Geloof, wetenschap en logica

Geloof en wetenschap staan soms lijnrecht tegenover elkaar. Denk maar aan de wonderen die in de Bijbel beschreven staan, die tarten meestal elke wetenschappelijke uitleg (iemand die op water loopt of een man die 4 dagen dood is en weer tot leven komt). Die wonderen zijn door de mensen die ze gezien hebben opgeschreven voor het nageslacht. Die dingen moet je op grond van hun getuigenis geloven of niet. Toch komen we in de Bijbel dingen tegen die controleerbaar zijn door middel van bijvoorbeeld oudheidkundig, biologisch of sterrenkundig onderzoek. Als die dingen niet zouden kloppen, wordt daarmee dan geen afbreuk gedaan aan de betrouwbaarheid van de Geschriften als geheel? Wat heeft het voor zin om de wonderen en de wijsheden uit bepaalde Bijbelboeken serieus te nemen en bijvoorbeeld de natuurkundige observaties daarin niet. Of andersom: waarom zouden we wel de geschiedenis van de in de Bijbel beschreven volken serieus nemen, maar niet de bovennatuurlijke interventie van God in diezelfde geschiedenis?

"De Bijbel gaat over geloof en niet over wetenschap", hoor ik vaak. Maar waar de Bijbel serieuze uitspraken doet over astronomische objecten of over het gedrag en uiterlijk van dieren, wiskundige feiten, oude volken, taal, psychologie en andere wetenschappelijk controleerbare feiten, zou het natuurlijk wel moeten kloppen om het boek als geheel geloofwaardig te laten zijn. Er is dus een gebied waar de Bijbel, het geloof in God en de wetenschap overlappen.

Het kosmologisch argument

We kunnen stellen dat alles wat begint te bestaan een oorzaak moet hebben. Het heelal heeft een begin, dus moet het een oorzaak hebben. We lezen in de Bijbel dat alles een begin had en dat God de Veroorzaker was (Gen.1:1 - "In het begin schiep God de hemel en de aarde.") Zo zien we dat de Bijbel in ieder geval met betrekking tot het begin logische uitspraken doet. Hieruit volgt evenwel dat God geen oorzaak hoeft te hebben, omdat Hij zelf de Veroorzaker is. Hij heeft ruimte en tijd gemaakt, waaruit volgt dat Hij zelf niet afhankelijk kan zijn van ruimte en tijd. Zo heeft Hij dus geen begin in ruimte en tijd zoals wij die ervaren. Dat de God van de Bijbel daadwerkelijk de Veroorzaker was is niet te bewijzen, maar is wel aannemelijk, zoals we zullen zien.
In Kolossenzen 1:16,17 staat: "Want door Hem (Jezus Christus) zijn alle dingen gemaakt die in de hemel zijn en die op de aarde zijn, zichtbaar en onzichtbaar... door Hem en voor Hem. En Hij is voor alle dingen en door Hem bestaan alle dingen."
Dit moet je aannemen in geloof (vertrouwen), want het is niet wetenschappelijk te bewijzen.

Woorden

In Joh 1:1-3 staat: "In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God... Alle dingen zijn door Het Woord gemaakt, en zonder Het Woord is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. In Het Woord was het Leven, en het Leven was het Licht van de mensen."
En in Hebreeën 11:3 staat: "Door het geloof begrijpen wij, dat de wereld door het woord van God is gemaakt, dat de zichtbare dingen niet ontstaan zijn uit wat waarneembaar is."
In deze teksten uit de Bijbel vinden we twee stellingen die wetenschappelijk onderbouwd kunnen worden. Hoewel we de scheppingsdaden van God niet meer kunnen herhalen (dat moet je gewoon geloven), is wel met zekerheid vastgesteld dat al het zichtbare inderdaad uit onzichtbare dingen bestaat (de 'elementaire deeltjes' waaruit atomen zijn opgebouwd - tot nu toe is nog niet eens zeker of de voorgestelde deeltjes wel zo elementair zijn en of deze deeltjes zelf mogelijk uit nog kleinere deeltjes of slechts uit pure energie bestaan). De 'deeltjes' waaruit atomen bestaan kunnen niet met het blote oog gezien worden, sterker nog, veel van die onderdeeltjes zijn even groot als of kleiner dan een lichtstraal. Dat maakt ze dus per definitie 'onzichtbaar' in die zin, dat we er geen lamp op kunnen schijnen om ze 'zichtbaar' te maken. Er zijn wel technieken waaruit we de mogelijke samenstelling of aard van de deeltjes enigszins kunnen bepalen, maar echt 'zien' kunnen we ze niet. Die uitspraak in de Bijbel is dus juist.
Er staat ook dat de wereld door "het woord" gemaakt is. We zien in alles om ons heen dat het opgebouwd is uit 'codes' of 'woorden'. Er zijn ongeveer honderd basisstoffen (atomen - bestaand uit 'onzichtbare' deeltjes) die als chemische letters gezien kunnen worden. Deze letters zijn in veel stoffen samengevoegd als 'woorden' en 'zinnen' (moleculen). Iedereen heeft wel eens de chemische formule voor water gezien: H2O. In feite is dat een soort woord (HOH = twee atomen waterstof en één zuurstof in een bepaalde volgorde). Zo heb je ook CO2 (OCO), methaangas (HHCHH), suikers (OCH-HCOH-HCOH-HCOH...) en nog veel meer moleculen, van eenvoudig tot zeer uitgebreid en complex, allemaal met hun eigen betekenis en toepassing. Zo heeft elke stof een bepaalde moleculaire samenstelling die je zou kunnen zien als een woord, een zin, een boek, of zelfs een complete encyclopedie: het DNA. Je zou kunnen zeggen dat ons hele bekende universum bestaat uit woorden, gevormd door basiselementen die zodanig gerangschikt zijn dat je zou kunnen spreken van een taal met een vaste zinsbouw, grammatica en bedoeling. Dat God alles tot stand heeft gebracht door te spreken is een concept dat we op meer plaatsen in de Bijbel tegenkomen en we zien in de natuur dat dit ondersteund wordt door de feiten.

Natuurlijke selectie

Darwin toonde aan dat bepaalde dieren en planten aan elkaar verwant zijn, dat er verandering plaatsvindt in de basissoorten en dat de best aangepaste 'soort' overleeft. Hij heeft nooit bewezen dat bijvoorbeeld de vogels (een 'basissoort') afstammen van de dinosauriërs (een andere 'basissoort'). Waarom die 'aanhalingstekens'? Omdat een 'soort' moeilijk te definiëren is. We maken er afspraken over, in een vakgebied dat we taxonomie noemen. Een totaal ander uitgangspunt en een volkomen afwijkend stelsel van naamgeving is net zo verantwoord, maar je moet over hetzelfde kunnen praten, vandaar die afspraken, zoals "dit is een zoogdier", "dit is een weekdier" of "dit is een paard".
De bevindingen van Darwin zijn niet per definitie een bewijs voor evolutie, maar passen net zo goed in het raamwerk van de schepping: God schiep basisvormen, waaruit alle huidige soorten zijn ontstaan. Darwin beschreef slechts het mechanisme dat voor deze diversificatie zorgt en noemde dat 'natuurlijke selectie'. De conclusies die hij en zijn volgelingen daaruit hebben getrokken zijn lang niet allemaal geoorloofd (macro-evolutie is geen logisch gevolg van natuurlijke selectie). Sterker nog: natuurlijke selectie is juist een sterk bewijs van de voorzienigheid van God. Het is het mechanisme dat soorten in staat stelt om in een veranderende omgeving te blijven voortbestaan, wat veel eerder duidt op een goed ontwerp.

Je moet geloven in evolutie

Evolutiegelovigen 'evangeliseren' vandaag de dag uitbundig in de media en in (populair) wetenschappelijke lectuur. De logica die ze gebruiken laat wel wat te wensen over. Echt bewijs voor een evolutie van eenvoudige organismen naar meer complexe en beter aangepaste organismen is er niet, laat staan een goede verklaring voor hoe dat allemaal begonnen zou moeten zijn. De filosofie achter evolutie blijft dus een geloof.

Oorsprong

Het heelal (materie en tijd, het tijd-ruimte continuüm) heeft een begin en dat begin kan niet iets materieels veroorzaakt zijn. Er is geen bevredigende naturalistische verklaring voor het begin van de materie. De oorzaak van het stoffelijke moet 'de stof ontstijgen'. En dat is in ieder geval één van de eigenschappen van God: Hij staat 'boven' of 'buiten' de materie.
Het waarneembare moet zijn oorsprong in het onzichtbare hebben. Dan moeten de eigenschappen van het waarneembare hun oorsprong hebben in de eigenschappen van het onzichtbare. Dat wat ontworpen is kan niet uitstijgen boven zijn ontwerper. Als we kijken naar de eigenschappen van de schepping, in het bijzonder naar die van mensen (de levende wezens met de meest uitgebreide mentale, vocale en intuïtieve vermogens en een sterk gevoel voor moraal), moeten we concluderen dat de onzichtbare Ontwerper intelligenter moet zijn, sterkere emoties moet hebben, in staat moet zijn om te spreken, te zien en te luisteren en dat Hij rechtvaardig kan oordelen. Dit lijkt mij de meest logische conclusie. Ga maar na: als ons gevoel voor rechtvaardigheid al zo sterk is, hoe sterk moet dat van onze Maker dan wel zijn? Als wij ons goed kunnen uiten, dan moet onze Architect dat zeker kunnen. Als wij kunnen horen en zien, waarom zou onze Schepper dat dan niet beter kunnen? In de Bijbel worden al deze kenmerken (en meer) toegeschreven aan God.

Het 'Boek der boeken'

Modern microbiologisch onderzoek laat steeds meer zien hoe verbazingwekkend precies en doelmatig de cellen ontworpen zijn. Met al hun ingewikkelde machines, processen, een eigen energievoorziening, bibliotheek en transport. Als er een dergelijk ontwerp is, dan moet er een Ontwerper zijn die dat verzonnen heeft. Deze Ontwerper moet logischerwijs ook een reden gehad hebben om ons te maken.
Mijn stelling is dat het de God van de Bijbel is, die ons heeft gemaakt en tot ons heeft gesproken door de Bijbel. Met name omdat de Bijbel het enige boek is waarin God wordt beschreven als persoonlijk betrokken Schepper, op een manier die je van Hem zou mogen verwachten.
Tegen de tekst van de Bijbel is wetenschappelijk niets in te brengen. Alles in het 'Boek der boeken' klopt en is logisch. In de Bijbel vinden we zelfs vele voorzeggingen die ook daadwerkelijk uitgekomen zijn. Bijvoorbeeld de opkomst en ondergang van verschillende koninkrijken en veel details van het leven en sterven van Jezus Christus, die Hij niet Zelf in scène had kunnen zetten. Dit is een sterk bewijs dat de oorsprong van de tekst buiten ons ruimte-tijd continuüm ligt. Ik durf te stellen dat iemand die de Bijbel serieus onderzoekt, uiteindelijk geen reden heeft om niet in God te geloven.

De God van de Bijbel

Dan blijft natuurlijk voor de meeste mensen wel de vraag of de Bijbelse God wel de enige echte God is. Het begrip god varieert van geen God (atheïsme), via vele goden (polytheïsme), naar "alles is God en God is alles" (pantheïsme). Welk concept van God wordt echter door de wetenschap ondersteund? Als er geen God is, dan zijn het leven en het bestaan fundamenteel irrationeel, voortgekomen uit chaos en eindigend in de hittedood van het universum. Maar als alles God is, dan is niets de ultieme God, en je hebt dan hetzelfde probleem; goed en kwaad zijn dan verschillende zijden van dezelfde munt het universum is ook in dit geval irrationeel. Als er vele goden zijn (van dualisme tot polytheïsme) dan zijn goed en kwaad samen gelijkwaardig eeuwig en dus gelijkwaardig geldig en gelijkwaardig zinloos; in de meeste polytheïstisch georiënteerde culturen is het menselijk leven een nutteloze poging om die god tevreden te stellen die op een bepaald ogenblik de grootste dreiging vormt.

De christelijke God

De christelijke God daarentegen is rationeel. Hij bezit de eigenschappen van persoonlijkheid, Hij beheerst alles, is alomtegenwoordig en eeuwig (staat buiten ruimte en tijd) en Hij is onveranderlijk. Daarnaast heeft Hij de morele eigenschappen van eerlijkheid, rechtvaardigheid, heiligheid, wijsheid, liefde, rechtschapenheid, gratie, genade en goedheid. Hij heerst soeverein, maar niet impulsief - Hij kan alles doen behalve dingen die in strijd zijn met Zijn eigen aard, inclusief Zijn rationaliteit (daarom zou Hij nooit een steen maken die zo groot is dat Hij deze niet kan verplaatsen, om het favoriete hypothetische probleem van de naïeve scepticus te gebruiken). En het belangrijkste: Hij is transcendent: Hij leeft eeuwig, onafhankelijk bestaand, altijd en alom aanwezig maar onafhankelijk van het universum dat Hij heeft geschapen - Hij is iets anders dan de natuur. Tenslotte is Hij de Wetgever, dat wil zeggen dat Zijn heerschappij overeenstemt met morele en natuurlijke wetten. Het Christelijke concept van God ondersteunt daarom de wetenschappelijke gedachte, omdat rationaliteit, orde, logica, rede, waarheid, wetten, eenheid, diversiteit, persoonlijkheid en doelen in het universum zijn ingebouwd, voortgekomen uit de gedachten van een Wezen dat door deze eigenschappen wordt gekenmerkt.

Andere godsdiensten

Griekse denkers verheerlijkten het verstand van de mens en vonden het onwaardig om experimenten uit te voeren. Afgezien van enkele uitzonderingen was de Griekse 'wetenschap' deductief, niet inductief; een poging om de aard der dingen alleen door middel van rede op te lossen. Voor een Christen is dit een oefening in zinloosheid, omdat het verstand van de mens door de zonde is vertroebeld. Rationaliteit moet bij God beginnen.
Het Islamitische concept van God lijkt wellicht het meest op de Christelijke kijk, en het is interessant om op te merken dat enkele van de meest significante vooruitgangen in de middeleeuwse wetenschap door Moslims geboekt zijn, vooral in de mathematica, geneeskunde en chemie. Maar de Islamitische wetenschap is nooit uitgegroeid tot een zichzelf in stand houdende onderneming, en dat is deels te wijten aan het Islamitische concept van God. Net als de Christelijke God is Allah soeverein en almachtig, maar de Koran benadrukt Zijn soevereiniteit zo krachtig dat Zijn rationaliteit wordt verminderd, en dat verschuift de balans van het geloof in de regelmatigheid van het universum dat bestudeerd kan worden naar de onzekerheid over wat Zijn volgende stap zal zijn.
Niet-christelijke geloofsovertuigingen over de natuur variëren van materialisme tot animisme: van het geloof dat de natuur niets meer is dan fysica en chemie tot het bijgeloof dat de natuur bewoond wordt door geesten of zelfs imaginair is; een illusie. In veel stammenculturen over de hele wereld leeft en ademt de natuur met geesten, die via de sjamaan begrepen moeten worden.

Indianen

De natuurlijke religie van de Amerikaanse Indianen is tegenwoordig zeer 'politiek correct'. Het wordt in de Amerikaanse nationale parken vaak met vuur gepredikt en wordt in veel films met veel eerbied neergezet. Met alle respect voor hun gevarieerde en kleurrijke culturele tradities: wat geloven de meeste Indianen over de natuur? Dat er een geest van de coyote bestaat, en een geest van de bergen en een geest van de koe en een geest van de beer, en dat we op een zoektocht naar visioenen moeten gaan om contact met de geesten te maken. Hoe aantrekkelijk dit ook mag klinken voor filmmakers, toch staat dit lijnrecht tegenover de wetenschap. De natuurwetten kunnen in dat wereldbeeld niet bestaan, omdat de wereld wordt geregeerd door middel van magie, spreuken en wichelarij, niet door natuurwetten. De natuur wordt begrepen door middel van het voorstellingsvermogen, niet de rede. Hoe afhankelijker de cultuur is van zijn sjamaan om de geesten van de natuur te begrijpen, hoe minder deze cultuur geneigd is om inductieve experimenten uit te voeren en een wetenschappelijke kijk op het leven te ontwikkelen. Een Navajo indiaan legde uit dat het in hun cultuur als een taboe wordt gezien als kinderen vragen stellen. Wanneer de tijd er voor is gekomen, zal de vader of de sjamaan het kind vertellen wat te geloven. Dit is juist het dogmatisme dat wetenschappers vaak verafschuwen in georganiseerde religies. Goede wetenschapsonderwijzers en ouders weten dat het gezond is wanneer kinderen worden aangemoedigd om vragen te stellen en om nieuwsgierig te zijn over de wereld. De sjamanen zijn charlatans, die vaak hun eigen zakken vullen, ze geven hun mensen waardeloze mengsels om ziektes te genezen, waarvan de oorzaken en de genezingen werden ontdekt door wetenschappers als Pasteur, die eeuwen van bijgeloof overwonnen en met behulp van de wetenschappelijke methode miljoenen levens hebben gered. Daarom is ontwikkelingshulp vanuit een christelijke mentaliteit volledig verantwoord en zelfs nodig.

Balans

Aan het andere uiteinde heeft de materialist met het probleem te kampen dat door C.S. Lewis werd verwoord: als het universum bestaat uit materie in beweging, zonder doel, en mijn brein dus bestaat uit dergelijke atomen, dan heb ik geen objectief criterium meer dat ik kan gebruiken om te geloven dat mijn brein uit atomen bestaat. Tenslotte mag het duidelijk zijn, als ik geloof dat het universum denkbeeldig is, dat het zich dan niet leent voor een serieuze bestudering ervan. Als ik mijn verbeelding niet kan samenbrengen met jouw verbeelding, of zelfs niet kan weten dat jij bestaat, hoe kan ik dan verwachten dat ik mijn bevindingen kan publiceren en dat die dan door anderen begrepen zullen worden? Het leven wordt dan een zoektocht, niet naar het begrip van de wereld, maar naar het negeren van de wereld en het bereiken van nirvana of een andere 'hogere' vorm van bewustzijn.
De Christen daarentegen kent een balans tussen geest en materie. De natuur is niet God, maar een mechanisme dat door God is geschapen. De natuur is een op goddelijke wijze geordende schepping van een alwetend, almachtig Wezen en weerspiegelt daarom Zijn ordelijkheid, wijsheid, creativiteit en rationaliteit. Als we geloven dat God rationeel is, en dat Hij door middel van wetten regeert, dan kunnen we verwachten dat we elegante natuurwetten kunnen vinden die aan Zijn vakmanschap ten grondslag liggen. Wanneer we zo de natuur bestuderen, dan leren we om Zijn wijsheid en waarheid te waarderen en te overpeinzen. De wetenschap wordt dan een heilige roeping, een vorm van aanbidding. Maar die aanbidding richt zich tot God, niet tot de natuur. De Bijbel leert ons dat de natuur vanwege de zonde onderworpen is aan de vloek van God. We zien een wereld vol goed en kwaad, vol schoonheid en pijn. Maar de Bijbel leert ons dat God in het begin alles wat Hij gemaakt had "zeer goed" noemde, en dat dit eens in de oorspronkelijke staat terug gebracht zal worden.

Wonderen

Een bliksemstraal flitst. Een vloed vindt plaats. Een komeet verschijnt aan de hemel en verdwijnt dan weer. Een epidemie raast door het land. Wat is er gebeurd? In veel culturen waren de goden boos en moeten zij tevredengesteld worden. De sjamaan kijkt naar de lever, raadpleegt het horoscoop of offert een arme slaaf op het altaar. De rationalistische Grieken proberen het met behulp van de rede te verklaren. De Oosterse wijze noemt het karma. De materialist gaat op zoek naar materiële oorzaken, maar heeft uiteindelijk geen referentiepunt waaraan hij een bepaald iets als waar of onwaar kan afmeten, of hij begaat de fout van het reductionisme.
Maar, zal iemand zeggen, Christenen geloven in wonderen. Is het Oude Testament niet gevuld met plagen en vloedgolven die door een boze, veroordelende God worden veroorzaakt? Als wonderen de norm waren, dan zouden ze normaal zijn en geen wonderen. Dan zouden zowel Christenen als Joden weinig verschillen van de mensen die in animisme geloven. Wanneer je de Bijbelse wonderen bestudeert, dan zie je dat deze juist opmerkelijk waren vanwege hun zeldzaamheid. Zij kwamen in groepjes voor in de levens van Mozes, enkele profeten, Jezus Christus en de twaalf apostelen. De extreme zeldzaamheid van echte natuurlijke wonderen dienden hun doel als tekenen van God op bijzondere ogenblikken in Zijn plan, zoals dit door de Bijbel wordt geopenbaard. Voor de meeste mensen in het Oude Testament vormden hun hele leven lang de natuurwetten de norm. God kan en zal nog steeds ingrijpen als antwoord op gebeden, maar meestal door de normale loop van de natuurwetten te wijzigen, zoals het om een biddende dienaar heen leiden van een storm of plaag. Geen enkele van deze overwegingen wijzigt de Christelijke vooronderstelling van een universum dat door natuurwetten wordt beheerst.

God vult de gaten?

Dan is er nog de 'God vult de gaten' misvatting. Er zijn mensen die bepaalde onverklaarde fenomenen aan de 'hand van God' toekennen. Maar overweeg eens of de materialist op dit gebied zelf wel onschuldig is. Sommige fenomenen tonen zo'n duidelijk bewijs voor een ontwerp, zoals de eenvoudigste levende cel en de DNA code, dat evolutionisten vaak eenzelfde fout begaan wanneer zij de oorsprong hiervan moeten verklaren. Zij kennen bijna goddelijke krachten toe aan natuurlijke selectie, een gedachteloos, doelloos principe, dat niets te maken kan hebben gehad met de oorsprong van de cel of de DNA code. Dit grenst aan pantheïsme: het toekennen van intellect, doelgerichtheid en een wil aan levenloze objecten. Of ze wuiven de vraag weg met een geloof in wat de wetenschap ooit zal doen ("het wordt nog wel ontdekt"). In beide gevallen dwingt de toewijding aan materialisme, dat met meer ijver wordt nagestreefd dan de gemiddelde kerkganger bezit, de atheïst tot het negeren van bewijs dat God bestaat. Hij begaat dus een soortgelijke fout: het 'pantheïsme vult de gaten' of 'toekomstig succes van het materialisme vult de gaten'. Terwijl de wetenschap zich zou moeten bezighouden met het vinden van natuurlijke oorzaken voor de meeste hedendaagse, herhaalbare fenomenen, is het verklaren van de oorsprong van dingen een heel ander onderzoeksgebied. En als er een God is, dan zijn verhoorde gebeden enkelvoudige, niet herhaalbare gebeurtenissen die niet onderworpen kunnen worden aan wetenschappelijke proeven en zijn dus heel anders dan bliksem, vloedgolven, kometen en ziekten die al duizenden jaren lang worden waargenomen. Het christelijke geloof is dus niet een geloof dat een god nodig heeft om onbegrepen dingen te verklaren, maar eerder een geloof dat zich richt op een God die de normale, door Hem ingestelde natuurwetten kan doorbreken wanneer wij Hem daarom vragen en wanneer Hij dat zo verkiest.

Hoop

De Judeo-Christelijke kosmologie is er een van lineaire tijd: schepping, geschiedenis en schriftvervulling. Er was een begin (dit wordt met enige tegenzin vanuit de moderne kosmologie bevestigd), en er is een geschiedenis die naar een uiteindelijke vervulling van de Schrift toesnelt. Het is waar dat Christenen geloven dat deze wereld en alles er in zal vergaan, maar niet de ziel. Er zullen beloningen zijn voor de trouwe dienaren van God, en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde uit de hand van dezelfde Schepper die nooit verandert. Dit geeft ons de hoop dat onze levens wel degelijk een verschil uitmaken en dat we ons nu meteen met een vreugdevolle onderneming kunnen bezighouden -- de wetenschap -- waar we ook tot in de eeuwigheid van kunnen genieten door de wonderbaarlijke werken van God te verkennen.

Darwin

Darwin opperde als het ware een nieuw geloof. Hij constateerde dat de organismen die zich het beste kunnen aanpassen aan hun omgeving overleven en dat door vele kleine aanpassingen uiteindelijk een nieuwe soort kan ontstaan. Op zich een juiste observatie, maar dit voerde hij zo ver door dat hij meende te moeten concluderen dat al het leven uit één eenvoudige cel moet zijn ontstaan. Deze veronderstelling is nog nooit bevestigd en zeker nooit waargenomen. De term 'survival of the fittest' is op zich al een zelfvervullende profetie. Natuurlijk overleeft degene die het best is aangepast, maar wie is dat? Degene die de beste aanpassingen heeft, het snelst is, het hardst weg kan rennen, gevechten wint... degene die overleeft dus! Dat noemt men ook wel eens een 'cirkelredenering'. In de natuur is het overleven van de beste, sterkste, slimste en mooiste lang niet altijd de norm. Zelfs onder dieren zien we zorg van ouder voor kind en van de sterkere voor de zwakkere individuen. Dit geeft wel aan dat die overleving niet zo eenvoudig kan worden voorgesteld. Het is wel ironisch dat ook de 'strijd' om voedsel en territorium vooral binnen soorten voortkomt en dus heel weinig zegt over de overlevingskans van soorten ten opzichte van elkaar, maar veel meer over de overlevingskans van dieren binnen dezelfde soort. Het ene soort dier heeft vaak helemaal geen zin in het eten van de andere soort. Er is op dit moment ook nog steeds een goede balans tussen de soorten en er zijn zelfs vele voorbeelden van samenleving waarbij de ene soort niet zonder de ander kan (symbiose). En als 'survival of the fittest' miljoenen jaren door zou zijn gegaan, zouden we dan niet een wereld moeten hebben waarin geen enkel 'zwak' dier meer te vinden is? Het is maar een vraag...

Vanzelf?

Door aan te nemen dat 'het allemaal vanzelf is gegaan', maak je de materie zelf zijn eigen god: de materie heeft zichzelf gemaakt. Deze denkwijze probeert een religieuze benadering van ons universum uit te bannen door een filosofisch concept ervoor in de plaats te zetten dat elke inbreng van een goddelijk wezen wegredeneert. De God van de Bijbel mag in dit wereldbeeld niet meedoen. Alles moet op een materialistische en naturalistische manier worden verklaard. En dat doet men dan ook. Of het nu om de snelle zwaluw gaat, of de trage slak, een grote dino of een kleine watervlo, een dik nijlpaard of een dunne slang, alles is 'verklaarbaar'. En als iets niet verklaarbaar is, dan hoopt men mogelijk in de toekomst iets te ontdekken dat het wel verklaart. Al met al is evolutie een prachtig sluitend geheel van filosofische kronkels, waar je jezelf heerlijk in kunt verstoppen. Dat God verantwoordelijk zou zijn voor ons bestaan maakt ons afhankelijk van hem en heeft consequenties voor ons gedrag. De Schepper zou ons wel eens ter verantwoording kunnen roepen. Daarom zijn veel mensen bang voor God of willen niets met Hem te maken hebben, omdat ze dan niet meer hun eigen zin kunnen doen. De boodschap van de Bijbel is echter dat Hij onze Vader is en een relatie met ons wil hebben om ons te leren goed met onszelf, elkaar en de schepping om te gaan.

Het wereldbeeld van Darwin is volgens mij zo populair geworden omdat het mensen een excuus geeft om niet in God te hoeven geloven. Ze zeggen dan dingen als: "Het is allemaal vanzelf gegaan, dus ik ben niet ondergeschikt aan een soort 'opperwezen', ik doe mijn eigen zin, iedereen heeft zijn eigen waarheid..." Veel mensen hoor ik zeggen dat God een 'kruk is om op te leunen' of een 'geruststellende mythe'. Mijn voorstel is om de Bijbel serieus te nemen en te gaan onderzoeken of de God van de Bijbel misschien toch meer is dan dat.

Wetenschap

De wetenschap staat tegenwoordig geen bovennatuurlijk ingrijpen meer toe. Volgens de huidige definitie moet wetenschap
1. alleen zichtbare, tastbare, meetbare dingen gebruiken bij het verklaren van de feiten.
2. geen 'hogere macht' gebruiken om de oorzaak of het doel van dingen te verklaren.
3. vrij zijn van vooroordelen.

Over deze punten zou ik het volgende willen zeggen:
1. Feiten kunnen ook veroorzaakt worden door iets wat niet te meten is. Als je iemand een blauw oog slaat, dan kan dat zijn omdat je een hekel heb aan die persoon, maar waar zit die hekel? De hekel en de keuze om te slaan zijn de oorzaak van het blauwe oog; die 'hekel' is niet te meten. Je kunt alleen maar getuigen van het feit dat je zin kreeg om hem een klap voor z'n kop te geven. Voor het ontstaan van de eerste cellen die de basis zouden moeten hebben gevormd van vroege levensvormen is geen enkel bewijs aan te voeren. Er zijn geen metingen die de mogelijkheid van het spontaan ontstaan van leven bevestigen. Er zijn alleen maar veronderstellingen of het getuigenis van de Bijbel. Net als bij de klap voor de kop, begint het bij een gedachte, een idee, een vooronderstelling, een overtuiging. Je kunt een beslissing nemen op grond van de feiten, maar de feiten zelf rechtvaardigen de klap (of het geloof in evolutie) niet; het zijn jouw overtuigingen die de conclusies teweeg brengen.
2. Voor het ontstaan van het heelal, waarvan men nu weet dat het een begin moet hebben gehad, is geen natuurlijke verklaring te geven. Astronomen en wetenschappers die zich bezig houden met theoretische fysica komen met vage theorieën als 'superstrings' (geen ondergoed ;-) en het concept van een 'multiversum', maar dat zijn filosofische en wiskundige modellen, en geen waarneembare realiteit. Deze benaderingen geven geen houvast, simpelweg omdat we de veronderstelde 'strings' en meerdere universa niet zichtbaar kunnen maken. In het licht van deze extreme denkbeelden is wat wij in de Bijbel lezen, dat God alles gemaakt heeft en in stand houdt, een net zo gerechtvaardigd uitgangspunt, dat heel goed als basis gebruikt kan worden voor wetenschappelijk onderzoek.
3. De zelfopgelegde regel 'vrij van vooroordelen' klinkt in mijn oren erg ironisch. Misschien ligt het aan mij, maar het hele concept van evolutie is mijns inziens doorspekt van vooroordelen. Vanwege de aannames en veronderstellingen waarbij de rol van God niet eens overwogen wordt, worden vaak zoveel voorbarige conclusies getrokken. 'Vrij van vooroordelen' is dan meer iets waarbij de wens de vader van de gedachte is.
Veel wetenschappers hebben God vervangen door een evolutiefilosofie, die ons bestaan moet verklaren. Hiermee leggen ze zichzelf onnodig aan banden. Een wetenschapper kan mijns inziens heel goed in God geloven. De invloed van het bovennatuurlijke is niet altijd aantoonbaar, maar voor velen wel merkbaar. Het is volkomen verantwoord om in het wetenschappelijk denken rekening te houden met een dergelijke invloed.

Geen logische basis

De evolutiefilosofie heeft geen logische basis. Men neemt aan:
1. dat iets zonder aanwijsbare oorzaak uit niets tevoorschijn kwam,
2. dat de huidige samenstelling en organisatie van dingen zonder Ontwerper/Organisator tot stand kwam,
3. dat uit levenloze materie leven ontstond, terwijl hetgeen Louis Pasteur aantoonde: dat leven alleen uit leven ontstaat, nog steeds niet is weerlegd,
4. dat eencellige wezens (die zichzelf kopiëren) vanzelf meercelligen werden (inclusief seksuele reproductie),
5. dat 'macro-evolutie' heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld dat vogels konden ontstaan uit reptielen en reptielen uit vissen), terwijl daar geen bewijs voor is,
6. dat vitale organen zich verbonden met andere organen en gingen samenwerken (denk aan ogen en oren die via zenuwen signalen geven aan de hersenen, het hart dat bloed door aderen en vaten pompt, waarbij stoffen uitgewisseld worden in bijvoorbeeld longen en lever)

Deze logica maakt alles wat bestaat eigenlijk zijn eigen god. De 'schepping' heeft zichzelf 'geschapen'. De evolutietheorie wordt vaak gedreven door het humanisme en naturalisme. De mens en de natuur bepalen wat waar en goed is, niet een god, zeker niet de God van de Bijbel.
Het lijkt er vaak op dat het handhaven van de filosofie belangrijker wordt dan de daadwerkelijke bewijsvoering. De evolutiefilosofie kent veel vormen, maar over het algemeen komt het erop neer dat bovenstaande stappen onvermijdelijk zijn. Het probleem voor de aanhangers (van welke vorm dan ook) is echter dat er voor geen van die stappen voldoende bewijs is. Elke stap moet in geloof worden aanvaard.
Op dit moment wordt er nergens in de natuur waargenomen dat er iets ontstaat waar voorheen niets was. Het kan zijn dat er iets ontstaat uit een voor het blote oog onzichtbaar begin of energieniveau (nulpuntsenergie bijvoorbeeld), maar iets uit helemaal niets wordt nooit waargenomen.

Organisatie en informatie

Onze schuur of studeerkamer gaat niet vanzelf van een ongeorganiseerde staat naar een georganiseerde staat, daar moeten we wat voor doen. Er ontstaat in de natuur misschien wel automatisch een mooi ogende kristalstructuur (denk aan sneeuwvlokken), maar dat zijn herhalingen van steeds hetzelfde patroon en niet de specifiek georganiseerde complexiteit van bijvoorbeeld een levende cel. Sterker nog, kristalstructuren ontstaan juist vanwege de bijzondere samenstelling van de atomen, die in een lagere energiestaat (hogere entropie) in een herkenbare structuur vervallen.
Kristallen zien er complex uit, maar je moet er weer energie inpompen om er wat anders van te maken. Een kristal heeft een mooie geordende structuur, maar brengt geen leven voort. Een levende cel ziet er op het eerste gezicht uit als een ongeordende warboel, een krioelende massa kleine wriemelende dingetjes zonder doel of structuur. Maar het is (of maakt deel uit van) een zeer goed georganiseerde, complexe machinerie van functionele componenten. Voor het spontaan ontstaan van een dergelijke organisatie is informatie nodig die vertaald wordt en gebruikt wordt voor de bouw van de onderdelen. Er zijn ook instructies nodig die bepalen waar en wanneer de verschillende onderdelen moeten worden in- en aangezet.
Deze informatie vinden we in het DNA. Het DNA zit zo vol met specifieke informatie, dat wetenschappers het in de afgelopen 50 jaar, sinds de ontdekking ervan, nog niet hebben kunnen doorgronden. De informatie op het DNA wordt van boven, van onder, in stukjes en beginnend op verschillende plaatsen gelezen door ingewikkelde machines. Vervolgens wordt die informatie nog weer verder verwerkt en gebruikt voor de bouw van diezelfde en andere machines. Dit is doelbewuste informatieoverdracht die leidt tot specifieke functionaliteit. Dat dit zonder Programmeur tot stand gekomen zou zijn is ondenkbaar.

Onmogelijk

Ook het ontstaan van levende organismen vanuit dode materie is nooit waargenomen en in principe onmogelijk. Er zouden spontaan enkele aminozuren kunnen ontstaan, maar er is nog niemand die deze 'bouwstenen van het leven' spontaan heeft zien samenkomen om een 'simpele levensvorm' te produceren, zelfs niet in een gecontroleerde laboratoriumomgeving.
Bij ongeslachtelijke voortplanting maakt een organisme klonen van zichzelf, maar bij seksuele voortplanting wordt er van beide ouders genetisch materiaal overgebracht op het nakroost. Er zijn beesten die het allebei kunnen, maar hoe het één uit het ander zou moeten zijn ontstaan is vanuit naturalistisch oogpunt een raadsel.
Voor mensen die geen Goddelijk ontwerp accepteren is de perfecte samenwerking van organen of delen van organen ook niet te verklaren. Bepaalde systemen worden ook wel aangeduid als 'onherleidbaar complex'. Alle onderdelen moeten er tegelijkertijd zijn, anders kan het geheel niet werken. Een geleidelijke ontwikkeling naar het werkende geheel is onmogelijk. Tijdens die ontwikkeling zou het organisme alleen maar profijt moeten hebben van elke afzonderlijke stap, maar totdat alle onderdelen goed samenwerken is elke tussenstap alleen maar ballast en zullen die tussenvormen door natuurlijke selectie worden uitgeroeid, wat de overgang naar een volgend, beter werkend, beter aangepast organisme alleen maar belemmert.

Conclusie

De filosofie van het vanzelf ontstaan en verder evolueren van het leven is onlogisch. Schepping uit het niets door een Schepper die buiten tijd en ruimte staat ligt veel meer voor de hand. De Bijbel geeft mijns inziens van alle 'heilige boeken' de wetenschappelijk meest verantwoorde kijk op de geschiedenis en organisatie van onze kosmos. Onderzoek het en overtuig jezelf.