van de elementen, het wankelen van de hemellichamen, vallende sterren en het einde van de tijd? Soms lijkt het er wel op, maar we zullen zien dat de woorden wel eens iets anders zouden kunnen betekenen dan veel mensen denken. Daarbij speelt vaak de vertaling een belangrijke rol, maar ook de context. Wij zeggen dingen tegenwoordig anders dan een Griek of een Jood rond het begin van onze jaartelling. Zoals eerder gezegd: we moeten ons verplaatsen in een cultuur van tweeduizend jaar geleden. We moeten gaan kijken naar de context en het woordgebruik van die tijd.

Laten we eens kijken naar het woord 'wereld'. We vinden dat woord ook in een uitspraak van Jezus, waarin een tijdsbepaling zit voor Zijn komst. Dit haakt gelijk mooi in op het vorige gedeelte. We lezen in Mattheüs 24:1,2:

En Jezus ging uit en vertrok van de tempel; en Zijn discipelen kwamen bij Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. En Jezus zei tegen hen: Ziet u niet al deze dingen? Waarlijk, Ik zeg: Hier zal niet een steen op de anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.

De leerlingen vroegen vervolgens (in vers 3):

Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en wat zal het teken zijn van Uw komst, en van de voleinding van de wereld?

Deze vraag komen we ook tegen in Markus 13:4, waar het zo staat:

Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En wat is het teken, wanneer deze dingen allemaal voleindigd zullen worden?

We zien dat de vraag één geheel is en niet onderverdeeld kan worden in 2 of 3 vragen, wat ik sommigen wel eens heb horen zeggen. Uit het parallelle gedeelte in Markus blijkt namelijk dat de leerlingen met 'deze dingen' zowel de vernietiging als de voleindiging bedoelden. In Markus zien we vervolgens slechts een samenvatting van Jezus' antwoord. Lukas zegt het met iets meer woorden en beperkt de vraag tot 'wanneer komt het Koninkrijk?' Maar Mattheüs geeft een uitgebreid verslag. Dat is ook de reden dat men vaak alleen deze tekst kent en aanhaalt met betrekking tot de 'laatste dagen'. Een belangrijke kernzin in het antwoord van Jezus is Mattheüs 24:14:

En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.

Wat verstonden zijn toehoorders onder 'de (gehele) wereld' en 'alle volken'?

Een wereld gaat open

Ten eerste moeten we kijken naar het Griekse woord dat hier met 'wereld' vertaald is. Er zijn vier Griekse woorden die met 'wereld' vertaald kunnen worden: 'kosmos', 'gé', 'oikoumene' en soms 'aion(os)'. Op zich kun je ze alle vier met 'wereld' vertalen, maar dan moet wel uit de context blijken op welke manier je 'wereld' bedoelt. Als wij zeggen 'niet zo schreeuwen, de hele wereld hoeft het niet te horen', dan bedoelen we natuurlijk de directe omgeving en niet de hele aardbol. Wij kennen bijvoorbeeld de 'Engelssprekende wereld', 'een wereld van verschil', de uitroep 'wát een wereld!', het begrip 'wereldwijd' en zo voort. Context is heel belangrijk en uiteindelijk bepalend voor een juiste vertaling of begrip. Zo is het in het Grieks ook. Elk van die vier woorden kan weer in een bepaalde context gebruikt worden, waardoor het zijn eigen unieke betekenis krijgt. Wat we dus moeten doen, is kijken hoe de woorden elders in geschriften uit die tijd werden gebruikt; het liefst hoe de schrijver zelf het woord gebruikte. Als je dat leert zien, gaat er een wereld voor je open...

Laten we eens enkele teksten uit het Nieuwe testament bekijken. Neem Romeinen 10:18, waar Paulus het heeft over de prediking van het evangelie:

Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld.

Het woord dat hier in de Statenvertaling vertaald wordt met 'aarde' is het Griekse woord 'gé' en het woord dat met 'wereld' vertaald wordt, is 'oikoumene'. Een betere vertaling in zou dit verband zijn: “...hun geluid is het hele land door gegaan, in alle lagen van de bevolking is het gehoord”. Dat is geen letterlijke vertaling, maar een interpretatie. Toch brengt het de betekenis beter over, dan wanneer je het letterlijk weergeeft. Je ziet in sommige vertalingen dat er voor een groot deel letterlijk uit het Grieks vertaald wordt. Daar is iets voor te zeggen, maar hierdoor mis je bepaalde zaken, die met behulp van commentaren duidelijk moeten worden gemaakt. Op zich is het wel begrijpelijk dat men zo letterlijk mogelijk probeert te vertalen, want als je de betekenis probeert te vertalen (parafraseren), dan ga je soms onbewust je mening erin verwerken. Dat gebeurt helaas maar al te vaak in vertalingen. Dat komt omdat de betekenis van de oorspronkelijke tekst niet altijd even duidelijk is en dat deze vaak zelfs op meerdere manieren vertaald kan worden. Ik laat hier dan ook zien wanneer ik iets interpreteer en waarom.

Het woord 'gé' betekent 'aarde', in de zin van 'grond' of 'land'. Al hoeft het niet beperkt te zijn tot één land. Het kan in een bepaalde context zelfs op de hele wereldbol slaan, net als in het Nederlands 'aarde' voor grond en voor wereldbol gebruikt kan worden. Het woord 'oikoumene' betekent 'wereld', in de zin van 'maatschappij' of 'gemeenschap'. Het komt van het Griekse woorden voor 'huis' en 'bewonen'. In het geval van de eerste eeuw, zou dit het beste gezien kunnen worden als de Romeinse wereld. Wij spreken immers ook over de 'wereld' die wij kennen, maar wij hebben internet en televisie, waardoor de hele wereld één grote gemeenschap of samenleving is geworden. Voor de mensen in de Bijbel was de 'oikoumene-wereld' veel beperkter.

Nu kan ik vertellen welk woord Jezus gebruikte in Mattheüs 24:14. Dat was 'oikoumene', de 'gemeenschap', de 'maatschappij', de Romeinse wereld. En Paulus bevestigt in Romeinen 10:18 dat het evangelie inderdaad aan de hele toenmalige maatschappij verkondigd was. Dit is een behoorlijk belangrijk punt. Hoe vaak horen we niet zeggen dat het evangelie eerst over de hele wereld verkondigd moet worden, voordat Jezus terugkomt? Wij kunnen ons nu serieus afvragen of dit terecht is. En dan hebben we het nog niet eens gehad over wat er in de Bijbel precies met de 'komst' van Jezus bedoeld wordt. Hierover later meer.

Goed, we hebben gezien dat 'gé' en 'oikoumene' gebruikt kunnen worden om het land en de maatschappij aan te duiden, maar hoe zit het met 'kosmos'? Dat is toch de hele wereld, zoals wij die kennen? Wij gebruiken het woord vandaag zelfs voor het hele universum.

In een bepaalde context kun je 'kosmos' inderdaad als de hele 'wereld' zien. En er zijn teksten in de Bijbel waar dat ook het geval is. Al moeten we dan nog steeds bedenken dat men zich toen in Israël niet bezig hield met Japan, Amerika of Australië. Maar lees eens in Kolossenzen 1:5,6:

Om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen, van welke u te voren gehoord hebt, door het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie; dat tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, vanaf de dag dat u het gehoord hebt, en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen.

Hier staat in de Statenvertaling weer 'wereld', maar in het Grieks staat er 'kosmos'. Gaat het dan over de hele aardbol? Nee, want het evangelie was, toen Paulus dit schreef, nog niet aan de Eskimo's, de Aboriginals en de Indianen verteld; om maar niet te spreken van alle inheemse stammen die nú nog niet eens allemaal bereikt zijn. Toch spreekt Paulus in de verleden tijd: 'het evangelie, dat tot u gekomen is, net als in de gehele wereld'.

Jezus spreekt ook over het verkondigen aan de 'wereld' (het Griekse woord 'kosmos'), in Johannes 18:20:

Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken; Ik heb voortdurend in de synagoge geleerd en in de tempel, waar alle Joden bijeenkomen, en in het verborgene heb ik niets gesproken.

Hij gebruikt het woord hier in overdrachtelijke zin, zodat er niet echt een begrenzing in zit. Hij benadrukt dat Hij alle Joden zo kon bereiken. De context is hier daarom Juda en Israël, en niet de hele wereld zoals wij die nu kennen. Jezus kwam voor Zijn volk en de verloren schapen van Israël. (zie ook Mattheüs 10:6 en 15:24). Het woord 'kosmos' betekent letterlijk 'orde' of 'een geordend geheel'. Het wordt vaak voor 'de schepping' gebruikt en kan daarmee op de hele wereld slaan, maar het kan in deze context ook beperkt zijn tot Israël als geordend geheel. Zie bijvoorbeeld Johannes 1:29-31 en 1 Johannes 2:15-17:

De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toekomen en zei: Kijk het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt! ... aan Israël geopenbaard …

Heb de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; als iemand de wereld liefheeft is de liefde van de Vader niet in hem... En de wereld met al haar begeerten gaat voorbij, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.

Bedoelt Johannes hier dat de hele schepping, de aardbol voorbij gaat, of wordt er ook hier met 'wereld' (kosmos) de orde of het systeem van Israël bedoeld?

Vergelijk het eens met Galaten 4:3-5:

... toen wij nog kinderen waren, werden wij tot slaven gemaakt onder de eerste beginselen van de wereld (kosmos). Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God Zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, onder de wet, opdat Hij degenen die onder de wet waren verlossen zou en opdat wij de aanneming tot kinderen zouden verkrijgen.

In Kolossenzen 2:8,20 spreekt Paulus ook over die 'beginselen van de wereld', dat waren de wetten en regels waardoor de Israëlieten destijds be- en veroordeeld werden. En in Galaten 3:23, en 6:14 zegt hij nog meer over het contrast tussen hun vrijheid in Christus en de gebondenheid aan de 'wereld' (kosmos), doelend op de wet. De hele brief aan de Galaten is een pleidooi om de genade die men ontvangen had in de Geest niet weer om te wisselen voor een leven onder de wet. Paulus vergelijkt het leven onder de wet met leven 'in het vlees' (besnijdenis) en 'in de wereld' (kosmos). Hij vermaant zijn lezers om te leven vanuit de Geest en de genade van God. Uit deze verzen blijkt dus dat we niet zomaar aan de hele aarde mogen denken wanneer we in het Grieks 'kosmos' lezen.

Naast Mattheüs 24:14 vinden we uitspraken over de verkondiging van het evangelie aan de 'hele wereld' in Markus 13:10, 16:15 en vlak voordat Jezus wordt opgenomen in de hemel, in Handelingen 1:8. In deze gedeelten worden drie van de genoemde Griekse woorden gebruikt, dat zijn 'kosmos', 'gé' en 'oikoumene'. Jezus gebruikte alle drie de woorden in verband met de verkondiging aan de hele wereld de hele aarde en door het hele land.

Maar er waren meer manieren waarop men over de toenmalige wereld sprak. Neem Markus 13:10:

En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder alle volken.

De zinsnede 'al de volken' is in het Grieks: 'panta ta ethné'. Exact dezelfde zinsnede die Paulus gebuikt in Romeinen 16:25,26:

Hem nu, Die in staat is u te bevestigen, naar mijn evangelie en de prediking van Jezus de Gezalfde, naar de openbaring van de verborgenheid, die van de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest, maar nu geopenbaard is en door de profetische Schriften, naar het bevel van de eeuwige God, tot gehoorzaamheid van het geloof, onder alle volken bekend is gemaakt; de enige wijze God zij door Jezus de Gezalfde de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

Het kan ons door de vertaling ontgaan, maar 'alle volken' is in het Grieks 'panta ta ethné'. Hier zegt Paulus aan het einde van deze brief aan de Romeinen, dat aan de opdracht van Jezus (beschreven in Markus 13:10) reeds voldaan was. Het goede nieuws was onder alle omringende volken bekend gemaakt, maar niet de hele aarde zoals wij die nu kennen. Het woord 'onder' heeft nog een diepere betekenis, maar daarover later meer.

Markus 16:15:

En Hij zei tegen hen: Ga heen in de gehele wereld, predik het Evangelie aan de hele schepping.

Het woord voor de 'wereld' is hier weer de 'kosmos', die volgens Paulus bereikt was (zie Kolossenzen 1:6), en het woord voor 'schepping' is 'ktisis'. Hier zien we schepping en 'kosmos' in één adem genoemd. Paulus maakt in Kolossenzen 1:23 gebruik van dit woord voor schepping, waardoor we wederom kunnen zien dat in zijn tijd al aan deze opdracht van Jezus voldaan was:

Indien u maar blijft in het geloof, gefundeerd en vast, en niet laat afbrengen van de hoop van het Evangelie, dat u gehoord hebt, dat gepredikt is aan elk schepsel dat onder de hemel is; waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben;

Het evangelie is aan elk schepsel onder de hemel verkondigd. En Paulus zei dit bijna 2000 jaar geleden al. Onder 'elk schepsel' verstaat Paulus dus niet elk mens op aarde. Dit heeft te maken met dat woordje 'onder' uit het eerder genoemde Romeinen 16:25,26.

Dan is er nog Handelingen 1:8, die ook vandaag de dag nog door veel mensen wordt gezien als 'de grote opdracht':

Maar jullie zullen de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over jullie zal komen; en jullie zullen Mijn getuigen zijn, in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria, tot aan het uiterste van de aarde.

Kijken we nu nogmaals de woorden van Paulus er op na, in Romeinen 10:18:

Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld.

In deze beide verzen wordt het Griekse woord gé gebruikt. De woorden 'gehele' en 'uiterste' zijn weliswaar verschillende woorden, maar zowel in onze taal als in het Grieks duiden ze op hetzelfde, namelijk de hele aarde. En eigenlijk kan dat woord gé ook in dit geval beter vertaald worden met 'land'. Het woord 'aarde' geeft ons in deze tijd een ander gevoel dan de mensen die het lazen in het Israël van 2000 jaar geleden.

Niet lang na Jezus' woorden in Handelingen 1:8 werd de Heilige Geest uitgestort. Dit lezen we in Handelingen 2. De Joden vierden het Wekenfeest, ook wel Pinksteren genoemd en er waren veel mensen op de been. Handelingen 2:1-12:

En toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak, waren zij allen eendrachtig bijeen. En er kwam plotseling uit de hemel een geluid, lijkend op een geweldige gedreven wind en vervulde het hele huis waar zij zaten. En er verschenen vurige tongen die zich over ieder van hen verdeelden. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen zoals de Geest hun gaf uit te spreken. En er waren Joden die te Jeruzalem woonden, godvruchtige mannen van alle volken die onder de hemel zijn. En toen dit geluid voorbij was, dromden de mensen samen en waren onthutst want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij waren allemaal uiterst verwonderd en zeiden tegen elkaar: Zie, zijn zij die daar spreken niet allen Galileërs? Hoe horen wij hen dan ieder in onze eigen taal waar wij mee opgegroeid zijn? Parthers en Meders en Elamieten en inwoners van Mesopotamië en Judea en Cappadocië, Pontus en Azië. Frygië en Pamfylië, Egypte en de delen van Libye, wat bij Cyrene ligt en uitlandse Romeinen, zowel Joden en Jodengenoten; Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen van de grote werken van God spreken. En zij waren allen zeer ontzet en werden vertwijfeld en zeiden tegen elkaar: Wat zou dit betekenen?

Wat dit betekent lijkt mij duidelijk. We krijgen hier een mooie opsomming van wat er verstaan werd onder 'alle volken die onder de hemel zijn'. Hier gebruikt Lukas dezelfde Griekse woorden die we vinden in Romeinen 16:26, waarin Paulus vaststelde dat alle (verloren schapen onder de) volken bereikt waren. Let op de woorden “er waren Joden” en verderop “Hoe horen wij hen dan ieder in onze eigen taal...?” Het is dus niet zo vreemd dat al die Joden onder alle volken in de omgeving al snel bereikt werden met het evangelie. Veel mensen die op dat Wekenfeest aanwezig waren en de Galileërs in hun eigen taal hoorden spreken, kwamen tot geloof in Jezus. Daarna zullen zij ongetwijfeld de blijde boodschap hebben doorgegeven aan (onder de volken verstrooide) familie en vrienden uit hun taalstreek. Het evangelie werd op deze manier met een razend tempo gelanceerd in hun wereld.

We kunnen nu met een gerust hart concluderen dat de schrijvers in de eerste eeuw (in ieder geval Mattheüs, Lukas en Paulus) met 'aarde', 'wereld' en 'elk schepsel onder de hemel' iets anders bedoelden dan wij in eerste instantie geneigd zijn te denken wanneer we het lezen. Tegelijk zien we dat deze mensen er van overtuigd waren dat aan Jezus' opdracht om het evangelie aan de hele wereld, de uitersten van de aarde, onder alle volken en aan de hele schepping te verkondigen, voldaan was!

In de tabel hieronder zie je de verzen waar de opdracht van Jezus met de Griekse woorden voor 'wereld', 'volken', 'schepping' en 'aarde', voorkomen, met de exacte vervulling ernaast:

Mattheüs 24:14

En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld (oikoumene) gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.

Romeinen 10:18

Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld (oikoumene).

Markus 13:10

En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder alle volken (panta ta ethné).

Romeinen 16:25,26 (Handelingen 2:5)

mijn Evangelie en de prediking van Jezus de Gezalfde... onder alle volken (panta ta ethné) bekend is gemaakt;

Markus 16:15

En Hij zei tegen hen: Ga heen in de gehele wereld (kosmos), predik het Evangelie aan de hele schepping.

Kolossenzen 1:6

...het Evangelie; dat tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld (kosmos); en het brengt vruchten voort...

Markus 16:15

En Hij zei tegen hen: Ga heen in de gehele wereld, predik het Evangelie aan de hele schepping (pasé té ktisei).

Kolossenzen 1:23

...het Evangelie, dat u gehoord hebt, dat gepredikt is aan elk schepsel (pasé té ktisei) dat onder de hemel is;

Handelingen 1:8

Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, te Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot aan het uiterste der aarde (gé).

Romeinen 10:18

Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde (gé) uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld.

Sommige mensen worden op dit punt wat onrustig van binnen, want dit zou in de ogen van de oplettende lezer kunnen betekenen dat we nu niet meer hoeven te evangeliseren, omdat het dan allemaal al voorbij zou zijn. De grote opdracht is helemaal volbracht, dus wat valt er dan nog te doen voor ons? Het antwoord is vrij eenvoudig eigenlijk, want het goede nieuws waarover in de genoemde teksten gesproken wordt, is niet hetzelfde goede nieuws dat voor ons geldt. Mensen vertellen van het goede nieuws is nog niet voorbij, maar ik denk wel dat dit goede nieuws van een iets andere aard is dan de boodschap van de apostelen voor Israël. Laten we niet meer ons eigen referentiekader gebruiken bij het interpreteren van een tweeduizend jaar oude tekst. De boodschap voor Israël hield in dat zij bevrijd (verlost) werden van de wet die hen zo lang alleen maar dood en verderf had gebracht. De wet waar zij na de uittocht uit Egypte zo gretig 'ja' op hadden gezegd, was onmogelijk helemaal te houden. Uiteindelijk bracht het alleen maar veroordeling en afscheiding van hun God. Het verhaal van Israël laat ons zien dat God dit nooit heeft gewild en dat Hij er in Jezus radicaal een einde aan heeft gemaakt. Het goede nieuws voor ons is dat wij helemaal niets meer met die wetten te maken hebben, maar alleen nog met een liefdevolle Vader, die ons behandelt als kinderen en vrienden en niet als onderdanen die zijn volmaakte wet moeten houden.

Dit is het einde

Zo is er in onze tijd ook een betekenis gegeven aan 'het einde'. Er wordt zelfs gezegd dat 'het einde van de tijd' nadert. Maar in de Bijbel zien we die bewoordingen niet terugkomen. Wat er wel staat vinden we onder andere in 1 Petrus 1:19,20:

Maar door het dierbaar bloed van de Gezalfde, als van een ongeschonden en onbevlekt Lam; Dat al gekend is geweest voor de grondlegging van de wereld, maar voor u geopenbaard is in deze laatste tijden.

En Hebreeën 1:1:

God, die voortijds vele malen en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken heeft door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon

Zie ook Handelingen 2:15-20, waar Petrus de mensen toespreekt, nadat ze net de Heilige Geest hadden ontvangen en onder inspiratie van die Geest begonnen te spreken in alle talen van de mensen die voor het pinksterfeest in Jeruzalem waren samengekomen:

...dit is het, waarvan gesproken is door den profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in den hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur, en rookdamp. De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en opzienbarende dag van de Heer komt. En het zal zijn, dat een ieder, die de Naam van de Heer zal aanroepen, gered zal worden.

Wanneer was die 'grote opzienbarende dag van de Heer'? In de 'laatste dagen'. En wanneer waren die laatste dagen? Op het moment dat Petrus zei: “dit is het”. Dat was bijna tweeduizend jaar geleden. En wat zou er daarna gebeuren? Bloed en vuur, rook en duisternis, met een maan als bloed. We hebben al gezien dat dit soort symboliek in de oren van Joden van de eerste eeuw klonk als een komend oordeel over heersende autoriteiten en een corrupte heersende orde (Grieks: kosmos). Het ging voor hen niet om een einde van de tijd en vernietiging van de aarde zoals wij die kennen. Ze wisten heel goed waar dit over ging. Petrus kort de tekst van Joël (hoofdstuk 2) behoorlijk in. De profeet spreekt met symbolen en waarschuwingen het volk toe. Hij zegt ten slotte dat het volk ontkoming kan vinden op de berg van God (Sion). Petrus betrekt dat in zijn toespraak op Jezus. De schrijver van het boek Hebreeën doet later hetzelfde (in Hebreeën 12:22-24):

Maar u bent gekomen tot de berg Sion, en de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden afgezanten; Tot de algemene vergadering en de Gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en de geesten van de volmaakte rechtvaardigen; en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus...

Hier zien we een directe verwijzing naar Joël; en we zien een thema dat terugkomt in het boek Openbaring: het nieuwe Jeruzalem. De geestelijke stad, waar God aanbeden kan worden in geest en in waarheid. Zoals Jezus zei (in Johannes 4:21-24):

Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat jullie noch op deze berg, noch te Jeruzalem, de Vader zullen aanbidden. Jullie aanbidden wat jullie niet kennen. Wij aanbidden wat wij kennen, want de redding is uit de Joden. Maar de tijd komt, en is er nu al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en in waarheid; want de Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid.

In het Nieuwe Testament zien we telkens weer dat het Koninkrijk komt in de geest, in waarheid, onzichtbaar, niet 'van deze wereld', maar hemels en geestelijk. Hierover zal ik verderop meer zeggen, maar voor nu is het belangrijk om te zien dat er gesproken wordt over 'nu' en 'dit is het'. Dat was toen al, in de eerste eeuw. Dat had betrekking op het oordeel, maar ook op de redding en de komst van het Koninkrijk. Is het niet vreemd om te geloven dat we vandaag nog steeds in 'de laatste dagen' leven? Als die 'laatste dagen' toen waren, is het dan logisch te geloven dat die dagen nog steeds doortellen?

Jezus zei het heel duidelijk in Lukas 21:22:

...want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven staat, in vervulling gaat.

En dan de hamvraag: wát ging er precies in vervulling? 'Alles wat geschreven staat', is heel breed. Het gaat daar om alles wat geschreven staat met betrekking tot hetgeen in die context besproken werd. Deze constructie vinden we wel vaker in het Grieks. Zo zegt Paulus in Filippensen 4:13:

Ik ben in staat alle dingen te doen door de Ene, Die mij kracht geeft.

Dat betekent niet dat hij zomaar alles kon doen, maar dat hij kracht kreeg om de dingen te doen die hij daarvoor noemde: in voorspoed én in gebrek leven.

Zo moeten we ook kijken naar Lukas 21:22. Alle dingen die geschreven zijn: dat de tempel zou worden afgebroken, dat er valse 'gezalfden' zouden komen, oorlogen, oproer, aardbevingen, hongersnoden, epidemieën, tekenen aan de hemel, vervolgingen, verdeeldheid, zelfs binnen gezinnen, de belegering van Jeruzalem en haar verwoesting. Alles wat Hij daarvoor genoemd heeft en waar de profeten over geschreven hadden. Dát zou in vervulling gaan. De voorspelling van 'bloed, vuur, rook, verduistering van hemellichamen, wonderen en tekenen' waren zeer actueel tijdens de belegering en vernietiging van Jeruzalem en de tempel in de jaren 66 tot en met 70. Geschriften uit de eerste eeuwen, van Flavius Josephus, Gaius Tacitus, Eusebius van Caesarea en teksten die toegeschreven worden aan namen als 'Pseudo-Hegesippus' en 'Sepher Josippon' doen verslag van oorlogen, hongersnoden, ziekten, aardbevingen, zelfbenoemde profeten en opstandelingen. De latere schrijvers verwijzen voornamelijk naar Josephus en Tacitus, die daarmee de belangrijkste bronnen vormen. Er werden imposante verschijningen waargenomen in de lucht, boven Jeruzalem in die tijd. Er werd een grote indrukwekkende gestalte gezien, strijdwagens, soldaten in pantser met vurige wapens, de tempel die plotseling verlicht werd door een schijnsel uit de hemel en men zag een gezicht van een man in de wolken. Er werd ook nog een 'ster' waargenomen in de vorm van een zwaard (waarschijnlijk een komeet) die een jaar boven de tempel zichtbaar was. Kunnen deze waarnemingen de tekenen zijn geweest waar Jezus het over had? (Zie Mattheüs 24, Markus 13 en Lukas 21.) Ik weet het niet, oordeel zelf...

Enkele voorbeelden:

(Flavius Josephus, 'De Joodse oorlog', Boek 6, hoofdstuk 5, sectie 3:) “Op de eenentwintigste dag van de maand Artemisias, verscheen een wonderbaarlijk en indrukwekkend fenomeen, ik veronderstel dat de verslaggeving ervan een fabel zou lijken, ware het niet verteld door degenen die het zagen en waren de gebeurtenissen die daarop volgden niet van dusdanig aanzienlijke aard dat zij dergelijke berichtgeving verdienen; want voor zonsondergang werden wagens en troepen van soldaten in hun pantser gezien, die rondreden onder de wolken, en ze omsingelden de steden.”

(Gaius Tacitus, 'Geschiedenissen', Boek 5.13:) “Er werden legertroepen gezien die streden in de lucht, een vurig schijnsel van wapenen. En de tempel werd verlicht door een plots schijnsel vanuit de wolken.”

(Eusebius, 'Kerkgeschiedenis', Boek 3, hoofdstuk 8, Sectie 1-6:) "En na het feest, slechts enkele dagen later, verscheen een grote geest in de lucht en wat daarmee in verband stond, zou een sprookje lijken, ware het niet verteld door ooggetuigen, gepaard gaande met lijden dat deze tekenen waardig is. Want voor zonsondergang verschenen er in de lucht, over het hele land, wagens en gewapende troepen die door de wolken reden en alle steden omsingelden."

(Flavius Josephus, 'De Joodse oorlog', Boek 6, hoofdstuk 5, sectie 2 en 3:) “Een ster in de vorm van een zwaard, stond boven de stad, samen met een komeet die een jaar lang gezien werd ... Op de achtste dag van de maand Xanthicus en op het negende uur van de nacht, scheen er een dermate helder licht rond het altaar en de tempel, dat het leek alsof het klaarlichte dag was.”

De conclusie lijkt mij voor de hand liggen, maar ik wil je uitdagen om het zelf te onderzoeken. Voor de ijverige student: lees de boeken van bovenstaande schrijvers maar eens. Er zijn daarin duidelijke overeenkomsten met het Nieuwe Testament van de Bijbel te vinden.

De aankondiging in Lukas 21:22 dat alles wat geschreven stond in vervulling zou gaan, was voor de Joden die daar stonden geen goed nieuws, dat was het einde van alles wat hen zo dierbaar was. Hun geliefde hoofdstad, hun tempel en hun tradities. Het zou allemaal tot een einde komen. Het was hún wereld die zou vergaan, niet de hele aardbol, maar voor hen was het erg genoeg. Er zou echter wel iets nieuws voor in de plaats komen. Daarover later meer.

Een tijd van komen

Jezus had het regelmatig over de 'komst' die Daniël voorspelde. Zo zagen we al in Mattheüs 16:27-28:

Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn afgezanten, en dan zal Hij iedereen vergelden naar zijn daden. Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen die hier staan, die de dood niet zullen proeven, totdat zij de Mensenzoon zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

We hebben het al gehad over de tijdsaanduiding: dat sommigen nog niet dood zouden zijn bij Zijn komst. Het woord 'vergelden' kan ook gelezen worden als 'afrekenen', wat zowel positief (beloning) als negatief (oordeel/straf) kan zijn. Het is in dat licht opmerkelijk dat Jezus de eerste zin herhaalde toen Hij antwoord gaf op de vraag die Zijn leerlingen stelden over de vernietiging van de tempel (Mattheüs 25:31):

En wanneer de Mensenzoon komen zal in Zijn heerlijkheid, en alle heilige afgezanten met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.

De 'troon van Zijn heerlijkheid' heeft met oordelen en vergelding te maken. Een koning op zijn troon geeft beloningen en straffen naar zijn goeddunken.

Het is eveneens opmerkelijk dat Jezus zei te komen in de 'heerlijkheid van zijn Vader'. Dit lijkt erg op wat hij zei in Johannes 5:19-22:

... voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets uit Zichzelf doen, tenzij Hij het de Vader ziet doen; want wat Die doet doet de Zoon net zo. Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem alles wat Hij doet. En Hij zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend die Hij wil. En de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordelen aan de Zoon gegeven.

Zo Vader zo Zoon. De Zoon (Jezus) had op dat moment alle autoriteit van de Vader gekregen om de doden op te wekken en het komende oordeel over Jeruzalem uit te voeren. Twee dingen waarvan we al gezien hebben dat ze samen zouden gaan. En Hij zou dat alles doen op dezelfde manier als zijn Vader deed. En hoe oordeelde de Vader? En hoe kwam de Vader? Daarvan heb ik al voorbeelden gegeven, maar nu iets uitgebreider, zoals Jesaja 19:1,2,4:

Tegen Egypte: Kijk, Jahweh rijdt op een snelle wolk en Hij zal Egypte binnenkomen; en in Zijn aanwezigheid zullen de afgoden van Egypte beven; en het hart der Egyptenaren zal smelten in hun binnenste. Want Ik zal Egyptenaren tegen Egyptenaren opzetten, dat zij elkaar zullen bestrijden, ieder tegen zijn broeder en tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk ... En Ik zal de Egyptenaren overgeven in de hand van harde heren. En een strenge koning zal over hen heersen, spreekt Jahweh, Heer van de legers.

Jahweh komt Egypte binnen, rijdend op een wolk, met als gevolg dat de ze in verwarring tegen elkaar opstaan en overmeesterd worden. Dezelfde Jesaja bevestigt dat Jahweh de Vader is: “U bent toch onze Vader, ... U, o Jahweh bent onze Vader, onze Verlosser, Uw Naam van oudsher” (Jesaja 63:16).

En: “...Jahweh, U bent onze Vader, wij zijn klei en U onze Pottenbakker, wij zijn het werk van Uw handen.” (Jesaja 64:8)

De profeet Ezechiël spreekt (vermoedelijk) over datzelfde oordeel, wanneer hij het volgende zegt (Ezechiël 30:3,4,8,10,11):

Want de dag is nabij, ja de dag van Jahweh is nabij. Het zal een dag van wolken en een tijd van de volken zijn. En het zwaard zal over Egypte komen en er zal wanhoop zijn in Ethiopië, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen alles wegnemen, en haar fundamenten zullen verbroken worden... En zij zullen weten, dat Ik Jahweh ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden... Zo zegt de Heer Jahweh: Ja, Ik zal de rijkdom van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel. Hij, en zijn volk met hem, de meest afschrikwekkende van de volkeren zullen aangevoerd worden, om het land te vernietigen; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte trekken, en het land met verslagenen vervullen.

Jahweh kwam door de hand van Nebukadnezar en ze zouden weten dat het Jahweh was die kwam, op een dag van wolken, om het land te vernietigen.

De profeet Nahum spreekt een profetie uit tegen Ninevé (Nahum 1:2-5):

God is jaloers en wreekt Zich; Jahweh wreekt, Jahweh is woedend. Jahweh zal wraak nemen op Zijn tegenstanders en Hij reserveert toorn voor Zijn vijanden. Jahweh is geduldig, maar heeft grote kracht en Hij houdt schuldigen geenszins voor onschuldig. De weg van Jahweh is in een wervelwind en in storm en de wolken zijn het stof van Zijn voeten. Hij bestraft de zee en maakt haar droog en Hij droogt alle rivieren op; Basan en Karmel verdorren, ook verdort de bloem van Libanon. De bergen beven voor Hem en de heuvelen versmelten en de aarde richt zich op voor Zijn aangezicht en de wereld en allen die daarin wonen.

Als God de Vader komt, is er geen genade voor de schuldigen, ook al is Hij nog zo geduldig en vriendelijk voor de onschuldigen. We zien dat ook Nahum spreekt over wind en wolken, het opdrogen van zee en rivieren, het beven van de bergen en het bewegen van de aarde. Het lijkt alsof de wereld vergaat, maar het is God die komt om slechts één stad, Ninevé, te straffen. Zo zou ook de Zoon komen om een oordeel te vellen over Jeruzalem. De reikwijdte van het oordeel lijkt enorm als je die profetieën leest, maar toch gaat het vaak slechts om een stad, een streek of een land. De taal geeft meer iets van intensiteit aan. Het oordeel is hard en onafwendbaar. Zoals in de volgende gedeelten uit Jesaja 34:1-10 (tegen Edom):

Kom dichterbij, volken, om te horen. En mensen, luister! ... Want Jahweh is boos op alle volken en woest op hun legers. Hij heeft hen volkomen vernietigd, Hij heeft ze aan slachting overgegeven... de bergen zullen smelten van hun bloed. En alle hemellichamen zullen verteren en de hemelen zullen opgerold worden als een boekrol en alle hemellichamen zullen naar beneden vallen zoals een blad van de wijnstok afvalt en zoals een vijg afvalt van de vijgenboom. Want Mijn zwaard ... zal als oordeel nederdalen op Edom ... Want het zal zijn de dag van de wraak van Jahweh, een jaar van vergeldingen om Sion recht te doen. En hun beken zullen in pek veranderd worden en hun stof in zwavel; ja, hun aarde zal tot brandend pek worden. Het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in eeuwigheid zal zijn rook opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn en tot in eeuwigheid der eeuwigheden zal niemand daar doorgaan.

Het is bijna komisch om te lezen, als het niet zo triest was. Alles in overtreffende trap. Maar dat is iets wat we wel vaker zien in profetieën met oordeel over een vijand. Het is een soort provocatie in de hoogste versnelling. Boze mensen doen dat vandaag ook nog wel. Ze bedoelen het niet letterlijk, maar zeggen dingen als: “Ik trap je helemaal de grond in! Ik maak je zo totaal kapot dat je nooit meer overeind komt!” Het gaat erom dat ze door deze overdreven taal aangeven hoe erg ze het menen en hoe groot hun afkeer is. Dit is ook de taal die Jezus gebruikte in Mattheüs 24, met betrekking tot Zijn komst. De taal die Hij en Zijn toehoorders kenden van de oude profeten. Jezus was dé Profeet van de eindtijd. Zou Hij dan niet vergelijkbare taal gebruiken? Net als in Jesaja 13, waar de hemel geschud wordt, de aarde van zijn plaats komt en de hemellichamen geen licht meer geven, in het oordeel over Babylon. Nog enkele voorbeelden uit 2 Samuël 22, waar David het verslaan van Saul beschrijft:

... Banden van het dodenrijk omringden mij... toen riep ik Jahweh aan en riep tot mijn God en Hij hoorde mijn stem... Toen daverde en beefde de aarde; de fundamenten van de hemel bewogen en daverden, omdat Hij ontstoken was... Rook steeg op uit Zijn neus en een vuur uit Zijn mond... En Hij boog de hemel en daalde neer en donkerheid was onder Zijn voeten. En Hij voer op een cherub en vloog en werd gezien op de vleugels van de wind. En Hij zette duisternis rondom Zich als tenten, een koepel van donkere wateren, wolken van de hemel... Jahweh donderde vanuit de hemel en de Allerhoogste liet Zijn stem horen... En de diepe kolken der zee werden gezien, de grondvesten van de wereld werden onthuld door de bestraffing van Jahweh, door de wind van Zijn neus... met mijn God spring ik over een muur...Toen vergruisde ik hen als stof van de aarde; ik stampte ze, ik breidde hen uit als slijk op de straten...

Straffe taal, waar alles gigantische proporties aanneemt. Dat was de taal van de profeten. En wanneer Jezus over oordeel sprak, was dat niet veel anders. Dat was de taal waarmee men destijds aangaf hoe allesomvattend en compleet het handelen van God was. Als de Vader kwam, dan kwam Hij onherroepelijk en krachtig. En zo zou ook de Zoon volledig afrekenen met de oude wereld, om de rechtvaardigen recht te doen en een nieuwe wereld voor hen te maken. Moeten wij ons afvragen of Jezus zichtbaar op wolken zou komen? Zouden de zon en de maan echt verduisterd worden? Zouden sterren ter aarde vallen? In zekere zin wel, maar in de zin van stofwolken van aanstormende legers die de grond doen trillen, rookwolken die opstijgen uit een brandende stad en de leiders die van hun voetstuk vallen. Jezus deed wat Hij Zijn Vader had zien doen.

Nu nog iets meer over die belangrijke vraag van de leerlingen, die helaas vaak op een verwarrende manier vertaald wordt (Mattheus 24:3):

Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en wat zal het teken zijn van Uw komst, en van de voleinding van de wereld?

Dit komt uit de Statenvertaling. In de NBG vertaling is dit onveranderd overgenomen. De NBV komt iets dichter bij het Grieks. Daar staat “de voltooiing van deze wereld”. Het Griekse woord 'sunteleias' is inderdaad beter met 'voltooiing' te vertalen, maar de woorden voleinding en vervulling kunnen op zich ook gebruikt worden. Zoals je ziet gebruikt de NBV het woord 'deze' voor 'deze wereld'. Dat heeft meer betrekking op dat wat zij toen voor wereld aanzagen. En we hebben al gezien dat de mensen in die tijd een beetje anders tegen 'de wereld' aankeken dan wij. Ik heb laten zien dat er in het Grieks vier woorden zijn die met 'wereld' vertaald kunnen worden, afhankelijk van de context.

Tot nu toe hebben we de volgende woorden gezien: het woord 'gé' betekent aarde/grond/land, het woord 'oikoumene' staat voor de maatschappij / de samenleving en het woord 'kosmos' (letterlijk: formatie, ordening, schikking) staat voor wereld in de zin van de schepping of 'dat wat geformeerd is'. Het wordt ook gebruikt voor de orde van Israël, die ook Gods 'schepping' genoemd wordt. Deze drie woorden werden door de mensen in die tijd niet zo gebruikt dan hoe wij dat nu doen (minder omvangrijk) dat zagen we in andere teksten uit dezelfde tijd. Maar nu lezen we dit gedeelte in Mattheus 24:3. Hier staat nog een vierde woord dat eventueel met 'wereld' vertaald zou kunnen worden: 'aionos'. Het woord betekent letterlijk 'eeuw' of 'tijdperk'. Het woord stamt af van een ouder woord dat 'adem' of 'leven' betekent. Griekstalige tijdgenoten gebruikten het woord voor een periode die door een mens in één leven te bevatten is. Dat is dus de voor hem of haar bekende 'wereld'. En alleen in die zin kan het met wereld vertaald worden: in de zin van 'dat wat wij kennen' of 'deze tijd'; als in: “wát een wereld” of “mijn wereld stort in”.

Verder is er in dat vers nog het woord 'parousia', dat met 'komst' vertaald wordt. Op zich niet verkeerd, maar het is meer dan dat. Het woord heeft de betekenis van speciale of bijzondere 'aanwezigheid'. Het werd gebruikt om aan te geven dat iemand met een bepaalde waardigheid of status zou komen, dus voor een specifiek doel aanwezig zou zijn. Bijvoorbeeld om een belangrijke overeenkomst te sluiten of om bepaalde zaken af te handelen, wat alleen kon worden gedaan in aanwezigheid van die persoon. Deze persoon komt dan niet als zichzelf, maar in een bepaalde hoedanigheid. Als een staatshoofd ergens verschijnt, dan is dat meestal voor een speciale gelegenheid. Dat is de betekenis van 'parousia'. Samenvattend kan deze vraag ook zo vertaald worden:

Wanneer gaan deze dingen gebeuren en waaraan zullen wij kunnen zien dat U komt om ervoor te zorgen dat deze eeuw (dit tijdperk) tot voltooiing (vervulling) komt?

Deze term, 'voleinding van de eeuw' of 'voltooiing van het tijdperk' (in het Grieks: 'sunteleias tou aionos'), komt vaker voor in het Nieuwe Testament. Jezus gebruikte het toen Hij tegen Zijn leerlingen zei dat hij tot het einde bij ze zou zijn om de grote opdracht van de verkondiging van het goede nieuws te volbrengen (Mattheus 28:20), waarvan we gezien hebben dat Paulus de voltooiing in zijn tijd zag. Het komt drie keer voor in de gelijkenissen in Mattheus 13, waar Jezus het oordeel aankondigt over de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen, dat parallel loopt met het oordeel over Jeruzalem. Hierover later meer in het hoofdstuk over de gelijkenissen. We hebben het al gezien in Hebreeën 9:26, waar staat:

...maar nu is Hij eenmaal in de voleinding van de tijden geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijn offer.

Die voltooiing van de tijden (hier zelfs in meervoud, om het nog meer kracht bij te zetten), was toen 'nu'; en dat was niet lang voor de verwoesting van de tempel en van Jeruzalem. Het was 'nu' voor de lezers van die brief (denk aan het principe van de doelgroep). Het waren de Israëlieten wiens zonden door de wet werden veroordeeld en waarvoor Jezus het laatste offer bracht, aan het einde van hun tijdperk van de wet en de tempeldienst.

Nu we weten dat er vier woorden zijn die met 'aarde' en 'wereld' kunnen worden vertaald, kunnen we ook nog iets zeggen over de tekst van het boek Openbaring.

Er zijn slechts drie verzen in Openbaring die het woord 'kosmos' gebruiken, wat te maken heeft met een formatie of schepping (In 11:15 waar het koninkrijk van de wereld het koninkrijk van God en van de Gezalfde is geworden; in 13:8 zien we het Lam dat geslacht is vanaf de grondlegging van de wereld en in 17:8 zijn er namen die vanaf de grondlegging van de wereld geschreven zijn in het boek van het leven). De toenmalige oude orde kwam onder de heerschappij van het volmaakte Lam: een nieuwe orde, een nieuw verbond een nieuwe formatie.

Er zijn ook slechts drie verzen in Openbaring waarin 'oikoumene' gebruikt wordt, wat te maken heeft met de maatschappij, de Romeinse samenleving waarin de Israëlieten waren opgenomen. (In 3:10 komt verdrukking over de hele wereld; in 12:9 zien we Satan, de aanklager, die op de aarde geworpen wordt om de wereld te verleiden; in 16:14 de geesten die de wereld ingestuurd worden om koningen te verzamelen voor de strijd). In deze verzen gaat het dus om de omringende volken.

Het woord 'aion(os)' wordt wel 28 keer gebruikt, maar niet voor 'wereld'. Het wordt uitsluitend gebruikt in de vorm 'aionas ton aionon', wat 'tijdperken van tijdperken' of 'eeuwen van eeuwen' betekent. Je zou kunnen zeggen: voor altijd en eeuwig. Maar ook dat hoeft in de taal van toen niet letterlijk een oneindigheid te betekenen. Het kan ook gelezen worden als een hele lange tijd, waarvan we het einde gewoon niet weten.

Dan heb ik het woord '' voor het laatst bewaard. Het woord dat in de meeste gevallen met 'het land' of 'de aardbodem' te maken heeft, wordt namelijk verreweg het meest gebruik: 82 keer. Het gaat te ver om alle verzen te bespreken die dit woord bevatten, maar door te weten waar 'kosmos' en 'oikoumene' gebruikt wordt, zoals hier boven genoemd, kun je zelf zien wanneer het woord 'aarde' of 'wereld' in de vertaling van 'gé' afkomstig is. Dat is in alle andere gevallen.

Wanneer je in Openbaring leest over de aarde, dan is dat in de meeste gevallen in de context van wat er op aarde gebeurt, wie er op aarde zijn, wandelen, handelen, regeren, vechten en kwaad doen, in tegenstelling tot wie in de hemel zitten, regeren, bidden, wachten en God loven. Er worden dingen beschreven die boven de aarde, op de aarde of onder de aarde gebeuren. Het woord wordt gebruikt om zee en land te onderscheiden. Er zijn wezens die in de hemel zijn en op aarde geworpen worden, mensen die op de aarde rondwandelen, mensen die vervolgd en gedood worden op aarde en vervolgens naar de hemel gaan om af te wachten tot hun dood gewroken wordt. Er zijn mensen die losgekocht zijn van de aarde, mensen die 'geoogst' worden van de aarde enzovoort.

Het woord 'aarde' wordt dus vrijwel overal in Openbaring gebruikt in symboliek die iets te maken heeft met wat er op aarde gebeurt en puur als onderscheid tussen hemel en aarde of zee en land. Als je het totaalplaatje mist en je leest het 'op z'n Nederlands', kun je makkelijk denken dat het over de hele aarde gaat, zoals wij die nu kennen. Maar kijken we naar de rest van de symboliek en lezen we het in de context, dan zien we steeds weer dingen die te maken hebben met het land Israël; met name de stad Jeruzalem en wat daar gebeurde in de tijd rondom het jaar 70, toen het oordeel kwam en hemel en aarde vergingen voor de Joden die toen leefden.

Samengevat:

Er zijn vier Griekse woorden die vertaald worden met 'aarde' of 'wereld': kosmos, oikoumene, gé en aion(os). Helaas kun je niet zomaar zeggen dat een bepaald woord iets betekent in het Nederlands. Het staat altijd in een context.

- 'Kosmos' heeft meestal iets te maken met een ordening of formatie (bvb. de schepping, de wereld, dingen in een bepaalde samenhang, zoals de wereld van de Joden: hun wetssysteem, hun tempeldienst).

- 'Oikoumene' komt van een woord dat 'bewonen' betekent en heeft te maken met waar mensen wonen (bvb. samenleving, de wereld waarin zij leefden).

- 'Gé' betekent aarde (wereld), grond of land, afhankelijk van de context

- 'Aion(os)' is afkomstig van een woord dat 'adem' of 'leven' betekent en heeft te maken met een periode in het leven van een mens of groep mensen. De Joden zagen twee tijdperken. De wereld vóór de Messias en de wereld erna. Het kan vertaald worden met 'eeuwig' in de context van de regering van de Messias in het nieuwe tijdperk, voor onbepaalde tijd (tot in eeuwigheid - aionas ton aionon - tijdperken van tijdperken, eeuwen van eeuwen...)

Kortom, vertalen is niet altijd zo eenvoudig, maar als je goed bekend bent met de context, kom je er wel uit. En het is zinvol om te weten waar een woord in je vertaling eigenlijk betrekking op heeft. In de Bijbel hebben deze vier woorden voor 'wereld' vrijwel overal iets te maken met de toenmalige bewoonde wereld, hun 'belevingswereld', het land Israël en het tijdperk waarin ze leefden. Een tijdperk dat voorbij ging en waarvoor een nieuwe wereld, een nieuw tijdperk in de plaats kwam.

224