3. Gedachten over hoe wij de Bijbel lezen

Het Nieuwe Testament is geschreven in Koinè Grieks, dat in gebruik was van ongeveer drie eeuwen voor Christus, tot drie eeuwen erna. Het is niet al te moeilijk om de basisprincipes te leren. Grieks leren is echter één ding, maar begrijpend lezen is iets anders. Daar komt de wetenschap van tekstinterpretatie om de hoek kijken.

Er zijn grofweg 4 methoden om (in ons geval Bijbelse) teksten te benaderen:

- Letterlijk (de meest directe betekenis van de tekst wordt gezocht in de context van de tijd en cultuur waarin hij geschreven is; de tekst wordt als volledig historisch correct gezien)

- Moreel (bepalend welke lessen eruit kunnen worden geleerd)

- Allegorisch (mensen en gebeurtenissen worden als 'typebeelden' geïnterpreteerd; de tekst wordt symbolisch gezien)

- Mystiek (de tekst verwijst naar dingen die op een 'hoger vlak' plaatsvinden, in de geestelijke wereld of dingen die nog moeten gebeuren; hierbij wordt bijvoorbeeld de nadruk gelegd op het voorspellende karakter van de tekst of de betekenis van getallen in de tekst)

Mijns inziens mag men niet naar eigen inzicht een methode kiezen om een tekstgedeelte uit te leggen, maar moet per tekstdeel gezocht worden naar de oorspronkelijke bedoeling van de schrijver. Uitstekende hulpmiddelen hierbij zijn http://www.e-sword.net en http://www.biblehub.com .

E-Sword is ook als gratis app voor smartphone of tablet te krijgen en biedt de Bijbel aan in onder andere Hebreeuws (OT), Grieks, Latijn, Duits, Nederlands (SV) en verschillende Engelse vertalingen. Verder zijn er bij deze app ook veel gratis commentaren, woordenboeken en ander studiemateriaal beschikbaar.

Er ontstaat veel onduidelijkheid en onenigheid door het gebruik van verschillende vertalingen en de invloed van bepaalde vertalers. Zij doen weliswaar allemaal hun best om de oorspronkelijke tekst zo goed mogelijk om te zetten naar de taal van hun doelgroep, maar daarbij moeten ze hele lastige keuzes maken. Blijf je consequent dit woord zo vertalen, of vertaal je het vrij, in de context? Maar als je dat doet, hoe laat je dan zien dat twee verschillende woorden in de oorspronkelijke taal eigenlijk hetzelfde betekenen? Of dat er twee verschillende woorden zijn waar wij in onze taal maar één woord voor hebben? En hoe geef je dat verschil aan? Een vertaler moet altijd interpreteren. En dan moet de lezer daar nog weer iets van maken op één van de vier manieren die ik hierboven noemde. Want de vertaler kan de tekst naar eer en geweten optimaal hebben vertaald, maar dan moet de lezer het nog begrijpen.

Hierbij moeten we wel altijd goed in de gaten blijven houden dat de Bijbelse teksten geschreven zijn aan mensen in het Midden-Oosten, van grofweg 3500 tot bijna 2000 jaar geleden, niet aan óns. Een denkfout die veel gemaakt wordt. Bepaalde teksten zijn weliswaar toepasbaar op ons leven en voor veel mensen waardevol, maar het is niet direct voor ons bedoeld. Tevens zijn dingen die gezegd worden soms uitdrukkingen uit die tijd, die wij niet meer kennen, maar waarmee de toehoorders wel goed bekend waren. Sterker nog, van sommige uitspraken hebben wij onze eigen versie gemaakt, waardoor het een eigen leven is gaan leiden. “Doe voor anderen wat jij wilt dat voor jou gedaan wordt” (Mattheüs 7:12), is een spreekwoord geworden: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Het lijkt erop, maar is niet hetzelfde. Iets voor anderen doen, werd veranderd in 'niet doen'.

De Bijbel is geschreven is in talen die meer dan 2000 jaar oud zijn en niet meer gesproken worden. Althans, niet meer op dezelfde manier. Zo kunnen wij het Nederlands van de 17e eeuw nog maar nauwelijks lezen. Toch kom je een heel eind, áls je de tijd wilt nemen om de tekst goed te onderzoeken. En daar is een goede methode voor: Laat de schrijvers van de tekst zichzelf verklaren. Dat kan eenvoudig door woorden en zinnen te vergelijken met andere plaatsen (liefst van dezelfde schrijver) waar dezelfde woorden en zinnen voorkomen. Hiervoor kunnen we tegenwoordig de hulp van computers en internet inroepen. Er zijn veel gratis vertaalhulpmiddelen en commentaren te vinden. Het kost een hoop tijd en gepuzzel, maar het loont de moeite wel.

En je hoeft eigenlijk niet eens Hebreeuws te kunnen lezen, want waar de schrijvers van het Nieuwe Testament teksten aanhalen uit de Tenach (het Oude Testament), komen ze sterk overeen met de huidige versies van de Septuaginta (de Griekse vertaling van de Tenach, van ongeveer 2 eeuwen voor Christus). Het komt niet in alle gevallen 100% overeen, waaruit je zou kunnen afleiden dat de versie die men toen had niet helemaal dezelfde is als die we nu hebben. Het kan ook zijn dat de schrijvers van toen de Tenach uit hun hoofd kenden en die ter plekke vertaalden. De Griekse teksten onderling komen in ieder geval sterker overeen dan de Griekse aanhalingen en de Hebreeuwse teksten. Dat kun je goed zien wanneer je de aangehaalde tekst in het Nieuwe Testament, de Septuaginta én de Hebreeuwse teksten naast elkaar legt. De Hebreeuwse tekst wijkt vaak behoorlijk af van wat er aangehaald wordt, terwijl de Septuaginta nauwelijks afwijkt. De schrijvers van het NT hadden daar kennelijk vrede mee. Alleen Grieks leren is dus al voldoende. Er zijn tussen de Griekse versies ook kleine verschillen, die soms een andere betekenis hebben. Zoals een komma in de ene tekst en het woordje 'en' in de andere. Dat kan veel uitmaken in de betekenis. Het is maar zelden zo dat een zin totaal iets anders betekent in de verschillende fragmenten, maar het komt wel voor. Er zijn enkele delen die later lijken te zijn toegevoegd, maar dat staat in vertalingen en verklaringen meestal duidelijk vermeld.
De site http://www.biblehub.com biedt de mogelijkheid om Griekse manuscripten per tekstdeel naast elkaar te vergelijken, voor wie zich daar meer in wil verdiepen.

Het is wel goed om te beseffen dat de schrijvers Joden waren en dus ook dachten als Joden en niet als Grieken. Het is bij wijze van spreke Grieks op z'n Hebreeuws. Al zien we ook af en toe typisch Griekse denkbeelden in de tekst naar voren komen, zoals het idee dat de mens bestaat uit geest, ziel en lichaam (1 Thessalonicensen 5:23). De Joden zagen slechts de innerlijke en de uiterlijke mens.

In de Bijbel vinden we veel geschiedenis, maar ook gedichten, klaagliederen, lofliederen, gelijkenissen, profetieën, openbaringen, waarheden en wijsheden. Veel verschillende soorten tekst, elk met hun eigen doel. Je kunt een profetie niet altijd lezen alsof het letterlijk zo zal gebeuren, omdat er vaak veel beeldspraak en grootspraak in zit. En een loflied kun je niet altijd lezen als een letterlijke waarheid, al zitten er soms wel waarheden in verwerkt. Bomen die in hun handen klappen en bergen die juichen zijn natuurlijk geen dingen die je letterlijk moet nemen.

Schrijfstijl is sterk bepalend voor de aard van de tekst. Zo heeft profetie vaak een symbolisch karakter; het moet iets duidelijk maken. Zoals de allegorie van de zwerm sprinkhanen in Openbaring 9. Ze kwamen oorlog voeren en hadden de afgezant (engel) uit de afgrond tot koning, wiens naam (Apollyon) vernietiging betekent. (Ik gebruik overigens consequent het woord 'afgezant' in plaats van 'engel', omdat dit de eigenlijke betekenis is van het Griekse 'angelos' en omdat het woord lang niet altijd een hemels wezen aanduidt.)

De beelden in een allegorie zijn vaak fictief, maar ze hebben wel betrekking op werkelijke, fysieke of geestelijke gebeurtenissen. Het gaat in Openbaring 9 over een letterlijke oorlog, maar die wordt natuurlijk niet uitgevochten door paardachtige sprinkhanen met vrouwenhaar en leeuwentanden, die kronen en harnassen dragen, zoals het beschreven staat. Het gaat over heersers en strijdmachten met bepaalde kenmerken die vergeleken kunnen worden met de eigenschappen van de genoemde elementen.

We vinden vooral in het Nieuwe Testament veel beschrijvingen van 'de tijd van het einde' of 'de eindtijd'. Soms wordt dit verward met de term 'einde van de tijd'. De Bijbel spreekt echter niet over het einde van de tijd, maar van een tijd. De juiste term is 'tijd van het einde' en daarbij hoeft nog geen einde aan de tijd te komen.

Ik behandel in andere artikelen een aantal gedeelten uit de Bijbel om te laten zien wat die te maken hebben met deze 'eindtijd', hoe dit 'einde' overgaat in een nieuw begin en of dat voor ons, in deze tijd nog iets betekent. Je zult ook zien hoe en waarom dit alles in verband staat met de komst van Jezus en de vestiging van Het Koninkrijk, waar Jezus zo vaak over sprak. Het Koninkrijk van God heeft een hoofdstad: (het Nieuwe) Jeruzalem. Er zou een nieuwe tempel komen die God zelf zou bouwen, met mensen als levende stenen, verbonden met Jezus de Ingewijde. Ik gebruik in plaats van Christus consequent de titel Ingewijde. Het Hebreeuwse woord voor 'ingewijde' of 'gezalfde' is Meshiach (wij spreken dat uit als 'Messias'). Het Griekse woord is Christos (wij spreken dat uit als 'Christus'). Op zich geen bijzonder titel. Priesters en koningen werden destijds gezalfd, dat is geïnaugureerd, geïnstalleerd of ingewijd. God noemt zelfs de Perzische koning Cyrus Zijn ingewijde (Jesaja 45:1). Maar Jezus is volgens de Bijbel dé Ingewijde (Koning én Priester) voor altijd (Hebreeën 7:3 en Openbaring 11:15 - letterlijk: tot in tijden van tijden).

We komen in de Bijbel vaker woorden tegen die niet vertaald zijn, maar 'vernederlandst' (bij gebrek aan een beter woord). Ik gebruik in gedachten dan de vertaling, dat haalt het woord uit de mystieke, vage sfeer en plaatst het in een meer begrijpelijk kader. De context moet dan uitmaken wat de schrijver bedoelde. Zo zijn er de woorden messias/christus (ingewijde), discipel (leerling), apostel (zendeling, denk aan het woord 'post', dat heeft dezelfde oorsprong), engel (afgezant), duivel (aanklager) en satan (tegenstander). Ik lees ze meer als begrippen of titels en laat de tekst voor zichzelf spreken.

Vertalingen laten vaak maar één kant van de tekst zien en zijn helaas vaak beïnvloed door een bepaalde leer. Ik heb de Bijbel op vele manieren uitgelegd zien worden, maar vind dat een benadering van eschatologie waarin de tijdsbepalingen in de tekst serieus worden genomen nog onderbelicht is. Deze tijdsbepalingen wijzen erop dat de 'eindtijd' plaatsvond in de eerste eeuw na Christus. Veel mensen kiezen een benadering waarbij het uitkomen van veel Bijbelse profetieën met betrekking tot de 'eindtijd' nog wordt verwacht. Er zijn binnen die twee zienswijzen meerdere stromingen en iedere stroming of leer heeft wel iets waar ik het mee eens kan zijn, of juist niet. Mijn voorkeur gaat uit naar een consistente eschatologie, wat inhoudt dat we begrippen en tijdsaanduidingen serieus nemen en consequent lezen in de context van de cultuur waarin ze geschreven zijn. Dat geeft een duidelijk totaalplaatje.

Terug naar index


121