9. De openbaring

In dit hoofdstuk wil ik een globaal overzicht schetsen van het boek Openbaring, hier en daar aangevuld met opvallende details, betekenissen van woorden en achtergronden.

Openbaring is het laatste boek in onze bijbels. Het is een boeiend boek, vol symboliek. We lezen van wonderbaarlijke wezens, 'afgezanten' (engelen), vreemdsoortige situaties, ontzagwekkende rampen en gruwelijke gebeurtenissen, lofliederen, klaagliederen, veldslagen, nederlagen en uiteindelijk een grote overwinning. Maar het hoofddoel vinden we gelijk in de eerste zin. Het boek begint namelijk met de volgende woorden:

De openbaring van Jezus de Ingewijde, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die spoedig moeten gebeuren

Dit is het thema, uitgewerkt in een reeks allegorische verhalen met Jezus in de hoofdrol. Het Griekse woord voor openbaring is 'apokalupsis', wat letterlijk betekent dat er een bedekking wordt weggenomen, net als bij het onthullen van een standbeeld. Het boek kan dus ook 'De onthulling van Jezus de Ingewijde' genoemd worden.

Dat er een bedekking was, waardoor de Joden van toen Jezus niet zagen zoals Hij was, blijkt bijvoorbeeld uit 2 Korinthiërs 3:13-18. Paulus zegt daar dat voor de 'kinderen van Israël' de ware betekenis van hun geschriften verborgen was, maar dat ze Jezus door de Heilige Geest zouden kunnen zien zoals Hij werkelijk was.

Het woord 'apokalupsis' komt 26x voor in het Nieuwe Testament. Een mooi voorbeeld is Lukas 17:20-37. De Farizeeën vragen Jezus daar wanneer het Koninkrijk van God komt. Jezus geeft een heel uitgebreid antwoord. Je kunt het Koninkrijk niet zien, je kunt het niet aanwijzen, maar de dag dat de Mensenzoon geopenbaard wordt (apokaluptetai – vers 30), zal een dag van vurig oordeel zijn.

De dingen die Johannes te zien kreeg moesten spoedig plaatsvinden. Dit blijkt uit zijn gebruik van de Griekse woorden tachei en tachu, die ook elders in de Bijbel gebruikt worden om aan te geven dat dingen in een korte tijd of gauw gebeuren. Daarbij richt Johannes zich direct tot een groep mensen in de eerste eeuw en wekte daarmee de verwachting dat het niet lang meer zou duren.

De context van dit boek komt sterk overeen met de 'rede van de laatste dingen' in Mattheüs 24 en 25, Markus 13 en Lukas 21. De overeenkomsten tussen de verslagen van de Mattheüs, Markus en Lukas zijn duidelijk. In het evangelie van Johannes vinden we echter nergens iets dat lijkt op zo'n rede, maar het boek Openbaring staat er vol mee en dat is hoogst waarschijnlijk van de hand van dezelfde Johannes. We kunnen Openbaring dan wellicht zien als Johannes' versie van die rede. Hij heeft feitelijk een apart boek gewijd aan het einde van de oude dingen en het begin van het nieuwe; meer dan de andere evangelisten bij elkaar. Hij stond naar eigen zeggen van alle leerlingen het dichtst bij Jezus. Hij was Jezus' beste vriend. En bij wie kun je beter je hart uitstorten dan bij degene die je het meest vertrouwt? Jezus had zo'n goede band met Johannes, dat Hij hem zelfs ná Zijn dood, opstanding en hemelvaart nog bezocht, om zeer gedetailleerd uiteen te zetten wat er nog stond te gebeuren. Johannes ziet Jezus, de Mensenzoon, geopenbaard worden in al Zijn macht en majesteit, om af te rekenen met Zijn vijanden en om Zijn eeuwigdurende Koninkrijk te vestigen.

In het eerste hoofdstuk lezen we over een visioen waarin Johannes Jezus ziet, de verheven Ingewijde in al zijn glorie en koninklijke waardigheid, wandelend tussen zeven kandelaren. We lezen dat het boek aan zeven gemeenten is gericht, die gesymboliseerd worden door die zeven kandelaren. Niet langer is er slechts één kandelaar met zeven armen, in een statische tempel in Jeruzalem. Het licht is verspreid over de wereld. De Geest van God wordt gezien als zeven geesten. Niet langer vervult Hij slechts en enkeling, maar hij versterkt en verlicht velen.

We lezen van zeven gemeenten, zeven brieven, zeven sterren, zeven zegels, zeven schalen, zeven heuvels, zeven afgezanten en nog meer zevens. Door het hele boek Openbaring heen zien we specifieke getallen voorkomen, zoals 2, 3, 7, 12, en 1000. Twaalf staat voor de twaalf stammen van Israël en de twaalf zendelingen (apostelen). Duizend staat voor een groot getal, een volledigheid of een lange periode. Zeven geeft in de Bijbel ook vaak iets van 'het totaal' of volledigheid aan. Je zou kunnen zeggen dat Openbaring met al die zevens een absolute en totale vervulling laat zien van de hele Bijbelse geschiedenis. Temeer omdat bijna alles wat we lezen in Openbaring al eerder in de Bijbel genoemd wordt. Het is de aankondiging van het einde van een tijdperk en het begin van een nieuwe tijd.

Johannes krijgt in het volgende te horen (Openbaring 1:19):

Schrijf de dingen die u gezien hebt, de dingen die zijn en dat wat direct na die dingen gaat gebeuren.

Het Griekse woord dat ik met 'direct na' heb vertaald is mellei, van het woord melló, waarmee een direct gevolg wordt aangeduid. Ik heb al laten zien dat dit gegeven, de verwachting van een spoedig, snel, haastig en binnenkort plaatsvinden op vele plaatsen in het Nieuwe Testament voorkomt.

In de volgende twee hoofdstukken (2 en 3) dicteert Jezus zeven brieven aan de zeven gemeenten in Asia, het westen van het huidige Turkije: Efeze, Smyrna, Pergamus, Thyatira, Sardis, Filadelfia en Laodicea. Hierin worden persoonlijke instructies gegeven.

Vanaf hoofdstuk 4 gaat het visioen verder met een blik in de geestelijke wereld. We zien de troon van God en de hele schepping die Hem eert. Dit wordt beschreven in prachtige symbolische taal. Symboliek kan soms lastig te interpreteren zijn, maar als je de rest van de Bijbel en het gebruik van de beeldtaal een beetje leert kennen, is het vaak wel duidelijk. Dan zien we zware oordelen over het land komen, elk oordeel volgend op het openen van elk van zeven zegels van een boekrol. De zegels konden alleen geopend worden door Jezus, die vergeleken wordt met een leeuw én een lam, dat eruit zag alsof Het geslacht was. Het lam had zeven hoorns en zeven ogen, die de 'zeven Geesten van God' voorstelden. Hoorns zijn in het Joodse denken een beeld van kracht (denk aan de hoorns van een stier). Met ogen zien we en 'zeven ogen' betekent dan dat Hij alles ziet. Zeven geesten staat voor 'volledigheid van geest', dus moet je niet denken aan letterlijk zeven afzonderlijke geesten maar meer iets in de zin van alomtegenwoordigheid, of de grootste en meest prominente geest. Bedenk ook dat de menora, de olielamp in de tempel, zeven armen had. Het is alsof deze Openbaring ons wil zeggen dat het licht van Gods Geest niet meer beperkt is tot één plaats in een afgesloten ruimte ergens in een stad, maar nu overal, onder de mensen is. Jezus is de absolute koning (leeuw) en nederige dienaar (lam), Die Zichzelf heeft opgeofferd. Hij was waardig om de boekrol van zijn zegels te ontdoen, want Hij had voor de Israëlieten uit alle geslachten, stammen, talen en volken betaald met Zijn bloed. Hij heeft het recht om recht te spreken en te oordelen.

We zien vervolgens het openen van zeven zegels, wat de gebeurtenissen voorafgaand aan de vernietiging van Jeruzalem opsomt. Dan volgt het blazen van zeven bazuinen en het uitgieten van zeven schalen waarmee in toenemende mate de ellende van Joodse oorlog van AD66-70 wordt beschreven. Drie keer zeven, waarmee weer een volledigheid wordt aangegeven. Ergens tussendoor hoort Johannes ook nog zeven donderslagen. Daarvan mag hij echter niets zeggen. In totaal zijn er dus vier zevens, waarvan er drie worden uitgewerkt. Dit doet mij denken aan een gedeelte uit Leviticus. God had Zijn volk duidelijk gewaarschuwd, dat Hij hen ernstig en volkomen (zevenvoudig) zou straffen als zij zich niet aan Zijn geboden zouden houden en hardnekkig zouden blijven zondigen, zo lezen we in Leviticus 26: 18-33 (ik licht er enkele zinnen uit):

En als u na deze dingen nog niet wilt luisteren, zal Ik er op overgaan, om u zevenvoudig voor uw zonden te tuchtigen. Want Ik zal de trots van uw kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper... En als u tegen Mij ingaat en niet naar Mij wilt luisteren, zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen laten komen... Ik zal u zevenvoudig voor uw zonden slaan. Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak van het verbond wreken zal, zodat u in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en u zult in de hand van de vijand overgegeven worden... Ik zal u zevenvoudig over uw zonden tuchtigen. Want u zult het vlees van uw zonen eten, en het vlees van uw dochters zult u eten... En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; ... Ja, Ik zal dat land verwoesten... Ik zal u onder de volken verstrooien; ... en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestenij zijn.

Vier maal zegt God dat Hij ze zevenvoudig zal straffen als ze koppig blijven zondigen. Twee keer wordt de zeven direct gevolgd door het woord 'slaan'. Hij zal hun land en steden verwoesten en ze verstrooien onder de volken. En dat is ook precies wat Flavius Josephus, een Joodse geschiedschrijver uit de eerste eeuw, in zijn boek 'De Joodse Oorlog' vertelt. De Joden werden volgens hem in het jaar 70 na Chr. volkomen verslagen en verstrooid. Een gruwelijk detail waarvan Josephus bericht is dat de Joden die naar Jeruzalem gevlucht waren, tijdens het beleg zo wanhopig werden van de honger, dat ze daadwerkelijk hun eigen kinderen opaten. Hij beschrijft nog meer zaken die verrassend veel lijken op de voorspellingen in Openbaring.

Het is opmerkelijk dat Johannes in het boek Openbaring vier keer zeven slagen beschrijft: in zeven zegels (Openbaring 6), zeven bazuinen (Openbaring 8), zeven donderslagen (Openbaring 10) en zeven schalen (Openbaring 16). Van de zeven donderslagen weten we niet wat ze inhielden, omdat Johannes niet toegestaan werd om erover te schrijven, maar in het licht van het geheel kunnen we aannemen dat het ook hier om 'slagen' ging. Deze 'slagen' worden ook wel 'plagen' of 'straffen' genoemd. Het woord voor 'straf' heeft in de Bijbel vrijwel altijd een disciplinaire functie. Er wordt wel gezegd dat elke slag in de disciplinaire maatregel tot doel heeft om de overtreder tot inkeer te brengen. Maar zelfs na de laatste slag (zo lezen we in Openbaring 16:21), vervloekten de mensen God nog steeds. Ze waren onverbeterlijk. En hiermee is de toon van Openbaring gezet: het gaat over een volledig en rechtvaardig oordeel over het goddeloze Israël, uitgebeeld in allerlei allegorische voorstellingen.

Gelukkig eindigt het daar niet mee. Er zit een positieve wending in, anders zou dit een heel depressief verhaal worden. Houd in gedachten dat Gods oordeel altijd tot doel heeft om het goede en het kwade te scheiden; om het beste naar voren te halen en het verkeerde af te voeren. Niet alle Israëlieten waren slecht. Velen van hen gingen in hun lang verwachte Meshiach geloven en kwamen niet om in het oordeel. Het woord 'oordelen' (in het Grieks: krima) betekent 'vaneen scheiden', 'onderscheid maken' of 'selecteren'. De goede en de slechte mensen werden gescheiden en het werd duidelijk wie de ware Israëlieten waren.

Nu iets over de hoofdrolspelers die in paren in het boek worden geïntroduceerd. We zien natuurlijk Jezus als Overwinnaar en God de Schepper. Dan volgen er nog een aantal markante typebeelden in tweetallen. Er worden twee steden genoemd. Het oude Jeruzalem, dat de geestelijke namen Sodom, Egypte en Babylon krijgt; het is de stad van de aarde, die vol is van ongerechtigheid. De andere is het nieuwe Jeruzalem; het komt uit de hemel en is vol van heerlijkheid. Dan zijn er twee beesten. De één komt uit de zee en de ander van het land. De zee symboliseert in de Bijbel de 'volken'. Het land is een symbool voor Israël, wat ik verderop zal uitwerken. We zien twee misleiders: de 'draak' (de slang, de duivel, Satan) en de 'valse profeet'. Zij symboliseren de aanklagers. De 'oude slang', een satanische geest die al sinds het paradijs de mensen probeert te verleiden om te leven vanuit eigengerechtigheid, wetten en regels en dan de 'valse profeet', die samenwerkt met het eerste beest en probeert de mensen vanaf de aarde te verleiden. Vervolgens zijn er twee getuigen. Zij symboliseren de wet en de profeten. Tot slot zijn er de twee vrouwen. De één is een ontrouwe vrouw en rijdt op het beest uit de zee en komt zinnebeeldig overeen met de eerste stad, de ander is een trouwe vrouw, die komt uit de hemel en is gelijk aan de tweede stad. Zo zien we dat de symboliek ook kan overlappen. De eerste stad en de ontrouwe vrouw vertegenwoordigen het ontrouwe, rebelse Israël, met het aardse Jeruzalem als hoofdstad. De tweede stad en de trouwe, gehoorzame vrouw vertegenwoordigen de nieuwe bruid van de Ingewijde. Hierin zien we alle getrouwe Israëlieten die God willen dienen en verlangen naar Zijn gerechtigheid.

Het hele boek lijkt wel een 'Game of Thrones', een strijd tussen de machten van de aarde en de machten van de hemel. Door te begrijpen wat de rol van de spelers is in dit gevaarlijke machtsspel, kunnen we inzicht krijgen in de betekenis van alle symboliek, fantastische wezens en vreemdsoortige karakters. Daarbij zijn er ook nog delen die 'overlappen', net als een film waar we af en toe terug gaan in de tijd en dan weer vooruit. Daarom probeer ik Openbaring ook niet vers voor vers uit te leggen, maar ik wil ik laten zien hoe we al die typebeelden kunnen plaatsen. Als we dat kunnen, en wanneer we een samenhangend totaalplaatje hebben, dan zijn de details veel makkelijker een plek te geven in het grote geheel.

Je gaat bij een groot, complex schilderij ook niet proberen elk detail te begrijpen, voordat je weet wie het geschilderd heeft, wanneer en onder welke omstandigheden het ontstaan is en wat het totale plaatje voorstelt. En zelfs als je het totaalplaatje hebt is het nog niet altijd mogelijk om te achterhalen waarom de schilder net op die ene plek dat specifieke verfstreepje heeft geplaatst. Maar als je afstand neemt van het schilderij en je bekijkt het geheel, met het opschrift, binnen de omlijsting die ervoor gekozen is, dan weet je in ieder geval wel waar het over gaat; ondanks dat je niet weet hoe je sommige details moet duiden of verklaren...

Het thema van Openbaring is duidelijk dat Jezus de Ingewijde geopenbaard wordt in een reeks oordelen en een uiteindelijke machtsovername. Een belangrijke, zelfs cruciale vraag om de context te kunnen achterhalen is dan ook: wanneer zou dat alles plaatsvinden?

We zagen al dat het boek Openbaring als het ware geflankeerd wordt door tijdsbepalingen. Wanneer zouden die dingen geschieden? Spoedig. Weldra. De tijd is nabij. (Op.1:1-3) “Ik kom spoedig,” zei Jezus (Op.22:20). Als het dan allemaal 'spoedig' zou geschieden, dan lijkt het niet waarschijnlijk dat het vandaag, tweeduizend jaar later nog moet gebeuren. Natuurlijk kunnen er vandaag nog wel dingen gebeuren die lijken op dingen die genoemd worden in Mattheüs 24 en 25, Markus 13, Lukas 21 en het boek Openbaring, maar niet meer die specifieke dingen die voorspeld werden, want dat zou 'spoedig' gebeuren, in die tijd.

Vind je dit te kort door de bocht? Dan zullen we de eerder genoemde principes van doelgroep, context, vergelijking van woorden en betekenis van de grondtaal toepassen...

Het woord dat door Johannes gebruikt wordt voor 'weldra' en 'spoedig' is 'tachu', zoals in de eerste zin van het boek. Dat Griekse woord betekent in deze en in alle andere vormen snel, vlot, vlug, haastig, zonder uitstel, plotseling, gauw. Het wordt nergens gebruikt voor iets dat eens, in een mogelijk verre toekomst, plotseling of snel gaat gebeuren. Zo wordt het echter wel door sommigen geïnterpreteerd, om de profetieën in de toekomst te kunnen plaatsen. Johannes zelf gebruikt het woord in deze vorm wanneer hij vertelt dat Lazarus was overleden. Jezus gaat op weg naar de zussen van Lazarus, Martha en Maria. Toen Maria hoorde dat Hij eraan kwam stond ze snel (tachu) op om Hem te ontmoeten. Ze bleef dus niet nog een poos zitten om daarna snel te vertrekken. Ze ging direct op weg.

Het woord tachu is afkomstig van tachus en verwant aan tachinos

Tachus komt maar één keer in die vorm voor: Jacobus 1:19 als tegenstelling: Snel in het luisteren en langzaam in het spreken.

Er zijn verschillende vormen

- tacheós (haastig - 10x), het gebeurt op dat moment en met haast

- tachiné (spoedig - 1x), binnenkort, heel snel

- tachinén (snel - 1x), neutraal, afhankelijk van context

- tachion (met snelheid - 4x), vaak in de betekenis van eerder dan...

- tachista (snelste - 1x), zo snel mogelijk, overtreffende trap

- en tachei (in een korte tijd, vlot - 8x, waarvan 2x in Openbaring, altijd met het woordje 'in' ervoor: 'in snelheid'), dit geeft iets aan waar haast bij is, aandrang. Het kan in Openbaring goed vertaald worden met 'binnenkort'.

> tachu (gauw - 12x, waarvan 6x in Openbaring in verband met de komst van Jezus), net als in Nederlands kan dit gebruikt worden als 'Kom/ga gauw!', 'Ik kom gauw', 'Gauw op zijn teentjes getrapt' of 'Maak het gauw in orde'. Context is dus vooral bij dit woord belangrijk. Het gaat er in Openbaring om dat dit woord gebruikt wordt wanneer Jezus tegen DIE mensen zegt: ik kom gauw. Te zeggen dat Jezus bedoelde dat hij ooit eens in een verre toekomst 'snel' of 'gauw' zou komen is in ieder geval erg ver gezocht en zou van geen belang zijn voor de mensen aan wie het geschreven is. Wat zou het voor zin hebben gehad om de mensen te schrijven het gauw zou komen, als het pas honderden jaren na zijn dood zou gaan gebeuren?

Het woord 'nabij' is het Griekse woord 'engus' en Johannes gebruikt het vaak. Elke keer betekent het gewoon 'dichtbij', 'nabij', 'vlakbij' of 'naast'. Er is geen ruimte voor twijfel: Deze dingen zouden weldra, snel, spoedig, in een voor Johannes nabije, naaste toekomst geschieden.

Zoals ik al eerder liet zien, lezen we op veel plaatsen in het Nieuwe Testament dat het Koninkrijk op het punt stond door te breken. Jezus had het er veel over, zo lezen we in de evangeliën. In Handelingen 1 zien we dat hij Zich na Zijn opstanding nog 40 dagen lang vertoonde aan vele volgelingen en met hen sprak over het Koninkrijk. Zij vroegen hem, vlak voordat Hij werd opgenomen in de hemel, wanneer het Koninkrijk zou komen. Hij zei dat de Vader dat voor Zich zou houden en dat zij kracht zouden ontvangen om het goede nieuws aan de hele wereld te vertellen. Eerder Had Jezus al gezegd dat die verkondiging eerst moest plaatsvinden, voordat het einde kon komen. Dat 'einde' zou gepaard gaan met de komst van het Koninkrijk, waarvan ik in het hoofdstuk over 'het einde van de wereld' meer zal vertellen. Het boek Handelingen verhaalt verder over de zendelingen, die de hele wereld over gaan om het goede nieuws van de komst van het Koninkrijk te verkondigen, zoals Jezus ze had opgedragen, in de verwachting dat het spoedig zou plaatsvinden en dat ze het zelf nog zouden meemaken. Zo zegt Paulus in Handelingen 14:22, nadat hij gestenigd was en voor dood achtergelaten was:

Om de zielen van de leerlingen te versterken en vermanen, zodat zij in het geloof zouden blijven, en “dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.

Met 'wij' wordt in dat gedeelte natuurlijk de aanwezige leerlingen en Paulus zelf bedoeld. We zien het boek Handelingen eindigen met Paulus die nog steeds het Koninkrijk verkondigt. Hij zou het voorspelde einde zelf niet meer op aarde meemaken; wel het einde van zijn eigen aardse leven, want ook hij stierf een martelaarsdood in de grote verdrukking waarin ze leefden. In Openbaring 6:9-11 zien we echter dat die martelaren (waarvan ik denk dat Paulus deel uitmaakte) gewroken zullen worden; en ook wanneer.

En toen Hij het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die gedood waren om het Woord Gods, en om het getuigenis dat zij hadden. En zij riepen met luide stem, en zeiden: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet bij degenen, die op de aarde wonen? En aan een ieder werden lange witte gewaden gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd rusten zouden, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden net als zij, volmaakt zou zijn.

Ook daar wordt weer over een een korte tijd gesproken, totdat er een bepaalde volledigheid bereikt is. Wij zouden zeggen: tot de maat vol is. En dat zou spoedig zijn. Dit werd overigens opgeschreven door Johannes, die in het eerste hoofdstuk van het boek Openbaring zichzelfdeelgenoot in de verdrukking” noemt.

Paulus heeft het er ook over, in 1 Thessalonicenzen. 2:14-16:

Want u, broeders, bent in het voetspoor getreden van de Gemeenten van God die in Judea zijn, in de Ingewijde Jezus; u hebt hetzelfde te lijden gehad van uw eigen medeburgers, zoals zij van de Joden; die ook de Heer Jezus gedood hebben, en hun eigen profeten; en ons hebben vervolgd, en God niet behagen, en vijandig tegen iedereen zijn; En verhinderen ons te spreken tot de volken, om ze te redden; waardoor zij te allen tijde de maat van hun zonden vol maken. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.

Paulus was rechtstreeks geïnspireerd door Jezus, die ook de leiders uit zijn tijd verantwoordelijk hield voor het geestelijk welzijn van Zijn volk. Jezus ging dan ook regelmatig tegen ze tekeer omdat ze zo corrupt waren, in de hoop dat er nog enkelen tot inkeer zouden komen. Want God wilde niet dat er iemand van Zijn volk verloren zou gaan (2 Petrus 3:9). Op een bepaald moment maakte Hij het ze zeer duidelijk dat de maat inderdaad vol was (Lukas 11:44-52):

Wee u, Schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, u lijkt op graven die niet openbaar zijn; en de mensen die er overheen wandelen weten het niet. En een van de wetgeleerden zei: Meester! als U deze dingen zegt, is dat smaad! Maar Hij zei: Wee ook u, wetgeleerden! want u belast de mensen met lasten die te zwaar zijn om te dragen, en zelf raakt u die lasten met geen vinger aan. Wee u, want u bouwt de graven van de profeten, en uw voorouders hebben ze gedood. Zo getuigt u dat u mede behagen hebt aan de werken van uw voorouders; want zij hebben ze gedood, en u bouwt hun graven. Waarom ook de wijsheid van God zegt: Ik zal profeten en zendelingen tot hen zenden, en van hen zullen zij sommigen doden, en sommigen zullen zij wegjagen, opdat van dit geslacht afgeëist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af. Van het bloed van Abel, tot het bloed van Zacharia, die gedood is tussen het altaar en het huis Gods; ja, zeg Ik u, het zal afgeëist worden van dit geslacht! Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen; uzelf bent niet ingegaan, en die ingingen, hebt u verhinderd.

De maat was vol. Dát geslacht (ook wel vertaald met 'die generatie') van leiders zou gaan meemaken dat het bloed van de martelaren van hen zou worden opgeëist. Dat is waar het grootste gedeelte van Openbaring over gaat. De maat was vol voor Jeruzalem en voor alle goddeloze Joden die niet tot inkeer wilden komen. Merk op dat Jezus begint bij het bloed van Abel, zoon van Adam, de eerste mens die koos voor een leven onder de wet (kennis van goed en kwaad). Abel was de eerste mens die het slachtoffer werd van een religieus dispuut. We lezen in Genesis 4 dat hij schaapherder werd en zijn broer Kaïn landbouwer. Ze brachten beiden een offer (waaruit blijkt dat ze al iets van wetten, schuld en het brengen van offers kenden); Kaïn van de opbrengst van zijn land en Abel een dier van zijn kudde. Er lijkt op het eerste gezicht niets mis met wat zij deden, maar God ziet altijd ons hart aan en niet wat we doen (1 Samuël 16:7). Hij accepteerde het offer van Abel, maar het offer van Kaïn niet. Kaïn werd boos en doodde zijn broer Abel. Beiden verrichtten een religieuze handeling, maar de broer die de verkeerde motieven had werd verteerd door een ongecontroleerde woede tegen zijn rechtvaardige broer. Ook Zacharia werd om religieuze redenen vermoord, tussen het altaar en het huis van God. Het bloed van al die rechtvaardigen zou in die generatie opgeëist worden. De maat was vol.

Lukas gebruikte het woord 'geslacht' of 'generatie' meerdere keren en bedoelde daar daadwerkelijk die generatie mee; niet het 'geslacht van Joodse leiders in het algemeen' of 'het hele Joodse volk door alle generaties heen' zoals wel eens wordt gezegd. Hij gebruikt dat woord voor het eerst in hoofdstuk 1 vers 48-50, waar Maria God looft en zegt dat alle generaties haar vanaf dat moment gelukkig zullen prijzen en dat Zijn barmhartigheid is van generatie tot generatie. Probeer je eens voor te stellen wat Jezus met datzelfde woord bedoelde, toen Hij het over de “ongelovige en perverse generatie” had (Lukas 9:41). Bedoelde Hij daar alle Joden in alle tijden mee? Of de uitspraak “dit verdorven geslacht zoekt een teken en krijgt alleen het teken van Jona... en de mannen van Ninevé zullen het veroordelen...” (Lukas 11:29-32); ging dat over alle toenmalige en toekomstige Joden? En zou Jezus (volgens Lukas 17:25) echt door alle Joden van alle tijden worden verworpen? Zoek eens alle teksten op waar dit woord gebruikt wordt en kijk wat het meest voor de hand liggende gebruik ervan is. Lees bijvoorbeeld Hebreeën 3:7-19, dat spreekt over een 'generatie' (in vers 10 – hetzelfde woord). Dat gedeelte gaat over de mensen die veertig jaar met Mozes door de woestijn trokken. In die context wordt het woord duidelijk gebruikt om één generatie van 40 jaar aan te geven. Zo kunnen we een vergelijking maken met de veertig jaar tussen Jezus' hemelvaart en Zijn oordeel over dat geslacht; de veertig jaar die volgden op bovengenoemde woorden uit Lukas 11. Dit geeft ons een aardige indicatie wanneer Openbaring geschreven moet zijn: ergens tegen het einde van die 40 jaar (rond 65 na Chr.)

Het klinkt verschrikkelijk, die aankondigingen van de komende toorn, maar God is zo genadig en geduldig, zelfs voor de volkomen verdorven en corrupte leiders, dat Hij ze nog een half leven lang de tijd gaf om zich te bekeren. In het licht van de totale geschiedenis is dat misschien kort, maar in die veertig jaar konden de zendelingen de hele toenmalig bekende wereld bereiken en werd het hele Nieuwe Testament, zoals wij dat nu kennen, geschreven. De tijd was relatief kort, maar lang genoeg om iedereen ruimschoots de tijd te geven zich te bekeren.

We kunnen concluderen dat Jezus zei dat het niet lang meer zou duren, dat Paulus er eveneens duidelijk over was en dat de tekst van Openbaring vele indicaties bevat dat het spoedig zou gaan gebeuren. Waarom denken velen dan tóch nog dat het boek Openbaring voorspellingen bevat voor vandaag of voor ónze nabije toekomst?

VOLGENDE >

NAAR INDEX

246